Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: verschil tussen versies

 
De materiële beginselen hebben betrekking op de inhoud van bestuursbesluiten.
Voorbeelden zijn: [[specialiteitsbeginsel]], [[materiële rechtszekerheidsbeginsel]], [[vertrouwensleer|vertrouwensbeginsel]], [[gelijkheidsbeginsel]] en het [[verbod op détournement de pouvoir]].
 
*Specialiteitsbeginsel. Een bestuursorgaan mag alleen die belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt (art. 3:4 lid 1 Awb).
*Evenredigheidsbeginsel. De overheid moet ervoor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit (art. 3:4 lid 2 Awb).
 
* Materiële rechtszekerheidsbeginsel. Een burger die gedurende een ruime periode een bepaalde rechtspositie heeft opgebouwd, mag er in principe op vertrouwen dat deze rechtspositie kan worden voortgezet, dan wel dat hij bij gewijzigd beleid gecompenseerd wordt.
*Vertrouwensbeginsel (materiële rechtszekerheid). Een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen worden toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.
 
*Gelijkheidsbeginsel. De overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen (art. 1 Grondwet).
Anonieme gebruiker