Etsen: verschil tussen versies

13 bytes toegevoegd ,  4 jaar geleden
# '''''Nabewerking''''' - Na het inbijten wordt de eventuele aangebrachte etsgrond verwijderd, en vindt er desgewenst een nabewerking plaats.
 
==Het etsproces voorals specifiekediepdruktechniek toepassingen==
=== Etsen als diepdruktechniek ===
Binnen de wereld van de kunst wordt het etsen gebruikt als [[diepdruk]]techniek waarbij er getekend wordt op een met vernis afgedekte koperen of zinken plaat. De tekening wordt vervolgens ingebeten in zuur en op vochtig papier afgedrukt.
 
==== Polijsten van de etsplaat ====
Het etsen gebeurt op een koperen of zinken plaat. Deze plaat mag gepolijst worden met fijn schuurpapier of een polijstmiddel om een zo glad mogelijk etsoppervlak te verkrijgen. De scherpe randen worden - indien gewenst - van een facet met een schuine kant voorzien, door met een [[vijl|zoete vijl]] of schaar de zijkanten iets af te schuinen. Dit om te voorkomen dat bij het "afslaan" de handen opengehaald worden en ook om het [[drukkersvilt]] te beschermen tegen sneden door de zeer hoge druk van de [[etspers]].
 
==== Aanbrengen van etsgrond en lijntekening ====
De voorkant (beeldzijde) van de metalen plaat wordt afgedekt met etsgrond, een vloeibaar opgebrachte laag waarin voornamelijk bijenwas en white spirit zitten, of een bol harde etsgrond, die op een verwarmde plaat wordt uitgerold. Om lokale plekken af te dekken, zoals bij [[aquatint]], gebruikt men een afdeklaag, afdek[[vernis]] genoemd, die bestaat uit asfaltpoeder en terpentijn. De achterzijde van de plaat dekt men af met spirituslak (schellak opgelost in spiritus). Dat is handig bij het reinigen van de beeldkant, daar schellak (gomlak) enkel met alcohol (ethanol, methanol) of thinner oplost en de vernis aan de beeldkant (voorzijde) enkel met terpentine of white spirit. Vaak gebruikt men om de achterzijde af te dekken bruin tape (plakband) dat snel op te brengen is.
Vervolgens brengt de etser met een etsnaald of scherp voorwerp de afbeelding (lijnets) in de afdeklaag aan, rekening houdend met de afdruk die in spiegelbeeld op de afdruk (drager, blad) komt te staan.
 
==== Toepassen van het etsmiddel ====
Afhankelijk van het gebruikte metaal en de bedoelingen van de etser, wordt de plaat in zuur of in zout gebeten (geëtst). Het bijten in een zoutoplossing (van ijzer(III)chloride) heeft als voordeel dat het de lijnen uitsluitend in de diepte bijt. Een nadeel van bijten in zout is dat de ijzerchlorideoplossing een ondoorzichtige bruine vloeistof is. De etser ziet dus niet wat hij doet, maar moet weten hoelang hij een plaat moet baden om tot een goed resultaat te komen. Bovendien dient de etsplaat omgekeerd – met afbeeldingskant naar beneden – in de etsbak te worden geplaatst. Bijten in koper kan met salpeterzuur en ijzerchloride. Salpeterzuur werkt niet of zeer traag onder een temperatuur van 12 graden Celsius. Zinkplaten in ijzerchloride etsen kan goed, maar geeft gevaarlijke dampen af. In de regel worden koperen etsplaten in ijzerchloride en zinken platen in salpeterzuur gebeten. Bij salpeterzuur is de lijn rafelig en heeft deze de neiging iets breder te worden. Na het inbijten wordt de etsgrond verwijderd met terpentine of white spirit.
 
==== Afwerking ====
Als een plaat klaar is, wrijft men in de lijnen inkt. Vervolgens wordt de plaat afgeslagen: de inkt wordt eerst met bol tarlatan (kaasdoek) van de plaat afgewreven, vervolgens wordt er met een snelle beweging van de hand, waarbij de muis van de hand heel licht over de plaat 'scheert', het oppervlakte van de etsplaat volledig schoongeveegd. Dit heet 'afslaan', zodat alleen de inkt in de geëtste partijen blijft staan. Daarna drukt men de ingeïnkte plaat onder een etspers af op ingevocht papier. Eerst legt men 2 - 3 lagen vilt over het bewerkte etspapier dat over de afgeslagen etsplaat ligt. Door de zeer hoge druk van de etspers - tussen de 900 en 2000 kg daar waar de wals het vilt raakt- duwen de lagen vilt het papier in alle met inkt gevulde lagen van de etsplaat en gaat het ingevochte papier een noodgedwongen synthese aan met de etsinkt op oliebasis.
 
Tijdens het etsproces maakt de etser regelmatig proefdrukken of tussendrukken. Deze tussendrukken noemt men '''staten'''. Op basis hiervan kan telkens een volgende stap gezet worden.
 
== Het etsproces voor etsen van glas ==
=== Glas ===
Glas kan worden geëtst met [[waterstoffluoride]] of [[ammoniumfluoride]] om er afbeeldingen op aan te brengen. Met een mal wordt een patroon aangebracht. Het glas wordt in een zuur gedompeld. Het fluorwaterstof reageert met het glas. De uitvinding werd in 1787 gedaan door [[Jean-Pierre Marcassus de Puymaurin]] in [[Toulouse (stad)|Toulouse]].<ref>{{fr}} [http://books.google.nl/books?id=sozNAAAAMAAJ&pg=PA428 De l'acide fluorique]</ref>
 
=== ElektronischeHet etsproces voor elektronische schakelingen ===
Elektronische schakelingen worden vaak gemaakt door een dunne laag koper op een isolerende ondergrond zodanig te etsen (met [[ammoniumpersulfaat]], [[IJzer(III)chloride|ferrichloride]] of een mengsel van [[zoutzuur]] en [[waterstofperoxide]]) dat er verbindingen overblijven tussen de verschillende elektronische onderdelen ('[[Printplaat|gedrukte bedrading]]').
 
== Het etsproces ten behoeve van microstructuuronderzoek ==
=== Onderzoek van de microstructuur ===
De specifieke behandeling is afhankelijk van het materiaal dat geëtst wordt, en de precieze details die er bekeken moeten worden. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen macroscopisch en microscopisch onderzoek. Voor het macroscopisch onderzoek hoeft er minder fijn gepolijst te worden.
 
== Etsmiddelen ==
28.119

bewerkingen