Lodewijk XIV van Frankrijk: verschil tussen versies

12.138 bytes verwijderd ,  3 jaar geleden
 
In 1685 keek Lodewijk nog vanaf de zilveren troon van Versailles neer op de vernederde doge van de [[republiek Genua]]. Vier jaar later moest hij die troon wegens geldgebrek laten omsmelten. Hij zag zijn zoon [[Lodewijk van Frankrijk (1661-1711)|Lodewijk]] in 1711 en een jaar later kleinzoon [[Lodewijk van Frankrijk (1682-1712)|Lodewijk]] en diens vrouw [[Maria Adelheid van Savoye]] en twee van hun kinderen kort na elkaar sterven. Na het overlijden van de tweede kleinzoon [[Karel van Frankrijk (1686-1714)|Karel]] in 1714 hing het voortbestaan van de dynastie af van één enkel achterkleinkind, de latere [[Lodewijk XV van Frankrijk|Lodewijk XV]]. Er dreigde een machtsstrijd tussen de Orléans-tak en de [[buitenechtelijk kind|bastaarden]] (gesteund door Madame de Maintenon), ingeval ook de jonge erfgenaam zou sterven. Dat gebeurde niet, wellicht door toedoen van diens gouvernante, [[madame de Ventadour]], die niet toeliet dat de koninklijke dokters de kleine behandelden (medische behandeling was in die tijd een belangrijke doodsoorzaak). Lodewijk werd in zijn laatste jaren geplaagd door allerlei pijnlijke kwalen zoals jicht. Hij bezweek ten slotte aan een geïnfecteerde wond die zich tot het zeer pijnlijke [[gangreen]] ontwikkelde. Lodewijk XIV overleed vier dagen voor zijn 77e verjaardag in 1715.
 
=== Politiek ===
Toen Lodewijk XIV in 1661 zelf ging regeren, was hij, zoals zijn voorgangers, koning bij de gratie van God, plaatsvervanger van God op aarde; dit is het zogenaamde ''[[droit divin]]''. Politieke filosofen zoals [[Jean Bodin]], of [[Pierre de Bérulle]] meenden dat sociale stabiliteit alleen verwezenlijkt kon worden door een vorst die boven de gewone wet stond, en alleen door de "fundamentele" wetten (ongeschreven grondwet) en de verdragen gebonden was. De theoloog [[Jacques-Bénigne Bossuet|Bossuet]] goot deze absolutistische theorie in theologische vormen<ref>Bossuet schrijft "Le service de Dieu et le respect pour les rois sont choses unies" en "Aussi Dieu a-t-il mis dans les princes quelque chose de divin."</ref> en werd beloond met een carrière als bisschop.
 
Voor een eerste minister met een positie zoals Mazarin had gehad, was er geen plaats. De superintendant van Financiën, [[Nicolas Fouquet]], die op die post gehoopt had, werd met hulp van [[Jean-Baptiste Colbert]] beschuldigd van verduistering, waarna hij tot verbanning werd veroordeeld, hetgeen door Lodewijk werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. De koning regeerde alleen.
 
Onder de absolute vorst hadden de [[Parlement van Parijs|Franse Parlementen]] (geen volksvertegenwoordigingen, maar (adellijke) [[rechtbank]]en, waarin de rechters konden protesteren tegen koninklijke beslissingen) en de [[Staten-Generaal (Frankrijk)|Staten-Generaal]], in feite geen macht en ook de [[minister]]s stonden volledig onder zijn gezag. Hij slaagde erin het remonstratierecht van de Parlementen op te schorten: de Parlementen konden nog wél protesteren, maar pas ná de registratie van de koninklijke [[edict]]en. Vermoedelijk heeft de traumatische ervaring van [[La Fronde (opstand)|La Fronde]], die deels in de Parlementen begonnen was, hierin een belangrijke rol gespeeld: Lodewijk wilde voorkomen dat anderen ooit zo veel macht zouden kunnen krijgen dat zij de rust in het koninkrijk konden bedreigen.
 
Lodewijk XIV regeerde met een sterk uitgebreid [[Centralisme|centralistische bestuursapparaat]]. Belangrijke posten werden toegekend aan mensen uit de [[burger]]stand. Wie hem trouw diende, werd hier voor beloond en werd niet vervangen. Hij probeerde waar mogelijk de macht van de parlementen en gerechtshoven te beperken. [[Gouverneur]]s verloren hun reëel gezag over de provincies. Ze konden maar drie jaar deze functie uitoefenen en herbenoeming was niet vanzelfsprekend. Een nieuwe structuur met "intendanten", die de financiën en de administratie controleerden van het gebied waar zij voor stonden, holde de functie van gouverneur uit.
 
Om zijn absolute macht in veiligheid te stellen probeerde Lodewijk de adel, zijn voornaamste binnenlandse rivaal, uit te schakelen. De edelen dienden voortdurend aan het hof aanwezig te zijn; de belangrijksten kregen er een appartement. [[Hofhouding|Hovelingen]] moesten optreden als figuranten in ingewikkelde rituelen waarvan de koning het centrum was. Zij moesten zich rond zijn persoon verdringen om titels, eerbewijzen, functies en geld te ontvangen. Wegblijven kon het koninklijk ongenoegen opwekken. De zonen en dochters van de beruchte "frondeurs" kibbelden wie het Koninklijk Ontwaken mocht bijwonen, wie het Koninklijke Hemd mocht aanreiken en wie voorrang had, dat wil zeggen wie vóór wie in de stoet mocht lopen. (Hierover werden processen gevoerd, door [[Louis de Rouvroy|Saint-Simon]] tegen de hertog van Luxemburg.)
 
Aan Lodewijk XIV wordt wel de uitspraak "L'état, c'est moi" ("De staat, dat ben ik") toegeschreven, maar dat is historisch niet juist. Maar de koning heeft wel "Quand on a l'état en vue, on travaille pour soi"<ref>"Wanneer men voor de staat werkt, werkt men voor zich" J. Lognon, Mémoires, 1927/1983</ref> gezegd. [[Jacques-Bénigne Bossuet|Bossuet]] stelde "tout l'état est en lui".<ref>Vertaling: "In hem is geheel de staat"</ref> Een protestants criticus stelde in een pamflet dat "Le Roi a pris la place de l'état".<ref>Vertaling: "De koning heeft de plaats van de staat ingenomen", citaat uit de anoniem uitgegeven "Soupirs de la France esclave" (vertaling: "De tranen van het geknechte Frankrijk"), Een pamflet tegen Lodewijk XIV. 1689, Blz. 89</ref> Hierin klinkt de kritiek dat de koning door zijn [[autocratie|autocratische bestuur]] de Franse [[constitutie]] schond.
 
Lodewijk werd ook met God vereenzelvigd. Hij was een "image vivante de Dieu".<ref>G. Lacour Gayet,"L'éducation politique de Louis XIV, 1898, Blz. 306 en 357</ref> Hij werd ook als de heilige Lodewijk afgebeeld en zo in processies meegedragen. Deze idolatrie werd in het buitenland, met name in Rome en in de protestantse naties, afgekeurd. Als uitvloeisel van zijn met [[chrisma]] gezalfde koningschap kon Lodewijk na zijn kroning ook de hand opleggen om [[Koningszeer|huidziekten (scrofula)]] te genezen.<ref name="Peter Burke">Peter Burke</ref>
 
In 1671 werd Lodewijk XIV op een in Parijs geslagen penning voor het eerst "LOUIS LE GRAND" genoemd. Het werd tijdens zijn regering gebruikelijk om de naam van de koning en dit [[epitheton]] (eretitel) steeds in hoofdletters te drukken, ook wanneer de rest van de tekst in onderkast (kleine letters) was gezet. Deze persoonsverheerlijking nam gedurende de succesvolle periode van het regime tot ongeveer 1690 steeds grotere vormen aan. De bijnaam "De Grote" beklijfde niet. Lodewijk wordt nog wel als "De Zonnekoning" aangeduid. In Parijs herinnert het [[Lycée Louis-le-Grand]] aan de koning. Veel van zijn monumenten werden in de [[Franse Revolutie]] verwoest.
 
Om zijn macht te versterken en de rust te bewaren gingen Lodewijk XIV en minister Colbert per edict van 1667 over tot een hervorming van de [[politie]]. Onder luitenant-generaal van Politie [[Gabriel Nicolas de La Reynie]] werden de vier concurrerende politiemachten onder controle gebracht. Een netwerk van [[spion]]nen (''mouches'' en ''moutons'') voorzag sindsdien de Franse koningen van informatie. La Reynie controleerde met harde hand de drukpers en voerde de [[Lettres de cachet]] uit.
 
[[Bestand:Louis XIV crosses the Rhine at Lobith - Lodewijk XIV trekt bij het Tolhuis bij Lobith de Rijn over, 12 juni 1672 (Adam Frans van der Meulen).jpg|thumb|''Lodewijk XIV trekt bij het Tolhuis bij Lobith de Rijn over in 1672'', door [[Adam Frans van der Meulen]]]]
[[Bestand:Louis14-Maastricht1673.jpg|thumb|''Lodewijks aankomst tijdens het [[Beleg van Maastricht (1673)|Beleg van Maastricht]] in 1673'', door [[Adam Frans van der Meulen]]]]
[[Bestand:France 1643 to 1715-fr.svg|miniatuur|250px|right|Frankrijks gebiedsuitbreidingen van 1643 tot 1715]]
 
Het eerste deel van zijn regeerperiode werd Lodewijk XIV gezien als een heel goede koning, die Frankrijk vooruit hielp op allerlei vlakken. Lodewijks minister [[Jean-Baptiste Colbert|Colbert]] slaagde erin door middel van zijn politiek van het [[mercantilisme]] de economische slagkracht van Frankrijk aanzienlijk te verbeteren ten opzichte van de twee belangrijkste concurrenten, [[koninkrijk Engeland]] en de [[Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden|Nederlandse Republiek]], destijds een machtige handelsnatie. Desalniettemin leidden de dure hofhouding en de vele oorlogen tot grote financiële problemen, zeker na Colberts dood in 1683.
 
De [[Hollandse Oorlog]] brak in 1672 uit omdat de Republiek weigerde mee te werken aan het plan van Lodewijk om de [[Spaanse Nederlanden]] te verdelen tussen Frankrijk en de Republiek. (Al in de jaren dertig had Frankrijk hierop aangedrongen, maar de Republiek had ook toen al liever een bufferzone onder controle van het verzwakte [[Spaanse Rijk|Spanje]] dan een grens met het steeds machtiger wordende Frankrijk.) Het jaar 1672 ging vooral wegens de Franse invasie als het [[Rampjaar]] voor de Nederlandse Republiek de geschiedenis in. Het stadhouderloze regentenregime van [[Johan de Witt]] stortte in en prins [[Willem III van Oranje]] kwam als stadhouder aan de macht. Hij zou de rest van zijn leven een anti-Franse politiek voeren. Lodewijk bereikte in die oorlog het hoogtepunt van zijn macht, mede dankzij zijn bekwame ministers Jean-Baptiste Colbert (financiën en handel) en [[François-Michel le Tellier]], de markies de Louvois (defensie).
 
Aan beide zijden hadden zowel [[protestant]]se als katholieke mogendheden hun eigen redenen om mee te doen. De Republiek kreeg voormalig aartsvijand Spanje nu ineens als bondgenoot. Voor Engeland leek deze oorlog een geschikte gelegenheid om af te rekenen met de belangrijkste rivaal ter zee, zodat de [[Derde Engels-Nederlandse Oorlog]] tegelijk met de Hollandse oorlog uitbrak. Het [[prinsbisdom Münster]] liep in 1674 over van het Franse naar het anti-Franse kamp. In datzelfde jaar werd [[Franciscus van den Enden]] in Parijs opgehangen, omdat die betrokken zou zijn bij een [[coup]]. Bij de [[Vrede van Nijmegen]] in 1678 lijfde Frankrijk de [[Franche-Comté]] in en speelde Lodewijk voor scheidsrechter tussen andere Europese mogendheden. Rond 1681 veroverde hij de [[Elzas]] en in 1683 en 1684 had hij succes met de verovering van een deel van de Spaanse Nederlanden. Lodewijk had zich ondertussen in heel Europa wel de status van de grote boeman verworven. Er werden steeds succesvollere coalities tegen hem gesmeed, waarin prins Willem III een hoofdrol speelde.
 
[[Bestand:Anselmus-van-Hulle-Hommes-illustres MG 0430.tif|left|thumb|Lodewijk XIV, gravure naar schilderij van [[Anselmus van Hulle]].]]
De laatste 25 jaar van zijn regering liepen de zaken daarom heel wat minder. Ministers Colbert en Louvois waren gestorven (1683 en 1691) en de koning had geen bekwame vervangers gevonden. De [[Negenjarige Oorlog (1688-1697)]] barstte los, 'alleen maar', omdat Lodewijk zich bemoeide met de opvolging van de [[Lijst van bisschoppen en aartsbisschoppen van Keulen|bisschop van Keulen]], die ook [[keurvorst]] van het [[Heilige Roomse Rijk]] was. De [[Liga van Augsburg]] tegen Frankrijk kreeg hierdoor vaste vorm; deze bestond uit maar liefst zeven mogendheden, drie protestantse en vier katholieke. Hieruit bleek eens temeer dat het beteugelen van de Franse hegemonie in Europa de hoogste prioriteit had gekregen. Er werden vooral in de [[Zuidelijke Nederlanden]] en in het Duitse [[Rijnland (Duitsland)|Rijnland]] geweldige verwoestingen aangericht. De afloop, vastgelegd als de [[Vrede van Rijswijk]], werd als een gelijkspel beschouwd, dat zowel volgens Frankrijk als haar vijanden een vervolg eiste. Dat vervolg kwam er, toen Lodewijk probeerde een van zijn kleinzonen op de in 1700 vacant geworden Spaanse troon te krijgen. Frankrijks tegenstanders, zowel protestanten als katholieken, vreesden dat vereniging van Frankrijk en Spanje zou leiden tot een geheel onbeheersbare hegemonie van Frankrijk, waarmee de [[Spaanse Successieoorlog]] (1701-1713) onvermijdelijk werd. De inmiddels ook koning van Engeland geworden stadhouder Willem III speelde hierin tot zijn dood in 1702 weer de rol van tegenspeler van Lodewijk. In deze oorlog leed Frankrijk vanaf 1704 een aantal zware nederlagen in veldslagen, wat het sinds 1643 niet meer gewend was. Frankrijks hoofddoel in die oorlog, het verenigen van de Spaanse en Franse kroon, werd niet bereikt al kwam Lodewijks kleinzoon en daarmee een tak van het [[Huis Bourbon]], wel op de Spaanse troon als [[Filips V van Spanje]]. Alle oorlogvoerenden raakten uitgeput, maar Frankrijk was nog steeds het machtigste land van Europa. Het in 1707 verenigde [[koninkrijk Groot-Brittannië]] was nog het minst tevreden; het had zich tot belangrijkste rivaal van Frankrijk ontwikkeld, mede door het voortschrijdende verval van Spanje en het beginnende verval van de Nederlandse Republiek.
 
Na 1690, toen tegen de verwachting en bedoeling in de Negenjarige oorlog was uitgebroken, ontstond steeds meer kritiek op de absolutistische politiek van de zonnekoning. Aartsbisschop [[François Fénelon]], een van de voorlopers van de [[Verlichting (stroming)|Verlichting]] uitte in besloten kring sinds 1699 en vooral rond 1710, toen de Spaanse Successieoorlog al negen jaar duurde en voor Frankrijk niet goed verliep, zijn ongenoegen en bekritiseerde de oorlogszuchtige koning.
 
===Religie===
Anonieme gebruiker