Hoofdmenu openen

Wijzigingen

7 bytes verwijderd ,  4 maanden geleden
De Himalaya wordt [[fysische geografie|fysiografisch]] ingedeeld in vier hoogtezones, die over de gehele lengte van het gebergte evenwijdig aan elkaar lopen: de [[Transhimalaya]], de [[Grote Himalaya]], de [[Kleine Himalaya]] en de [[Subhimalaya]]. Deze onderverdeling is het duidelijkst in het noordwesten, waar de Himalaya op zijn breedst is.
 
De noordelijkste van deze vier zones is de Transhimalaya, met toppen ruim boven de 6000 meter. Het grootste deel van de Transhimalaya ligt in Tibet, verdeeld over de bergketens van de [[Gangdisê]] en de [[Nyainqêntanglha]].<ref>Yang & Zheng (2004), pp 26-27</ref> Ook de [[Ladakh Range]] in het noordwesten van India hoort bij de Transhimalaya. De Transhimalaya ligt in de regenschaduw van de Grote Himalaya en heeft daardoor een zeer droog [[woestijnklimaat|woestijn-]] of [[steppeklimaat]]. Ten noorden de Transhimalaya begint het [[Tibetaans Hoogland]], dat niet tot de eigenlijke Himalaya behoort. Skrrrr
 
De Grote Himalaya is de hoogste zone, met toppen boven de 8000 meter. De toppen zijn scherp en de wanden zijn, vooral aan de zuidelijke zijde, steil en hoog. De Grote Himalaya vormt geen continu doorlopende muur maar bestaat uit verschillende massieven en ketens, die tussendoor worden onderbroken door abrupte ravijnen en [[kloof|kloven]]. Deze zone van bergketens en massieven loopt van [[Jammu en Kasjmir (gebied)|Kasjmir]] in het westen tot [[Arunachal Pradesh]] in het oosten. De kloven van de [[Indus (rivier)|Indus]] en [[Yarlung Tsangpo]] vormen respectievelijk het westelijke en oostelijke uiteinde van de Grote Himalaya. De westelijke hoekpunt is de [[Nanga Parbat]] (8126 m) in Pakistan; de oostelijke hoekpunt de [[Namjagbarwa]] (7782 m) in [[Arunachal Pradesh]]. Daartussen wordt de Grote Himalaya wel ingedeeld in oostelijke Himalaya (van de Namjagbarwa tot de [[Jomolhari]] (7314 m) op de westgrens van Bhutan), Midden-Himalaya (van de Jomolhari tot de [[Gurla Mandhata]] (7694 m) op de westgrens van Nepal) en westelijke Himalaya (tussen de Gurla Mandhata en de Naga Parbat).<ref>Yang & Zheng (2004), p 25</ref> De hoogste massieven liggen in het middelste deel, waaronder de [[Kanchenjunga]] (hoogste top 8586 m), de [[Annapurna Himal|Annapurna]] (hoogste top 8091 m), de [[Manaslu]] (8156 m) en de [[Mahalangur Himal]] met Mount Everest (8850 m), [[Lhotse]] (8516 m), [[Cho Oyu]] (8201 m) en [[Makalu]] (8481 m). Ook de oostelijke en westelijke delen bevatten echter toppen boven de 7500 meter.
16.883

bewerkingen