Hoofdmenu openen

Wijzigingen

286 bytes verwijderd, 5 maanden geleden
k
→‎Trein: Een nieuwsbericht heeft m.i. geen toegevoegde waarde bij de toelichting op het begrip bovenleiding
In Nederland is een bovenleidingssectie - afstand tussen de gewichten - maximaal 1600 meter lang.
 
De gewichten zijn echter niet voldoende: de draad zal altijd een beetje doorzakken. Er wordt daarom gebruikgemaakt van kettingophanging: de draad wordt met verticale hangdraden opgehangen aan een draagkabel die in bogen tussen de portalen hangt. Door deze kettingophanging hangt de rijdraad vrijwel recht horizontaal en is ook bij hogehogere snelheden een goed contact tussen stroomafnemer en rijdraad mogelijk. Op baanvakken waar sneller dan 140 km/h mag worden gereden, is het noodzakelijk dat ook de draagkabel met gewichten beweegbaar wordt afgespannen. De draagkabel bestaat uit een aantal lagen koperdraad die beurtelings links- en rechtsom zijn gevlochten.
 
Bij de [[Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen|Belgische spoorwegen]] en bij de 1500 volt-bovenleiding in [[Frankrijk]] wordt vaak gebruikgemaakt van een extra draagkabel vlak boven de [[koper (element)|koperen]] rijdraden, de zogenaamde compound-bovenleiding.
 
De [[bovenleidingsportaal|portalen]] zijn van staal of beton en staan op afstanden van ongeveer 70 meter uit elkaar.
 
Om de stroomafnemer gelijkmatig te laten afslijten, wordt de rijdraad met een lichte [[Zigzag (lijn)|zigzag]] boven het spoor gespannen. Boven een recht stuk spoor in Nederland is die afwijking telkens 33 centimeter uit het midden naar links of naar rechts. In de jaren twintig van de 20e eeuw heeft de [[Nederlandse Spoorwegen|NS]] bij wijze van proef tussen [[Leiden]] en [[Haarlem]] de twee rijdraden afzonderlijk laten zigzaggen (naar elkaar toe, van elkaar af) in plaats van de beide rijdraden tegelijkertijd te laten zigzaggen, zoals nu gedaan wordt. Dit systeem bleek echter te bewerkelijk te zijn door de vele verschillende afstandhouders.
 
Bij bovenleidingen voor 25 kV wisselspanning is er ook vaak een ''negative feeder''-kabel aanwezig die in [[tegenfase]] staat met de bovenleiding om de [[Elektromagnetische compatibiliteit|EMC-straling]], die elektronische apparatuur stoort, te beperken. Ook is hier veelal een [[equipotentiaal]]leiding toegepast. In Nederland loopt op de meeste baanvakken boven de draagkabel nog een extra kabel (versterkingsleiding) om de elektrische weerstand te verkleinen.
 
In Nederland is de totale koperdoorsnede van de vier doorgaande leidingen 500 mm²: de twee rijdraden zijn ieder 100 mm² koper. De draagkabel is 150 mm² en de versterkingsleiding is eveneens 150 mm² koper. Op sommige plaatsen ontbreekt de versterkingsleiding of wordt een dunnere draagkabel toegepast van 70 mm² brons.
 
In België wordt de bovenleiding op mobiele bruggen niet onderbroken, maar mogen treinen ze slechts gebruiken bij snelheden onder 60 km/h. Als een trein sneller rijdt, moet hij zijn pantograaf laten zakken. Dit is trouwens geen probleem voor een elektrische trein: accu's blijven verlichting (soms slechts gedeeltelijk), omroepsysteem e.d. van stroom voorzien. Deze accu's worden opgeladen tijdens het rijden.
 
====Trivia====
In Hilversum viel in 2018 een onderstation uit, wat beperkingen veroorzaakte in het vermogen dat via de bovenleiding geleverd kon worden. Er werd besloten dat de intercity's, zolang de reparatie duurde, niet in Hilversum zouden stoppen.
 
====Bovenleidingssystemen in Nederland====
10.568

bewerkingen