Hoofdmenu openen

Wijzigingen

49 bytes toegevoegd ,  10 maanden geleden
→‎Maastricht als bedevaartstad: neutraler geformuleerd
[[Bestand:20180531 Maastricht Heiligdomsvaart 15.jpg|thumb|[[Crypten van de Sint-Servaasbasiliek#Sint-Servaascrypte|Sint-Servaascrypte]] in de [[Sint-Servaasbasiliek (Maastricht)|Sint-Servaasbasiliek]]. De merovingische sarcofaag is hier later geplaatst]]
[[Bestand:Toningsformulier relieken, OLV-kerk, Maastricht (begin 17e eeuw).jpg|thumb|Toningsformulier [[Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming (Maastricht)|Onze-Lieve-Vrouwekerk]] met de belangrijkste relieken. In het midden het Byzantijns patriarchaalkruis]]
Voordat er in Maastricht een [[heiligdomsvaart]] plaatsvond, was de stad al vele eeuwen een bedevaartstad van betekenis. Eind 6e eeuw was [[Gregorius van Tours]] de eerste die melding maakte van de toeloop naar het graf van Sint-Servaas en de vele wonderen die daar geschieddengeschied zouden zijn. In die tijd verving, eveneens volgens Gregorius, bisschop [[Monulfus van Maastricht|Monulfus]] de provisorische grafkapel door een grote stenen kerk.<ref>[[Gregorius van Tours]] (587): ''Liber in gloria confessorum'' ("De Roem van de Belijders"), hoofdstuk 71 ([https://www.academia.edu/attachments/55209963/download_file?st=MTUzMTQ4OTEzNSw4My4xNjMuMTk4LjEzNSwxNjQwMjQ4MQ%3D%3D&s=profile&ct=MTUzMTQ4OTEyNSwxNTMxNDg5MTYwLDE2NDAyNDgx PDF download link, bijlage 2]).</ref> Ook de oudste [[heiligenkalender]]s en [[hagiografie]]ën uit de 8e en 9e eeuw vermelden pelgrimages en wonderbaarlijke genezingen bij het graf van de heilige.<ref>Koldeweij (1990a), pp. 97-98.</ref> De kerk van Monulfus moest door het groeiend aantal pelgrims diverse malen worden vergroot, voor het laatst in de 11e eeuw. Door schenkingen kwam de [[Sint-Servaasbasiliek (Maastricht)|Sint-Servaaskerk]] in bezit van steeds meer [[Relikwie|relieken]], vaak gevat in kostbare [[reliekhouder]]s, wat weer nieuwe bedevaartgangers aantrok. Voor pelgrims waren in Maastricht veel [[aflaat|aflaten]] te verkrijgen; een Franse pelgrim rekende in 1453 uit dat in een jaar tijd in Maastricht zo'n 800 jaar aan strafvermindering in het [[Vagevuur]] was te verdienen. Omstreeks 1600 ging men ervan uit dat een bedevaart naar Maastricht een volle aflaat opleverde, dat wil zeggen volledige kwijtschelding van de tijdelijke straffen voor tot dan toe begane en betreurde [[Zonde (christendom)|zonden]].<ref>Koldeweij (1990a), pp. 91-92.</ref>
 
Ook de [[Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming (Maastricht)|Onze-Lieve-Vrouwekerk]] bezat een belangrijke verzameling relieken. De [[kerkschat]] kreeg omstreeks 1100 een flinke impuls door de verwerving van het Byzantijns patriarchaalkruis en het zogenaamde kruisje van Constantijn, beide naar alle waarschijnlijkheid na de [[Eerste Kruistocht]] (1096-99) meegebracht (of geroofd) uit [[Constantinopel]].<ref group=noot>Beide kruisreliekhouders werden in 1837 door een ex-kanunnik aan de paus geschonken en bevinden zich sedertdien in de schatkamer van de [[Sint-Pietersbasiliek]] in [[Vaticaanstad]]. Pogingen om de schatten terug te krijgen leverden niets op.</ref> Verder was de Onze-Lieve-Vrouwekerk bekend vanwege het zogenaamde kleed van [[Lambertus van Maastricht|Lambertus]], de reliekbuste van [[Bartolomeüs (apostel)|Bartolomeüs]], de gordel van [[Maria (moeder van Jezus)|Maria]] en relieken van [[Barbara van Nicomedië|Sint-Barbara]], waarvan vooral die laatste twee populair waren bij de pelgrims.<ref>De Kreek (1990), p. 130, 133.</ref> Het later zeer populaire [[genadebeeld]] van [[Sterre der Zee (Maastricht)|Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee]] kwam pas veel later in bezit van deze kerk.<ref group=noot>De grote populariteit van de Sterre der Zee dateert van na 1607, toen [[paus Paulus V]] er een volle aflaat aan verbond. Het beeld bevond zich toen bij de [[Franciscanen in Maastricht|Maastrichtse minderbroeders]]. Koldeweij (1990a), p. 98. Op 29 maart 1804 schonken leden van de Broederschap van Onze Lieve Vrouwe het 'ondergedoken' beeld aan de [[Sint-Nicolaaskerk (Maastricht)|Sint-Nicolaaskerk]]. In 1837 verhuisde het met de Nicolaasparochie naar de aanpalende Onze-Lieve-Vrouwekerk. {{aut|Ingrid M.H. Evers}} (2006): 'Een parochiekerk in de achttiende eeuw: het interieur van de Sint-Nicolaaskerk te Maastricht', in: ''Publications'', nr. 142, p. 224.</ref>
 
Tussen de twee [[kapittelkerk]]en bestond grote rivaliteit, met name als het ging om het aantrekken van bedevaartgangers, waarmee grote financiële belangen waren gemoeid. Het [[Sint-Servaaskapittel]] claimde op grond van een overeenkomst uit 1354 het alleenrecht om relieken te tonen in de open lucht.<ref>Ubachs/Evers (2005), p. 440: 'relieken'.</ref> Het [[Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming (Maastricht)|Onze-Lieve-Vrouwekapittel]] kon daardoor zijn relieken slechts tonen in de eigen kerk. Mogelijk werd daarvoor de bovengalerij in het oostkoor gebruikt. Het kapittel heeft in de 15e eeuw en later herhaalde malen gepoogd het monopolie van het Sint-Servaaskapittel aan te vechten. Het voerde diverse processen over de reliekentoning in het openbaar, tot aan de paus toe, maar tevergeefs.<ref name=delahaye116>De la Haye (1990), pp. 116-117.</ref> De rivaliteit tussen beide kapittels speelde ook waar het de waarde van hun relieken betrof. Zo maakte het Sint-Servaaskapittel goede sier met een kopie van het pronkstuk van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het Byzantijns patriarchaalkruis, dat het omstreeks 1490 liet kopiëren (zie: [[Patriarchaalkruis (Maastricht)|Patriarchaalkruis]]).<ref>Margry/Caspers (2000), p. 467.</ref>
23.194

bewerkingen