Kort geding: verschil tussen versies

2 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
k
spelling
k (spelling)
In België kunnen in spoedeisende gevallen door de [[voorzitter (rechtbank)|voorzitters]] van de rechtbanken voorlopige beslissingen worden genomen over zaken die tot de bevoegdheid van hun rechtbank behoren. Dat kan zowel bij de [[rechtbank van eerste aanleg]], bij de [[ondernemingsrechtbank]] als bij de [[arbeidsrechtbank]]. Het moet dan wel gaan over dringende zaken en de beslissing is voorlopig: zij heeft geen invloed op de zaak zelf. Hiermee wordt bedoeld dat een rechter in kort geding de rechtspositie van de partijen niet definitief en onherroepelijk mag wijzigen, maar wel de feitelijke toestand. Een kortgedingrechter kan dus bijvoorbeeld niet bepalen dat een contract (definitief) geldig is of dat een contract ontbonden wordt, maar wel dat een contract (voorlopig) moet blijven uitgevoerd worden.
 
Als de zaak ook nog behoefte heeft aan een verrassingseffect, bijvoorbeeld een schuldeiser die beslag wil laten leggen, kan er een beschikking komen op [[eenzijdig verzoekschrift]]. Deze procedure heeft niks te maken met de kort geding procedurekortgedingprocedure, de enige gelijkenissen zijn dat men ook snel een uitspraak kan bekomen en dat dezelfde rechter (de voorzitter van de bevoegde rechtbank) oordeelt. De wet stelt dat dit alleen mogelijk is als ''absolute noodzaak'' aanwezig is. De tegenpartij verneemt de beslissing dan pas nadat ze genomen is; vanzelfsprekend kan hij derdenverzet aantekenen. Ook hierin zit een verschil met de beschikking uit kort geding: zij wordt gewezen op tegenspraak (dus met een tegenpartij), terwijl de procedure met het ''eenzijdig'' verzoekschrift, uit haar aard, geen tegenpartij behoeft.
 
== Externe links ==
467

bewerkingen