Jafar: verschil tussen versies

24 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (→‎Verhaallijnen: herred.)
== Verhaallijnen ==
{{plot}}
Jafar is een [[tovenaar]] en de raadsvizier van de [[sultan]] van [[Agrabah]], maar in werkelijkheid wil hij graag zelf sultan worden. Hij neemt het op tegen [[Aladdin (personage)|Aladdin]] en prinses Jasmine, de dochter van de sultan. De trouwe rechterhand van Jafar is de papegaai Iago (zoals dat bij Aladdin de aap Abu is en bij Jasmine de tijger Radja).
 
Om zijn wens in vervulling te laten gaan, moet Jafar de wonderlamp zien te bemachtigen. Vermomd als oude man lokt hij Aladdin naar de Grot der Wonderen, alwaar de lamp zich bevindt. Het lukt Jafar vervolgens echter niet om de wonderlamp zelf in handen te krijgen. Als hij later aan het hof wordt ontmaskerd als een bedrieger en moet vluchten, ziet hij terloops dat Aladdin de wonderlamp in zijn bezit heeft. Even later lukt het Iago om de lamp te stelen.
Uiteindelijk gebruikt Jafar, nadat hij eerst de plaats van de sultan heeft ingenomen en zich tijdens een confrontatie met Aladdin in een [[Slangen|slang]] heeft veranderd, zijn laatste wens om zich door de geest van de lamp, [[Geest (Disney)|Genie]], zelf ook in een geest te laten veranderen. Jafar wil namelijk niet onderdoen voor de macht van Genie. Dit maakt echter deel uit van een nieuwe list van Aladdin: bij een geest hoort standaard ook een lamp. Zodoende is Jafar nu zelf gekluisterd aan een lamp. Hij wordt samen met Iago voor 10.000 jaar opgesloten in de Grot der Wonderen.
 
In het vervolg op ''Aladdin'', ''[[De Wraak van Jafar]]'', probeert Jafar in zijn nieuwe bestaan als geest opnieuw de macht te grijpen. Dankzij een nietsvermoedende passant slaagt hij er eerst in om uit de Grot der Wonderen te ontsnappen. Door zich te vermommen als Jasmine slaagt hij er bijna alsnog in om Aladdin uit de weg te ruimen en zelf de nieuwe heerser te worden. Als echter Iago – die nu aan de kant van de goeden staat – Jafars lamp in een [[lava]]poel gooit, komt hiermee tevens een einde aan Jafars bestaan als geest.