Ringmuren van Leuven: verschil tussen versies

3.453 bytes toegevoegd ,  1 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
(→‎Bouw: even publiceren dat ik verder kan in visueel)
{{Meebezig}}
[[Bestand:Leuven,_Belgium_;_Atlas_Van_Loon.jpg|alt=|miniatuur|500x500px|Een kaart van Leuven van [[Joan Blaeu]] waarop beide muren duidelijk zichtbaar zijn]]
 
De [[België|Belgische]] [[stad]] [[Leuven]] heeft door de [[middeleeuwen]] twee [[Ringmuur|'''ringmuren''']] gekend: een [[Romaanse architectuur|'''romaanse''']] uit de [[12e eeuw]], en een uit de [[14e eeuw|'''14e''' eeuw.]]
 
== Eerste ringmuur ==
 
=== Bouw ===
Op de top van een aarden [[wal]], die ze eerder al hadden opgehoopt, bouwde men de eigenlijke ringmuur. Deze was een vijftal meter hoog, en haar [[fundering]] lag twee meter onder de grond.
 
Deze was een vijftal meter hoog, en haar fundering lag twee meter onder de grond.
De stad kocht al in juni [[1357]] grote hoeveelheden [[Baksteen|bakstenen]], [[Zandsteen|zand]], [[Kalksteen|kalk]] en [[natuursteen]] aan en liet deze vervoeren naar de vesten zodat de metselaars konden beginnen op de stukken waar de wal voltooid was.
Meester Jan Horen kreeg de leiding over alle metselwerken, dus stond hij zowel
 
in voor de bouw van de muren als van de definitieve poorten en waterpoorten.
Voor de vesten aan de zuidkant wilde men goed voorbereid te werk gaan, met de ervaringen van de binnenvesten in het achterhoofd. Op plaatsen waar deze binnenvesten door een drassig gebied liepen, waren er immers veel vaker herstellingen nodig. Daarom liet men de bouwmeesters van de Brusselse tweede stadsomwalling – die ook op dat moment gebouwd werd – naar Leuven komen om advies te geven voor de aanleg van de vesten aan de Hovepoort (Naamsepoort).
Vanaf 1358 nam de stad ook Henric Sammen als bouwmeester aan om de
 
metselwerken te leiden, samen met Jan Horen.
De nieuwe [[stadsmuur]] wordt pas expliciet vermeld in [[oktober]] [[1360]], maar hier betreft het dan ook een uitgavenpost voor de uitbetaling van een [[aannemer]]. De bouw van de muur vorderde gestaag – we kunnen het verloop goed volgen aan de hand van een regelmatig terugkerende betaling van een ploeg stemetsers (steenmetsers, metselaars) – en was zowat voltooid in [[mei]] [[1362]]. Dit lijkt enorm snel, maar de muur van de tweede stadsomwalling was dan ook zeer eenvoudig van opbouw, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de eerste Leuvense stadsomwalling. Het is opvallend dat de pas afgewerkte muur op sommige stukken al heropgetrokken moest worden. Dat dit enkel aan de kwaliteit van het [[metselwerk]] lag, is echter niet zeker: indien de wal waarop de muur gebouwd werd op sommige plaatsen onder de al aangehaalde [[erosie]] of verzakkingen te lijden had, had zelfs de stevigste muur niet stand kunnen houden. De enorme tijdsdruk waaronder de bouw van deze versterkingsbouw diende te gebeuren, zal alleszins deels verantwoordelijk geweest zijn voor het vaak invallen van de muur. Natuurlijk kan een slechte uitvoering op sommige plaatsen eveneens een rol hebben gespeeld.<ref>{{Citeer tijdschrift|achternaam=Lenaerts|voornaam=Hans|medeauteurs=|taal=nl|url=http://www.leuvenshistorischgenootschap.be/maps/Nieuwsbrief%20LHG%202015-01%20-%20nr%2044%20p.%2016%20%20-%20De%202de%20ringmuur.%20De%20oprichting%20van%20de%20muuur%20-%20Hans%20Lenaerts%20LR.pdf|titel=De 2de ringmuur:
De stad kocht al in juni [[1357]] grote hoeveelheden bakstenen, zand, kalk en
het optrekken van de stadsmuur|jaargang=nr 44, 2015|tijdschrift=Nieuwsbrief van het [[http://www.leuvenshistorischgenootschap.be/|LHG]]|datum=1 maart 2015}}</ref>
natuursteen aan en liet deze vervoeren naar de vesten zodat de metselaars
konden beginnen op de stukken waar de wal voltooid was.
Voor de vesten aan de zuidkant wilde men goed voorbereid te werk gaan, met de ervaringen van de
binnenvesten in het achterhoofd. Op plaatsen waar deze binnenvesten door een
drassig gebied liepen, waren er immers veel vaker herstellingen nodig. Daarom
liet men de bouwmeesters van de Brusselse tweede stadsomwalling – die ook
op dat moment gebouwd werd – naar Leuven komen om advies te geven voor
de aanleg van de vesten aan de Hovepoort.
De nieuwe stadsmuur wordt pas expliciet vermeld in oktober 1360, maar hier
betreft het dan ook een uitgavenpost voor de uitbetaling van een aannemer.
In dergelijke posten staan doorgaans meer details om de uitgaven te
rechtvaardigen. Toch zien we dat beide bouwmeesters die vanaf 1358 instonden
voor de metselwerken al vanaf dan regelmatig betaald werden voor bewezen
diensten, vaak met de vermeldingen “ane die vesten en met sijner werclieden”.
We kunnen daaruit gerust afleiden dat beiden al vanaf 1358 met muren (en
stadspoorten) bezig waren. Op 28 oktober 1360 volgt dan de hoger vermelde
post samen met andere uitbetalingen aan de aannemers die de muur “verdinct”
(de aanbesteding gewonnen) hebben. Hier vinden we tevens een eenheidsprijs
van 3 Oude Schilden per roede.
De bouw van de muur vorderde gestaag – we kunnen het verloop goed
volgen aan de hand van een regelmatig terugkerende betaling van een ploeg
stemetsers (steenmetsers, metselaars) – en was zowat voltooid in mei 1362. Dit
lijkt enorm snel, maar de muur van de tweede stadsomwalling was dan ook zeer
eenvoudig van opbouw, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de eerste Leuvense
stadsomwalling. Het is opvallend dat de pas afgewerkte muur op sommige
stukken, waar hij gevallen was, al heropgetrokken moest worden. Dat dit enkel
aan de kwaliteit van het metselwerk lag, is echter niet zeker: indien de wal waarop
de muur gebouwd werd op sommige plaatsen onder de al aangehaalde erosie
of verzakkingen te lijden had, had zelfs de stevigste muur niet stand kunnen
houden. De enorme tijdsdruk waaronder de bouw van deze versterkingsbouw
diende te gebeuren, zal alleszins deels verantwoordelijk geweest zijn voor het
vaak invallen van de muur. Natuurlijk kan een slechte uitvoering op sommige
plaatsen eveneens een rol hebben gespeeld.
 
=== Sloop ===
 
==== Verloren kosttoren ====
De Toren van Verloren Kost<ref>Latijnse naam: Impensa Perdita. Franse naam: Dépense Perdue.</ref> (1463-1787), oorspronkelijk Grote Toren genoemd, was de hoogste vestingtoren van de buitenste stadsmuren van het [[België|Belgische]] [[Leuven]] gelegen in de provincie [[Vlaams-Brabant]]. De naam Verloren Kost komt van de zware factuur voor de stad Leuven om haar te bouwen. Uiteindelijk heeft ze, militair gesproken, nauwelijks gediend.
 
De Grote Toren herinnert aan de militaire bouwstijl in de 15e eeuw. Het was onderdeel van de buitenste stadswallen van Leuven en bevond zich tussen de ''Wijngaardenpoort'' (vandaag: Brusselsepoort) enerzijds en anderzijds de ''Wilselse Poort'' of ''Buitenburchtpoort'' of ''Bergpoort''<ref>Deze 3 synoniemen beschrijven de poort: op de weg naar Wilsele, juist aan de buitenkant van de [[Abdij van Keizersberg|Keizersberg]], en op een berg gelegen.</ref> (vandaag: Mechelsepoort). In 1462 tekende [[Matthijs de Layens|Mathieu de Layens]] het bouwplan; op dat moment stonden de stadswallen er al. Hij metselde zelf met zijn metsers de Grote Toren. Alzo bewees Mathieu de Layens dat hij niet alleen burgerlijke en kerkelijke gebouwen kon neerzetten, maar ook een militair vestingsgebouw. De bouw van de Grote Toren sleepte toch ettelijke jaren aan. Ze lag op de hoogste heuvel buiten Leuven. De gemetselde toren kreeg een houten dakconstructie met loden afwerking en bladgoud erop (300 bladen goud volgens de stadsarchieven)<ref name="VanEven" />. Deze toren was vijfmaal hoger dan de andere torens van de vestingmuren.
 
Vanaf de 16e eeuw zat er een stadswacht op de uitkijk boven in de toren. Hij had er een rode vlag en een witte vlag, de kleuren van het [[wapen van Leuven]].<ref>Steden in het [[hertogdom Brabant]] kenden geen belfort. In het [[graafschap Vlaanderen]] was een [[Belforten in België en Frankrijk|belfort]] wel gebruikelijk in steden. De stadswacht van Leuven installeerde zich daarom in een vestingstoren.</ref> De toren werd in [[1634]] enigszins gerestaureerd doch dit was nutteloos, want in 1635 werd de toren erg beschadigd tijdens het [[Beleg van Leuven]]. Tijdens een storm in 1674 vloog de dakconstructie weg en stond de toren voortaan bovenaan open.
==== Grote Spuije of Volmolen ====
 
Tijdens het Oostenrijks bestuur in de [[Oostenrijkse Nederlanden|Zuidelijke Nederlanden]], diende de toren als gevangenis (tot 1750). Van 1750 tot 1770 liep iedereen er vrij in en uit; Leuvenaars bewonderden er het uitzicht over de stad en de wijde omgeving. In 1770 sloot het stadsbestuur van Leuven de toegang af wegens te gevaarlijk. De toren diende nog even als opslagkamer voor buskruit (1780). In 1787 verkocht de stad de Verloren Kosttoren aan een particulier en deze brak de toren af. Sinds 1998 is de ruïne beschermd.<ref>{{Citeer web|url=https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200697|titel=Verloren Kosttoren|bezochtdatum=|auteur=|achternaam=Mondelaers|voornaam=Lydie|auteurlink=|medeauteurs=Klaartje Verloove|datum=2009|formaat=|werk=Inventaris Onroerend Erfgoed|uitgever=Vlaamse Overheid|paginas=|taal=|archiefurl=|archiefdatum=|dodeurl=|citaat=}}</ref> <gallery>
Bestand:Theatrum Vrbium 00149 Leuven.jpg|Vooraan links in de middeleeuwse stadswallen, de Verloren Kosttoren
Bestand:Keizersberg, Leuven.PNG|Links van het toenmalig kasteel [[Abdij van Keizersberg|Keizersberg]] (ook al in verval), de kapotte Verloren Kosttoren; dit moet zowat de laatste portrettering geweest zijn van de toren. De tekening dateert van 9 jaar voor de afbraak in 1787.
Bestand:Peter Snayers - The Relief of Louvain.jpg|Rechts valt de Grote Toren te bemerken tijdens het [[Beleg van Leuven]]
</gallery>
 
{{appendix|1=Bronvermelding|2=
54

bewerkingen