Hoofdmenu openen

Wijzigingen

Geen verandering in de grootte ,  7 maanden geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
== Leven en werk ==
Nanninga was met zijn bijna veertig jaar de oudste bewoner van het schildershuis en bleef er wonen op een zolderruimte, ook na het [[Bombardement op het Bezuidenhout]] in 1945; de kunstenaars daar wisselden veel uit over de moderne Franse schilderkunst, zoals het kubisme en fauvisme. Hij vluchtte tijdelijk naar Bodegraven en later naar Woerden. Vaak was hij op pad, overal schilderend, en kon niet goed kiezen tussen de stad en het land; regelmatig maakte hij een 'lekker schilderijtje' van een vaas met tulpen wat hij gemakkelijk kon verkopen.<ref name="EricErik Slagter" > EricErik Slagter, ''Nanninga - schilder, painter, peintre'', Openbaar Kunstbezit, 1987 {{ISBN|90 6515 050 1}}</ref> Zijn eerste solo-tentoonstelling had hij kort na de oorlog in 1946, in 'Kunstzaal Les Beaux Arts' in Den Haag. Door vriendschap met [[Sweder Ferdinandus Antonius Canisius Maria van Wijnbergen|S. baron van Wijngaarden]], burgemeester van Wassenaar, kon hij een tijd wonen in diens buitenhuis bij Cagnes-sur-Mer. Daar bleef hij slechts kort en betrok al spoedig een eigen studio aan de [[Rivièra]], waar hij in contact zou komen met het werk van [[Marc Chagall]], [[Georges Braque]], [[Georges Rouault]], [[Vincent van Gogh]] en anderen. Eind 1946 en gedurende 1947 verbleef hij enkele keren in Parijs waar hij hospiteerde aan de Académie Libre, ook wel de [[Académie de la Grande Chaumière]] genoemd; tegelijkertijd werd hij er door [[Geer van Velde]] begeleid (circa 1946-48). Van Velde gaf hem handreikingen tot abstract schilderen.<ref name="Metzemaekers" /> Onder invloed van [[kubisme]] en de Franse abstracte kunststromingen zou Nanninga pas circa 1949 echt in een abstracte stijl gaan werken.<ref name="JN">[https://www.nieuwehaagseschoolkunst.nl/artists/nanniga/nanningadiscr.htm 'Jaap Nanninga (1904 - 1962†)'] op website Nieuwe Haagse Schoolkunst</ref>
 
Later in het jaar 1948 vestigde hij zich definitief in Den Haag en kreeg al gauw een 'schuur' ter beschikking als atelier, door hem zelf als zijn 'hok' aangeduid; het lag midden tussen de bomen op het [[landgoed Clingendael]] in Wassenaar. Met wat oude stoelen en kasten had Nanninga het bewoonbaar gemaakt en er zijn eigen sfeer in aangebracht. Verwarming en sanitair waren gebrekkig en op een lage, schuine zolder stond zijn bed geplaatst. In de winter, wanneer het weer te bar werd, nam hij zijn intrek op één of ander particulier adres of in [[de Pauwhof]].<ref name="Goos Verweij">Goos Verweij (1977) [http://www.art-abstract.com/artikelen/nanninga.html "De Schilder Nanninga"], in publicatie ''Nanninga'' - ter gelegenheid van de expositie in het raadhuis van Heerlen, 1977</ref>
 
===Wel kleur - geen Cobra===
Kleur hield Nanninga veel bezig, zowel in zijn uitspraken als op papier. Altijd was het de kleur die hem zo enorm boeide, volgens zijn vriend Goos Verweij - die vaak bij hem op zijn atelier op bezoek kwam, of ze bezochten samen exposities. Toen ze een keer een tentoonstelling van [[Karel Appel]] bezochten was Nanninga erg enthousiast over de wijze waarop Appel zijn kleuren gebruikte, maar..'' 'als ik zelf zo rood op een doek zet, dan schrik ik er van..' '' - zo merkte hij op tijdens het bekijken van een schilderij van Appel. Volgens Verweij werkte Nanninga altijd met een matte verf die hij zelf samenstelde. Zijn doeken prepareerde hij eerst met een grondlaag waarin krijt was verwerkt [wat zuigt]. Hij bewonderde het werk van de Amsterdamse 'Experimentelen' (later [[Cobra (kunst)|Cobra]]) wel en bleef dat ook later volgen. Zijn belangstelling voor de experimenten van eigentijdse jonge kunstenaars bleek ook duidelijk, doordat na zijn dood in 1962 een aantal werken van hen werd aangetroffen in zijn nalatenschap.<ref name="Goos Verweij" /> [[Anton Rooskens]] en Appel (van de [[Experimentele Groep in Holland|experimentele Groep]], later overgaand in de Cobra-groep) hadden niet toevallig juist Nanninga en [[Piet Ouborg]] vanuit Amsterdam bezocht, om te kijken of zij zich aan konden / wilden sluiten bij hun nieuwe groep. Daar is verder niets uit voortgekomen dan een wederzijdse belangstelling, omdat de Amsterdammers, aldus Anton Rooskens: '..vonden dat hij [Nanninga] op dat moment nogal ver van ons af stond'.<ref name="EricErik Slagter" />
 
Nanninga was een colorist die zocht naar een heel individualistische en poëtische beeldtaal. Oosterse mystiek en 'primitieve culturen' gaven hem inspiratie; veel van zijn schilderijen droegen dan ook titels die naar deze culturen verwezen. Andere werken noemde hij 'Composities'; die verwezen naar de elementen kleur, lijn en vorm. Zijn abstracte werk bezit een stevige vormtaal met een wonderlijk subtiele en zachte uitstraling.
2.297

bewerkingen