Verfransing van Brussel: verschil tussen versies

10 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
| title= Au nom de la Wallonie et de Bruxelles français: Les origines du FDF
| first= Chantal | last= Kesteloot | location= | year= 2004 | pages= 375 | isbn=9782870279878 | accessdate=26 april 2013
}}</ref><!--zie bladzijde 25--><ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 32-33--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="veron"/><!--zie bladzijde 268--> naar analogie met Wallonië, en tweetaligheid van de centrale administratie en van alle besturen in de Brusselse agglomeratie.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 32-33--> De Vlamingen hoopten door de afbakening van de taalgebieden de opgang van het Frans aan banden te leggen, en in het bijzonder de Brusselse "olievlek" in te dijken.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijde 34--><ref name="veron"/><!--zie bladzijde 257--> De [[Algemeen enkelvoudig stemrecht|verenkelvoudiging van het stemrecht]] in 1918 maakte het kiesrecht onafhankelijk van het inkomen of de opleidingsniveau, en gaf een groter gewicht aan de Vlaamse bevolking, die armer was dan de rest.<ref name="treffers"/><!--zie bladzijde 9--> In de jaren 1920 werd door het overwegend [[Christendemocratie|christendemocratische]] noorden en het [[Socialisme|socialistische]] zuiden een compromis bereikt dat neerkwam op een eerste officiële bevestiging van het [[territorialiteitsbeginsel]]<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 36--><ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 66--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> en bijgevolg van het bestaan van een taalgrens.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 211--> De taalwet van 1921 was van toepassing op alle bestuursniveau's, en niet alleen op het taalgebruik met het publiek maar ook van de interne diensten.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> Zowel de leidende, verfranste klasse in Vlaanderen als de grote groep Vlaamse inwijkelingen in Wallonië zouden zich moeten neerleggen bij de eentaligheid van de streek.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 35-36--> België werd bijgevolg opgedeeld in drie taalgebieden: een eentalig Nederlands gebied in het noorden (Vlaanderen), een eentalig Frans gebied in het zuiden (Wallonië) en een tweetalig deel (Brussel), hoewel in dat laatste gebied de meerderheid van de bevolking nog Nederlandstalig was. De 17 gemeenten in de Brusselse agglomeratie, het tweetalige deel van België, mochten hun interne bestuurstaal vrij kiezen.<ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 38--> Dit was steeds Frans,<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> op [[Sint-Stevens-Woluwe]] na.
 
In de jaren 1920 werd door het overwegend [[Christendemocratie|christendemocratische]] noorden en het [[Socialisme|socialistische]] zuiden een compromis bereikt dat neerkwam op een eerste officiële bevestiging van het [[territorialiteitsbeginsel]]<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 36--><ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 66--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> en bijgevolg van het bestaan van een taalgrens.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 211--> De taalwet van 1921 was van toepassing op alle bestuursniveau's, en niet alleen wat het taalgebruik met het publiek betrof maar ook van de interne diensten.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> Zowel de leidende, verfranste klasse in Vlaanderen als de grote groep Vlaamse inwijkelingen in Wallonië zouden zich moeten neerleggen bij de eentaligheid van de streek.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 35-36--> België werd bijgevolg opgedeeld in drie taalgebieden: een eentalig Nederlands gebied in het noorden (Vlaanderen), een eentalig Frans gebied in het zuiden (Wallonië) en een tweetalig deel (Brussel), hoewel in dat laatste gebied de meerderheid van de bevolking nog Nederlandstalig was. De 17 gemeenten in de Brusselse agglomeratie, het tweetalige deel van België, mochten hun interne bestuurstaal vrij kiezen.<ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 38--> Dit was steeds Frans,<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> op [[Sint-Stevens-Woluwe]] na.
 
Basisscholen werden pas na 1883 toegelaten om in het Nederlands te onderwijzen. In 1881 stond het gemeentebestuur toe dat geboorte-, overlijdens- en huwelijksakten, met ingang van 1884, ook in het Nederlands opgesteld werden.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijdes 67-68--> Van deze optie werd echter in 1892 slechts in respectievelijk 11, 5 en 21 procent van de gevallen gebruikgemaakt.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijde 68--> Pas in 1889 werd het Nederlands toegelaten in de rechtszaal, zij het enkel voor mondelinge getuigenissen. Het behoud van de dominante positie van het Frans en het uitblijven van een effectieve taalregeling leidden tot een massaal verfransingsproces van het Brussels hoofdstedelijk gebied.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 36--><ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 248-->
4.416

bewerkingen