Ringmuren van Leuven: verschil tussen versies

2.552 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
 
====[[Verloren Kosttoren|Verloren kosttoren]]====
[[Bestand:200697_Verlorenkosttoren.jpg|alt=|miniatuur|Wat vandaag nog rest van de Verloren Kosttoren aan de Mechelsevest]]
[[Bestand:Keizersberg,_Leuven.PNG|alt=|miniatuur|270x270px|Links van het toenmalig kasteel [[Abdij van Keizersberg|Keizersberg]] (ook al in verval), de kapotte Verloren Kosttoren; dit moet zowat de laatste portrettering geweest zijn van de toren. De tekening dateert van 9 jaar voor de afbraak in 1787.]]
De Toren van Verloren Kost<ref>Latijnse naam: Impensa Perdita. Franse naam: Dépense Perdue.</ref> (1463-1787), oorspronkelijk Grote Toren genoemd, was de hoogste vestingtoren van de buitenste stadsmuren van het [[België|Belgische]] [[Leuven]] gelegen in de provincie [[Vlaams-Brabant]]. De naam Verloren Kost komt van de zware factuur voor de stad Leuven om haar te bouwen. Uiteindelijk heeft ze, militair gesproken, nauwelijks gediend.[[Bestand:200697_Verlorenkosttoren.jpg|alt=|miniatuur|Wat vandaag nog rest van de Verloren Kosttoren aan de Mechelsevest|links]]De Grote Toren herinnert aan de militaire bouwstijl in de 15e eeuw. Het was onderdeel van de buitenste stadswallen van Leuven en bevond zich tussen de ''Wijngaardenpoort'' (vandaag: Brusselsepoort) enerzijds en anderzijds de ''Wilselse Poort'' of ''Buitenburchtpoort'' of ''Bergpoort''<ref>Deze 3 synoniemen beschrijven de poort: op de weg naar Wilsele, juist aan de buitenkant van de [[Abdij van Keizersberg|Keizersberg]], en op een berg gelegen.</ref> (vandaag: Mechelsepoort). In 1462 tekende [[Matthijs de Layens|Mathieu de Layens]] het bouwplan; op dat moment stonden de stadswallen er al. Hij metselde zelf met zijn metsers de Grote Toren. Alzo bewees [[Matthijs de Layens|Mathieu de Layens]] dat hij niet alleen burgerlijke en kerkelijke gebouwen kon neerzetten, maar ook een militair [[Vesting (verdedigingswerk)|vestingsgebouw]]. De bouw van de Grote Toren sleepte toch ettelijke jaren aan. Ze lag op de hoogste heuvel buiten Leuven. De gemetselde toren kreeg een houten dakconstructie met loden afwerking en bladgoud erop (300 bladen goud volgens de stadsarchieven)<ref name="VanEven" />. Deze toren was vijfmaal hoger dan de andere torens van de vestingmuren.
 
De Grote Toren herinnert aan de militaire bouwstijl in de 15e eeuw. Het was onderdeel van de buitenste stadswallen van Leuven en bevond zich tussen de ''Wijngaardenpoort'' (vandaag: Brusselsepoort) enerzijds en anderzijds de ''Wilselse Poort'' of ''Buitenburchtpoort'' of ''Bergpoort''<ref>Deze 3 synoniemen beschrijven de poort: op de weg naar Wilsele, juist aan de buitenkant van de [[Abdij van Keizersberg|Keizersberg]], en op een berg gelegen.</ref> (vandaag: Mechelsepoort). In 1462 tekende [[Matthijs de Layens|Mathieu de Layens]] het bouwplan; op dat moment stonden de stadswallen er al. Hij metselde zelf met zijn metsers de Grote Toren. Alzo bewees [[Matthijs de Layens|Mathieu de Layens]] dat hij niet alleen burgerlijke en kerkelijke gebouwen kon neerzetten, maar ook een militair [[Vesting (verdedigingswerk)|vestingsgebouw]]. De bouw van de Grote Toren sleepte toch ettelijke jaren aan. Ze lag op de hoogste heuvel buiten Leuven. De gemetselde toren kreeg een houten dakconstructie met loden afwerking en bladgoud erop (300 bladen goud volgens de stadsarchieven)<ref name="VanEven" />. Deze toren was vijfmaal hoger dan de andere torens van de vestingmuren.
 
Vanaf de 16e eeuw zat er een stadswacht op de uitkijk boven in de toren. Hij had er een rode vlag en een witte vlag, de kleuren van het [[wapen van Leuven]].<ref>Steden in het [[hertogdom Brabant]] kenden geen belfort. In het [[graafschap Vlaanderen]] was een [[Belforten in België en Frankrijk|belfort]] wel gebruikelijk in steden. De stadswacht van Leuven installeerde zich daarom in een vestingstoren.</ref> De toren werd in [[1634]] enigszins gerestaureerd doch dit was nutteloos, want in 1635 werd de toren erg beschadigd tijdens het [[Beleg van Leuven]]. Tijdens een storm in 1674 vloog de dakconstructie weg en stond de toren voortaan bovenaan open.
Tijdens het Oostenrijks bestuur in de [[Oostenrijkse Nederlanden|Zuidelijke Nederlanden]], diende de toren als gevangenis (tot 1750). Van 1750 tot 1770 liep iedereen er vrij in en uit; Leuvenaars bewonderden er het uitzicht over de stad en de wijde omgeving. In 1770 sloot het stadsbestuur van Leuven de toegang af wegens te gevaarlijk. De toren diende nog even als opslagkamer voor buskruit (1780). In 1787 verkocht de stad de Verloren Kosttoren aan een particulier en deze brak de toren af. Sinds 1998 is de ruïne beschermd.<ref>{{Citeer web|url=https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200697|titel=Verloren Kosttoren|bezochtdatum=|auteur=|achternaam=Mondelaers|voornaam=Lydie|auteurlink=|medeauteurs=Klaartje Verloove|datum=2009|formaat=|werk=Inventaris Onroerend Erfgoed|uitgever=Vlaamse Overheid|paginas=|taal=|archiefurl=|archiefdatum=|dodeurl=|citaat=}}</ref>
 
====[[Waterpoorten van Leuven|Grote Spuije ]]====
In [[1365]] werd, als bekroning van de bouw van de tweede stadsomwalling, het [[Sluis|sluizencomplex]] de "Grote Spui" opgericht. De grote sluis overbrugde de Dijle met vier arcades. In de tweehonderd jaar die volgden op de bouw had de [[waterpoort]], naast de zorg voor de waterhuishouding, vooral een defensief karakter als onderdeel van de versterking. Het is pas in de 16de eeuw dat er in de bogen van de sluizen ook een waterrad werd opgehangen. Dat zorgde voor de aandrijving van een watermolen. De molen werd in 1559 opgericht op de eerste arcade van de Grote Spui. Met een onderbreking in de 16de eeuw - het complex deed korte tijd dienst als papiermolen - heeft het gebouw tot 1813 zijn oorspronkelijke functie behouden. In 1837 werd het gebouw opgenomen in een groot graanmolencomplex.
<br />{{appendix|1=Bronvermelding|2=
[[Bestand:2023006_24062A51_priref_23771.jpg|alt=|links|miniatuur|De Grote Spuije in 1860]]
Ondertussen was in [[1661]] bij de Grote Spui een [[IJzermolen|ijzermolen]] gebouwd. In 1667 zou de ijzermolen dan zijn omgevormd tot [[moutmolen]] en zou men aan de andere kant van de sluizen, aan de overkant van de Volmolenbrug, een smoutmolen met brouwerij hebben opgericht. [[Ferrariskaarten|Ferraris]] (1770-1777) geeft aan de overkant van de Grote Spui een vierkant volume weer: voormalige ijzermolen of de smoutmolen met brouwerij? Later wordt het geheel opgenomen in een groter geheel.
 
Bij de aanleg van de Leuvense ring in 1952 werd de Volmolenbrug nogmaals verbreed. Het huis uit 1842 aan de overkant van de straat was daarbij het laatste fabrieksgebouw dat onder de sloophamer ging.
[[Bestand:200130_-_België_-_Leuven_-_Grote_Spui_-_08.JPG|alt=|miniatuur|De Grote Spui vandag]]
Van de constructie die oorspronkelijk bekend stond als de Grote Spui en die uiteindelijk via de vol- en ijzermolens uitgroeide tot een indrukwekkend fabriekscomplex, is vandaag voornamelijk het gedeelte bewaard dat vroeger de waterpoort uitmaakte.
 
Vanuit de huidige Tervuursevest bekeken zijn de sluizen gedeeltelijk verborgen achter een lage bakstenen muur. Het sluizensysteem, dat zich onder een betonnen bovenbouw bevindt, bestaat uit vier bogen met houten sluisdeuren die opgehaald kunnen worden met een tand- en heugelsysteem. Sinds hun ontstaan zijn aan deze sluizen voortdurend herstellings- en aanpassingswerken uitgevoerd.<ref>{{Citeer web|url=https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/200130|titel=Waterpoort De Grote Spui|bezochtdatum=20/12/2018|auteur=Agentschap Onroerend Erfgoed|achternaam=|voornaam=|datum=|uitgever=|taal=nl}}</ref><br />{{appendix|1=Bronvermelding|2=
;Bibliografie
* Edward Van Even, ''Louvain dans le passé & le présent'', uitgeverij Auguste Fonteyn, 1895<br />
54

bewerkingen