Centraal Museum: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  1 jaar geleden
(→‎Geschiedenis: link Google Books)
==Geschiedenis==
[[Bestand:Utrechtse Stedelijk Museum van Oudheden Grolman 1889.jpg|{{largethumb}}|De voorloper van het museum in het [[stadhuis van Utrecht|Utrechtse stadhuis]] (''tekening uit 1889 door [[Anthony Grolman|A. Grolman]])]]
Een verzameling door de stad Utrecht van oudheidkundige voorwerpen was reeds lange tijd gaande en in de 19e eeuw ontstond de behoefte deze uit te breiden en tentoon te stellen in een museum. In 1830 kwam er een museum in het [[stadhuis van Utrecht|Utrechtse stadhuis]] dat onder beheer kwam te staan van de stads[[archivaris]]. De openstelling voor het publiek vond op 5 september 1838 plaats en werd verricht door de Utrechtse burgemeester [[Hubert Matthijs Adriaan Jan van Asch van Wijck|Van Asch van Wijck]]. Het museum bestond uit een tentoonstellingsruimte van vier kamers op de bovenste verdieping van het stadhuis. Voor een kwartje per persoon kon het Utrechtse publiek elke woensdagmiddag anderhalf uur lang kennismaken met de kunstschatten van de stad. De gedachte hierachter was dat iedereen van de stadscollectie kon genieten. Bezoekers kregen bij binnenkomst een catalogus mee met de titel: ''Verzameling van Oud Beeldwerk en ander oudheden, Teekeningen en Schilderijen, meestal tot de Stad Utrecht betrekking hebbende en behoorende tot het Archief derzelve Stad''<ref>Google Books,: [https://books.google.nl/books?id=kINSAAAAcAAJ&pg=PA1 ''Verzameling van Oud Beeldwerk en ander oudheden, Teekeningen en Schilderijen, meestal tot de Stad Utrecht betrekking hebbende en behoorende tot het Archief derzelve Stad'']</ref>. Van Asch van Wijck was de belangrijke stimulator achter het museum en hij streefde verdere ordening en uitbreiding van de collectie na. Na zijn dood in 1843 trad een periode van verwaarlozing aan. Het ''Stedelijk Museum van Oudheden'' in het stadhuis was weliswaar het eerste in zijn soort in Nederland maar feitelijk een oudheidskamer waar alleen een kenner goed wegwijs kon worden.
 
[[Samuel Muller Fz.]] werd in 1874 de archivaris van de stad Utrecht en het museum kwam in datzelfde jaar onder zijn beheer. Al spoedig liet hij het opknappen en herinrichten. Muller ordende de voorwerpen daarin meer op [[chronologie]] en soort. Tevens liet hij een uitgebreide speurtocht doen op andere plaatsen waar mogelijk nog interessante voorwerpen zouden kunnen zijn, die hij vervolgens in [[bruikleen]] of [[eigendom]] vroeg.
67.300

bewerkingen