Orde van Sint-Antonius: verschil tussen versies

198 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
+ eigen afbeelding
k (Robotgeholpen doorverwijzing: Viennois - Koppeling(en) gewijzigd naar Dauphiné)
(+ eigen afbeelding)
[[Bestand:Pieter_Aertsen_(1508of1509-1575)_De_terugkeer_van_een_Sint-Antoniusbedevaart_KMSKB_29-01-2019.JPG|miniatuur|260x260px|''[[De terugkeer van een Sint-Antoniusbedevaart]]'']]
[[Bestand:Wapen van Philippus Vaecx of Foxius.jpg|thumbminiatuur|200px260x260px|Wapenschild van een commandeur van de Orde van Sint-Antonius]]
De '''Orde van Sint-Antonius''' ([[Latijn]]: ''Canonici Regulares Sancti Antonii'', afkorting CRSAnt), ook wel ''antonieten'' of ''antonieters'', was oorspronkelijk een [[lekenbroeder]]schap, die in 1095 in de [[Dauphiné]] (Zuid-[[Frankrijk]]) werd gesticht. Later werd het een [[ridderlijke orde]], een [[kloosterorde]] van [[reguliere kanunnik]]en.
 
Om de pest en andere besmettelijke ziekten het hoofd te bieden organiseerden burgers zich om hospitalen op te richten. Zo werden "illustere broederschappen" ingesteld die Sint-Antonius-Abt als hun [[patroonheilige]] kozen. De broederschappen van Sint-Antonius in [[Dauphiné|Viennois]], het centrum van de verering van deze heilige, zijn voorbeelden van deze gezelschappen die men met recht ook ridderorden kan noemen: de "Illustere Broederschap van de Ridders van Sint-Antonius van De Hau" en de "Illustere Broederschappen van de Ridders van Sint-Antonius van Barbefosse". In de illustere gezelschappen verenigden zich [[adel (klasse)|edelen]] en [[burger]]mannen en -vrouwen. Sommige ridderorden bestonden vooral uit edelen en stonden soms onder bescherming van een vorst.
 
[[Bestand:De man met de anjervan Jan van Eyck uit 1423..jpg|thumbminiatuur|200px260x260px|Schilderij van een antoniet door [[Jan van Eyck]]]]
==Bloeitijd en opheffing==
Om het grondbezit van de orde te beheren en de financiële toestand van de orde zeker te stellen werden [[commanderij]]en ingesteld, zoals in [[Belle (gemeente)|Bailleul]] en [[Maastricht]] ([[Antonietenklooster (Maastricht)|Antonietenklooster Maastricht]]). Om de bloei van deze nuttige broederschappen te bevorderen verleende [[paus Eugenius IV]] in 1441 privileges aan de broeders; zij mochten hun eigen biechtvader aanstellen. De broederschappen omvatten geestelijken en leken, burgers en edelen mannen en vrouwen. De broederschappen droegen als herkenningsteken Sint-Antoniuskruisjes en medaillons met het tau-kruis, vaak met daaronder een bel, aan een keten. Ook werden er kruisen van stof op de kleding aangebracht.
32.434

bewerkingen