Installatieautomaat: verschil tussen versies

172 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
Aardlekschakelaars dienen alleen voor persoonsbescherming, niet voor bescherming tegen brand.
Geen bewerkingssamenvatting
(Aardlekschakelaars dienen alleen voor persoonsbescherming, niet voor bescherming tegen brand.)
* Het tweede element is datgene dat beveiligt tegen [[Overbelasting (elektriciteit)|overbelasting]]. Dit is een '''thermische beveiliging''' met [[bimetaal]]. Bij langdurige te grote stroom treedt opwarming op van het bimetaal. Dit plooit door en bedient een palletje tegen het uitschakelmechanisme waardoor de automaat zal uitschakelen. Thermische uitschakeling is traag, dit komt omdat het enige tijd duurt alvorens het bimetaal zo warm wordt dat het gaat kromtrekken, hierdoor ontstaat een vertraging in de uitschakeling.
 
De overstroombeveiliging beveiligt de installatie enkel tegen kortsluiting (3 kA, 6 kA) en overbelasting (16 A, 20 A) maar niet tegen verliesstromen (aardfouten), als deze geen kortsluiting tot gevolg hebben. Om de gebruikers te beschermen tegen [[elektrocutie]], en om te voorkomen dat bij een slechte aarding door optredendeeen lekstromenaardlek brandde ontstaataarding spanning gaat voeren, dientmoet de installatie voorzien te zijn van [[aardlekschakelaars. Tegenwoordig worden steeds vaker aardlekautomaten toegepast; een combinatie van een aardlekschakelaar]]s en een installatieautomaat in één behuizing.
 
== De curve ==
Anonieme gebruiker