Gebruiker:Ezrahiet/Kladblok: verschil tussen versies

4.102 bytes toegevoegd ,  10 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
Welkom op de Kladblokpagina van Ezrahiet
 
== Balthasar Lydius ==
{{Infobox predikant
| naam = Balthasar Lydius
}}
'''Balthasar Lydius''' ([[Groß-Umstadt]], [[13 augustus]] [[1576]] – [[Dordrecht]], [[20 januari]] [[1629]]) was een [[Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden|Nederlands]] [[theoloog]] en [[predikant]].
 
== Biografie ==
Balthasar Lydius is geboren in Gross-Umstadt, in [[de Palts]], als zoon van de predikant [[Martinus Lydius]] (ca. 1540 – 1601). De naam van zijn moeder is onbekend. Zijn broer, [[Johannes Lydius|Johannes]], werd eveneens predikant.
 
=== Leiden ===
Zijn vader onderwees hem en zijn jongere broer in de [[Grieks]]e en [[Latijn]]se taal. In [[1599]] werden ze naar de [[Universiteit Leiden|hogeschool van Leiden]] gestuurd. Ze werden daar onderwezen in de [[Hebreeuws]]e taal door [[Willem van der Codde]], in de [[geschiedenis]] door [[Paulus Merula]] en in de [[theologie]] door [[Franciscus Junius (theoloog)|Franciscus Junius]]. Hun studie van de klassieke talen zetten ze voort onder [[Josephus Justus Scaliger|Josephus Scaliger]].
In [[Leiden]] maakte Lydius kennis met onder andere [[Gerardus Vossius]], [[Janus Rutgersius]] en [[Joannus Narsius.]] Tegen het eind van zijn studieperiode erfden hij en zijn broer de omvangrijke boekcollectie van hun vader.
 
=== Predikant ===
In [[1602]] verliet hij de universiteit en werd hij door de [[classis (religie)|classis]] [[Zuid-Holland]] als [[proponent]] aangenomen. In datzelfde jaar verbond hij zich ‘in het geheim’ aan de gemeente onder het kruis in [[’s-Hertogenbosch]]. Toen hij in juli een keer in [[Streefkerk]] had gepreekt wilde men hem daar beroepen. De gemeente van [[Dordrecht]] wilde hem ook graag als predikant hebben en kwam tussenbeide. De kerkenraad ging in gesprek met Streefkerk en ’s-Hertogenbosch en het resultaat was dat Lydius op [[27 maart]] 1602 beroepen kon worden vanuit Dordrecht.
 
==== Predikant te Dordrecht ====
In november deed hij zijn intrededienst in Dordrecht. Hij ging wonen in “de Reijnstraat tot Dirck van Arnhem, naast de Leuwinne”. Toen het tijdelijk bedoelde predikantschap van Dordrecht in [[1604]] werd omgezet naar een vaste aanstelling verhuisde hij naar een woning “achter de [[Augustijnenkerk (Dordrecht)|Augustijnen Kerck]]”. Als snel verwierf hij faam als kanselredenaar. Tijdgenoten weten te vermelden dat hij de gave had zijn toehoorders tot tranen te bewegen.
 
In de conflicten tussen de [[remonstranten]] en [[contraremonstranten]] behoorde Lydius aanvankelijk tot de gematigde stroming. [[Johannes Uyttenbogaert]], een remonstrantse predikant, beschouwde hem als mogelijke bemiddelaar tussen de partijen, maar Lydius’ studievriend G. Vossius schreef in een brief aan [[Hugo de Groot (rechtsgeleerde)|Hugo de Groot]] dat men hem in Dordrecht te veel sympathie voor de remonstranten verweet, en dat hij – om deze beschuldigingen te ontzenuwen – steeds feller voor de contraremonstrantse standpunten koos. Van grote invloed op deze wijziging zijn ook zijn Dordtse medepredikanten [[Johannes Becius]] en [[Johannes Dibbetz]] geweest.
 
=== Dordtse Synode ===
Toen in [[1618]] de [[Dordtse Synode|nationale synode]] werd samengeroepen behoorde Balthasar Lydius tot de afgevaardigden voor de provinciale synode Zuid-Holland. Omdat hij de predikant van Dordrecht was kreeg hij de eervolle opdracht om op [[13 november]] in de [[Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk (Dordrecht)|Grote Kerk]] de openingskerkdienst te leiden en tevens de eerste zitting met een [[toespraak]] te openen. In verschillende werkzaamheden van de synode had hij een groot aandeel. Hij werd bijvoorbeeld benoemd in een commissie met de opdracht een nieuw [[catechisatie]]boekje te maken. Tijdens de 17e zitting werd hij benoemd tot [[secretaris]] van een commissie die het officiële verslag van de synodehandelingen ([[actra contractoria]]) moest maken [[29 mei]] [[1619]] sloot hij de synode af met een dienst over [[Jesaja (boek)|Jesaja]] 12:1-3.
 
=== Verdere functies en bezigheden ===
Naast zijn werk als predikant werd hij in [[1627]] benoemd tot [[curator (onderwijs)|curator]] van de [[Latijnse School]]. Ook was hij een van de oprichters van de stadsbibliotheek. Samen met zijn collega Daniël Demetrius stelde hij een register samen van boeken die een plaats zouden moeten krijgen in de bibliotheek. Die werd ingericht in de crypte van het voormalige Mariënbornklooster. In 1626 kreeg hij samen met Jacob Cats het toezicht over de bibliotheek.
 
{{Appendix|2=
1.120

bewerkingen