Vrijwillige brandweer: verschil tussen versies

881 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (punt aan einde van de zin)
De '''vrijwillige brandweer''' is op dezelfde wijze toegerust tot de brandweertaken als de [[brandweer|beroepsbrandweer]] en heeft dezelfde verplichtingen. Vrijwilligers volgen dezelfde [[opleiding]]en en oefeningen, en het lidmaatschap van een vrijwillig brandweerkorps is geenszins vrijblijvend: uitrukken is verplicht, opleiding en oefening zijn dat ook.
 
Beroeps- en vrijwillige brandweerlieden hebben allen een dienstverband met de [[gemeente]], maar ze verschillen wat betreft de inhoud van hun dienstverband. Vrijwilligers zijn op afroep beschikbaar, beroeps hebben een vast dienstverband met de gemeente. Daarnaast zijn beroepsbrandweerlieden ’gekazerneerd’, wat wil zeggen dat ze tijdens diensten dag en nacht op de kazerne leven, terwijl vrijwilligers zich op afroep naar de kazerne spoeden. De vrijwilliger doet het brandweerwerk als bijtaak. Vaak mag deze van de werkgever het werk verlaten wanneer hij of zij opgeroepen wordt voor een dringende interventie. In deze gevallen wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij of zij binnen 2 tot 3 minuten na alarmering in de kazerne is. Dit laatste betekent dat de vrijwilliger alles wat hij aan het doen is moet "laten vallen" om tijdig op de kazerne te kunnen zijn, hetgeen zakelijk en privé een flinke belasting kan betekenen.
 
Ongeveer driekwart van de brandweerlieden is vrijwilliger. De laatste decennia zijn de taken van de brandweer flink verruimd, met name op het gebied van de [[hulpverlening]], en zijn de eisen die aan de brandweer worden gesteld veel strenger geworden. Hieraan wordt ook door vrijwilligers voldaan, door steeds meer opleiding en oefening en meer en beter materieel. Taakverzwaring valt verder te verwachten van het voorbereid willen zijn op het bestrijden van de gevolgen van terrorisme.
Daarnaast sluiten steeds meer bedrijven en instellingen hun brandmeldcentrale aan het systeem van de regionale brandweer en rukt de brandweer uit bij elke brandmelding. Aangezien het aantal meldingen toeneemt maar het grootste deel (meer dan 90%) van deze meldingen loos is neemt de bereidwilligheid onder werkgevers om personeel naar de brandweerkazerne te laten vertrekken onder werktijd af.
 
Het vrijwilligersmodel staat onder druk doordat vernieuwingen binnen de brandweer vanuit de ambtenarij en de beroepsbrandweer komen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de eigenaardigheden die een vrijwilligerskorps kenmerken. Aan de ene kant is het voor de meeste gemeenten niet op te brengen om een gebrek aan vrijwilligers te compenseren met meer beroepsbrandweerlieden en aan de andere kant zijn er nog steeds vrijwillige korpsen met een wachtlijst.
31.502

bewerkingen