Hugo Rijhiner: verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  2 jaar geleden
Begin 1946 kreeg Rijhiner het aanbod om met een compagnie van 100 man af te reizen naar Suriname. Omdat hij vernam dat die troepenmacht wellicht ingezet zou worden tegen Surinaamse demonstranten sloeg hij dit aanbod af. In plaats daarvan vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar intussen de onafhankelijkheid van de [[Republiek Indonesië]] was uitgeroepen. Vanaf mei 1946 werkte Rijhiner als inlichtingenofficier bij het KNIL.<ref name="Wong 1984: 19"/> Een rapport dat Rijhiner in die tijd schreef over de misdaden van ene adjudant Pietersen kwam in juni 1962 in het nieuws, toen het werd opgerakeld door [[Frans van der Putten]], een oud-ambtenaar van het Ministerie van Defensie die al enkele jaren probeerde het ministerie in diskrediet te brengen.<ref>[https://krantenbankzeeland.nl/issue/zda/1962-06-04/edition/0/page/5 Kapitein Rijhiner: memorandum is juist, Pietersen wist te veel], Zeeuwsch Dagblad, 4 juni 1962</ref><ref>[http://www.digibron.nl/search/detail/012e01d6e3238bd7d3251004/uit-het-binnenland Aanklacht tegen Van der Putten], De Banier, 21 juni 1962, p. 4-5</ref><ref>[http://leiden.courant.nu/issue/LD/1962-06-01/edition/0/page/7 Van der Putten zendt een belastend dossier], Leidsch Dagblad, 1 juni 1962, p. 7</ref>
 
=== BeweerdeVermeende betrokkenheid bij de APRA-coup van Raymond Westerling ===
Volgens kolonel [[Sjoerd Albert Lapré]] werd Rijhiner in 1949 toegevoegd aan de staf van de Angkatan Perang Ratu Adil (APRA), de pro-Nederlandse militie onder leiding van kapitein [[Raymond Westerling]], en pleitte hij in die hoedanigheid voor de aansluiting van KNIL-onderdelen bij de APRA.<ref>Lapré 1999: 187</ref> Rijhiners betrokkenheid bij de activiteiten van de APRA kreeg grotere bekendheid toen Westerling op 5 januari 1950 een ultimatum liet bezorgen bij de Indonesische regering, waarin hij onder meer verlangde dat de regering de APRA zou erkennen als het leger van de deelstaat [[Pasoendan]]. Volgens [[Mohammed Hatta]] had Rijhiner dit ultimatum aan de regering overgebracht.<ref>De Moor 1999: 414-415</ref>
 
1.413

bewerkingen