Hoofdmenu openen

Wijzigingen

894 bytes toegevoegd, 11 maanden geleden
[[Bestand:Marum - Schildmeer.jpg|275px|thumb|links|Schildmeer met een roeiboot, een zeilboot en een molen ([[Egbert van Marum]], ca. 1790)]]
 
Het Schildmeer is van oorsprong een [[meerstal]] dat in een [[hoogveen]]gebied lag en verbonden was met het [[Schildmaar]] (ook wel ''Schiltmaar'' of ''de Schilt'' genoemd), dat rond 1870 werd vergraven tot het [[Afwateringskanaal van Duurswold]]. Deze meerstal was wel veel kleiner dan het huidige meer. Een deel van de verkaveling van Hellum liep vroeger aan de overzijde van het meer door - een aanwijzing dat dit deel van het meer pas lange tijd na de eerste ontginningen is ontstaan. Door de overwegende zuidwestenwind kalfden de oevers steeds verder af en ontstond een in zuidwest-noordoostelijke richting georiënteerd meer. Mogelijk werd dit proces nog versneld door [[vervening|veenafgravingen]].<ref>{{Citeer web|url=http://www.noorderbreedte.nl/pdf/93109.pdf|paginas=p. 30|titel=Noorderbreedte Exkursie: Duurswold|auteur=Huig, P. & J. Lobstein|jaar=1993|werk=[[Noorderbreedte (tijdschrift)|Noorderbreedte]]|dodeurl=ja|archiefurl=https://web.archive.org/web/20140924042429/http://www.noorderbreedte.nl/pdf/93109.pdf|archiefdatum=2014-09-24}}</ref> De oorspronkelijke ontginning van dit veengebied gebeurde vanafwaarschijnlijk vanuit de dorpenrij [[Siddeburen]], [[Schildwolde]], [[Hellum]]. Het grondgebied van dedeze dorpen zettenzette zich aan de andere zijde van het meer voort, wat ook blijkt de uit de sloten aan beide zijden van het meer (met name in Hellum) die in elkaars verlengde lagen. Ook komt het tot uitdrukking in de naam [[Overschild|Waterschap|'t Over Schildt]] voor de polder ten westen van het meer en in de dorpsnaam [[Overschild (dorp)|Overschild]].<ref>Meindert Schroor, Jan Meijering: Golden Raand, Landschappen van Groningen. Assen 2007 ISBN 9789077548233. blz. 221</ref> Omdat de strokenverkaveling zich doorzet aan beide zijden van het meer en zich daar dus niks van het water aan lijkt te trekken, is wel gesteld dat het meer moet zijn ontstaan na de verkaveling, tussen de 10e en 12e eeuw.<ref>{{Citeer web|url=http://www.noorderbreedte.nl/pdf/97115.pdf|titel=De Wolden: Landschap tussen Fivel en Siep|auteur=Klaas Wildeman|jaar=1997|werk=Noorderbreedte|paginas=p. 42}}</ref>
 
De ontwatering van het meer vond aanvankelijk plaats via het [[Afwateringskanaal van Duurswold|Schildmaar]] in de richting van de Slochter Ae en de Fivel, zoals blijkt uit voormalige sloten en geulen in de omgeving van Luddeweer. Omstreeks 1200 werd het meer vervolgens afgetapt door het graven van het Garreweerstermaar in de richting van het Damsterdiep; later volgde de aanleg van [[De Groeve (kanaal)|De Groeve]]. Hierdoor is het waterpeil vermoedelijk flink gezakt. Door de voortgaande ontginning van de venen rond het meer zakte het bodemoppervlak, waardoor verdere ontwatering nodig werd. Voor deze activiteiten was vooral het [[Woldzijlvest]] verantwoordelijk. Later werd het [[Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen#SLochterzijlvest|Slochterzijlvest]] opgericht, dat zich om afwatering van de gebieden ten noorden van het Schildmaar en ten zuiden van het (latere) Slochterdiep bemoeide. De [[Graauwedijk]] voorkwam dat het water uit hoger gelegen streken naar het Schildmeer terugstroomde.
 
In het zuidwesten van het meer ontstond in de 18e eeuw het ''Kleijne Schilt'', een inham naar het zuidwesten, waarin het eilandje Vossebult lag. Het eilandje dat ongeveer een hectare groot was, kwam in handen van de adellijke familie Polman Gruys te Garreweer; later verlandde het gebied en werd er een poldermolen gebouwd. Mogelijk is het identiek aan de ''Ffosseweer to Hellum gelegen over den Schylt'', vermeld in 1544. Tegenwoordig vormt dit deel onderdeel van het natuurgebied 'Vossenbult'. Aan westzijde, tegenover Steendam, loopt de oever van het meer uit in een punt, die al rond 1750 [[Tetjehorn]] (Gronings: ''Taitjehörn'' of ''Taitjemui's hörn'') werd genoemd. Volgens de sage was Taitjemui een vrouwelijke roofridder, die scheepsbemanningen vermoordde en zich van de lading meester maakte. Ook zouden er bij het nabijgelegen Schildhuis stenen van een verdwenen borgstee zijn gevonden.<ref>E.J. Huizenga-Onnekes, ''[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB05:000035938:00231 Groninger volksverhalen]'', 1930, p. 225-230.</ref> Concrete bewijzen voor dit verhaal ontbreken. Ook Tetjehorn werd in 2000 ingericht tot natuurgebied, dat wordt beheerd door [[Staatsbosbeheer]].
14.641

bewerkingen