Verfransing van Brussel: verschil tussen versies

1.399 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
k
k
<big>De Brusselse gemeenten worden uitgesloten van de vernederlandsing van het lokale bestuur.</big><ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250-->
 
Tussen 1973 en de [[Eerste Wereldoorlog]] werden meerdere [[Taalwetgeving in België|taalwetten]] gestemd. Samen garandeerden ze een beperkte plaats voor het Nederlands in Vlaanderen, zonder aan de suprematie van het Frans in het algemeen te raken.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 59--><ref name="balans"/><!--zie bladzijde 31--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 134-->
In 1873 werd de wet-Coremans (de ''[[Taalwetgeving in België#1873: de eerste taalwet|eerste taalwet]]'') goedgekeurd, die aan Nederlandstaligen onder meer het recht gaf in het Nederlands terecht te staan.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 201--> Deze strafwet betrof enkel de Vlaamse provincies [[Limburg (Belgische provincie)|Limburg]], [[Antwerpen (provincie)|Antwerpen]], [[West-Vlaanderen]] en [[Oost-Vlaanderen]] en het [[arrondissement Leuven]], en de flaminganten verkregen niet de toepassing ervan in het [[arrondissement Brussel]].<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> Op verzoek van de beklaagde kon de strafzaak nog steeds in het Frans verlopen.<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> De meeste gemeentebesturen waren volledig Franstalig, maar daar zou na de wet-De Laet (de ''[[Taalwetgeving in België#1878: de tweede taalwet|tweede taalwet]]'') uit 1878 geleidelijk verandering in komen. Volgens deze bestuurswet moest in de Vlaamse provincies en het arrondissement Leuven alle communicatie met het publiek in het Nederlands plaatsvinden, ook al bleef het Frans toegelaten als de particulier daarom vroeg.<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> Ook deze wet gold niet voor Brussel en de eerste acht randgemeenten,<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> waar Nederlandstalige dienstverlening enkel moest op verzoek of als antwoord op Nederlandse brieven. De wet-Coremans-de Vigne (de ''[[Taalwetgeving in België#1883: de derde taalwet|derde taalwet]]'') van 1883 gaf een grotere plaats aan het Nederlands in de rechtspraak, het bestuur en het middelbaar onderwijs.<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> Deze wet zorgde ervoor dat in de Nederlandstalige provincies het Nederlands aan de openbare middelbare school inderdaad veld won,<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> maar in de veel talrijker katholieke scholen werd de taal streng uitgesloten<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 63-64--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 138--> en in de praktijk bleek zij niet van toepassing op de Brusselse agglomeratie, waar het Frans de enige voertaal bleef.<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 253--> De invoering van het [[algemeen meervoudig stemrecht]] in 1893 breidde het kiesrecht uit naar de grote massa Nederlandstaligen, wat de druk om het Nederlands een betere plaats te geven in het bestuur verder vergrootte.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 32--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 382--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijdes 135-136-->
 
In 1873 werd de wet-Coremans (de ''[[Taalwetgeving in België#1873: de eerste taalwet|eerste taalwet]]'') goedgekeurd, die aan Nederlandstaligen onder meer het recht gaf in het Nederlands terecht te staan.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 201--> Op verzoek van de beklaagde kon de strafzaak nog steeds in het Frans verlopen.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 59--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> Deze strafwet betrof enkel de Vlaamse provincies [[Limburg (Belgische provincie)|Limburg]], [[Antwerpen (provincie)|Antwerpen]], [[West-Vlaanderen]] en [[Oost-Vlaanderen]] en het [[arrondissement Leuven]], en de flaminganten verkregen niet de toepassing ervan in het [[arrondissement Brussel]].<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> In 1872 had het Brusselse [[Hof van beroep (België)|Hof van Beroep]] voor het eerst pleidooien in het Nederlands toegestaan, op voorwaarde dat er een vertaling in het Frans zou worden voorzien.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 59-->
De ''[[Gelijkheidswet]]'' van 1898 stelde officieel beide talen op gelijke voet en bepaalde dat alle wetten en officiële bekendmakingen van de centrale overheid in beide talen moesten geschieden.<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 82--> Dit was de eerste taalwet die betrekking had op het hele Belgische grondgebied.<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 136--> Deze stap zou eerder symbolisch blijken, want in de praktijk veranderde er niet veel.<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 82--><ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> Rond 1900 werden de meeste grote Vlaamse steden, [[taalgrensgemeente]]n en gemeenten van de Brusselse agglomeratie nog hoofdzakelijk in het Frans bestuurd. Door de bank genomen had de taalwetgeving voorlopig betrekkelijk weinig effect<ref name="treffers"/><!--zie bladzijde 8--> — aan de plaats van het Frans werd niet geraakt<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 31--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 134--> — maar het feit dat ze tot stand kwam impliceerde dat de regering, in tegenstelling tot wat zij verwacht had, erkende dat de taalvrijheid ingevoerd in 1830 weliswaar had geleid tot de volledige onderschikking van het Nederlands aan het Frans, maar niet tot de algemene verfransing van de Vlaamse bevolking.<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> De vroege taalwetgeving versterkte bovendien het Nederlands als overkoepelende standaardtaal voor de Vlaamse dialecten — in 1840 had de regering officieel de [[Geschiedenis van de Nederlandse spelling|spelling van het Nederlands]] vastgelegd<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 130--> — hoewel ze nog steeds een lage status genoot.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 32-->
 
De wet-De Laet (de ''[[Taalwetgeving in België#1878: de tweede taalwet|tweede taalwet]]'') uit 1878 zorgde ervoor dat het Nederlands geleidelijk aan gebruik won in het bestuur.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 61--> Volgens deze bestuurswet moest in de Vlaamse provincies en het arrondissement Leuven alle communicatie met het publiek in het Nederlands plaatsvinden, ook al bleef het Frans toegelaten als de particulier daarom vroeg.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijdes 60-61--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> Ook deze wet gold niet voor Brussel en de eerste acht randgemeenten,<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> waar Nederlandstalige dienstverlening enkel moest op verzoek of als antwoord op Nederlandse brieven.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 61-->
 
In 1873 werd de wet-Coremans (de ''[[Taalwetgeving in België#1873: de eerste taalwet|eerste taalwet]]'') goedgekeurd, die aan Nederlandstaligen onder meer het recht gaf in het Nederlands terecht te staan.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 201--> Deze strafwet betrof enkel de Vlaamse provincies [[Limburg (Belgische provincie)|Limburg]], [[Antwerpen (provincie)|Antwerpen]], [[West-Vlaanderen]] en [[Oost-Vlaanderen]] en het [[arrondissement Leuven]], en de flaminganten verkregen niet de toepassing ervan in het [[arrondissement Brussel]].<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> Op verzoek van de beklaagde kon de strafzaak nog steeds in het Frans verlopen.<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> De meeste gemeentebesturen waren volledig Franstalig, maar daar zou na de wet-De Laet (de ''[[Taalwetgeving in België#1878: de tweede taalwet|tweede taalwet]]'') uit 1878 geleidelijk verandering in komen. Volgens deze bestuurswet moest in de Vlaamse provincies en het arrondissement Leuven alle communicatie met het publiek in het Nederlands plaatsvinden, ook al bleef het Frans toegelaten als de particulier daarom vroeg.<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 133--> Ook deze wet gold niet voor Brussel en de eerste acht randgemeenten,<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> waar Nederlandstalige dienstverlening enkel moest op verzoek of als antwoord op Nederlandse brieven. De wet-Coremans-de Vigne (de ''[[Taalwetgeving in België#1883: de derde taalwet|derde taalwet]]'') van 1883 gaf een grotere plaats aan het Nederlands in de rechtspraak, het bestuur en het middelbaar onderwijs.<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> Deze wet zorgde ervoor dat in de Nederlandstalige provincies het Nederlands aan de openbare middelbare school inderdaad veld won,<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> maar in de veel talrijker katholieke scholen werd de taal streng uitgesloten<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 63-64--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 138--> en in de praktijk bleek zij niet van toepassing op de Brusselse agglomeratie, waar het Frans de enige voertaal bleef.<ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 253--> De invoering van het [[algemeen meervoudig stemrecht]] in 1893 breidde het kiesrecht uit naar de grote massa Nederlandstaligen, wat de druk om het Nederlands een betere plaats te geven in het bestuur verder vergrootte.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 32--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 382--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijdes 135-136--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 62-->
 
De ''[[Gelijkheidswet]]'' van 1898 stelde officieel beide talen op gelijke voet en bepaalde dat alle wetten en officiële bekendmakingen van de centrale overheid in beide talen moesten geschieden.<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 82--> Dit was de eerste taalwet die betrekking had op het hele Belgische grondgebied.,<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 136--> Dezemaar stapraakte niet aan de eentaligheid van Wallonië, de hegemonie van het Frans in Vlaanderen of de interne bestuurstaal van de staat.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 62--> De Gelijksheidswet zou eerder symbolisch blijken, want in de praktijk veranderde er niet veel.<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 82--><ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 250--> Rond 1900 werden de meeste grote Vlaamse steden, [[taalgrensgemeente]]n en gemeenten van de Brusselse agglomeratie nog hoofdzakelijk in het Frans bestuurd.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 62--> Door de bank genomen had de taalwetgeving voorlopig betrekkelijk weinig effect<ref name="treffers"/><!--zie bladzijde 8--> — aan de plaats van het Frans werd niet geraakt<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 31--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 134--> — maar het feit dat ze tot stand kwam impliceerde dat de regering, in tegenstelling tot wat zij verwacht had, erkende dat de taalvrijheid ingevoerd in 1830 weliswaar had geleid tot de volledige onderschikking van het Nederlands aan het Frans, maar niet tot de algemene verfransing van de Vlaamse bevolking.<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--> De vroege taalwetgeving versterkte bovendien het Nederlands als overkoepelende standaardtaal voor de Vlaamse dialecten — in 1840 had de regering officieel de [[Geschiedenis van de Nederlandse spelling|spelling van het Nederlands]] vastgelegd<ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 130--> — hoewel ze nog steeds een lage status genoot.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 32-->
 
====Aanvaarding van de regionale eentaligheid====
Het flamingantisme ontwikkelde zich door de beperktheid en traagheid van de taalwetgeving enerzijds, en de neergang van de romantische en unionistische idealen anderzijds, tot een vorm van [[Vlaams-nationalisme]].<ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 192-194--> Na de [[Eerste Wereldoorlog]] begon men te ijveren voor de eentaligheid van Vlaanderen,<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 64--><ref name="louckx"/><!--zie bladzijde 139--><ref name="kesteloot">{{fr}} {{cite book
| url= http://books.google.com.mx/books?id=DGOfCPvoyWcC
| publisher= Éditions Complexe
| title= Au nom de la Wallonie et de Bruxelles français: Les origines du FDF
| first= Chantal | last= Kesteloot | location= | year= 2004 | pages= 375 | isbn=9782870279878 | accessdate=26 april 2013
}}</ref><!--zie bladzijde 25--><ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 32-33--><ref name="kossmann"/><!--zie bladzijde 213--><ref name="veron"/><!--zie bladzijde 268--> naar analogie met Wallonië, en tweetaligheid van de centrale administratie en van alle besturen in de Brusselse agglomeratie.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 32-33--> De Vlamingen hoopten door de afbakening van de taalgebieden de opgang van het Frans aan banden te leggen, en in het bijzonder de Brusselse "olievlek" in te dijken.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijde 34--><ref name="veron"/><!--zie bladzijde 257--> De [[Algemeen enkelvoudig stemrecht|verenkelvoudiging van het stemrecht]] in 1918 maakte het kiesrecht onafhankelijk van het inkomen of de opleidingsniveau, en gaf een groter gewicht aan de Vlaamse bevolking, die armer was dan de rest.<ref name="treffers"/><!--zie bladzijde 9--> In de jaren 1920 werd door het overwegend [[Christendemocratie|christendemocratische]] noorden en het [[Socialisme|socialistische]] zuiden een compromis bereikt dat neerkwam op een eerste officiële bevestiging van het [[territorialiteitsbeginsel]]<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 36--><ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 66--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> en bijgevolg van het bestaan van een taalgrens.<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 211--> De taalwet van 1921 was van toepassing op alle bestuursniveau's, en niet alleen op het taalgebruik met het publiek maar ook van de interne diensten.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> Zowel de leidende, verfranste klasse in Vlaanderen als de grote groep Vlaamse inwijkelingen in Wallonië zouden zich moeten neerleggen bij de eentaligheid van de streek.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 35-36--> België werd bijgevolg opgedeeld in drie taalgebieden: een eentalig Nederlands gebied in het noorden (Vlaanderen), een eentalig Frans gebied in het zuiden (Wallonië) en een tweetalig deel (Brussel), hoewel in dat laatste gebied de meerderheid van de bevolking nog Nederlandstalig was. De 17 gemeenten in de Brusselse agglomeratie, het tweetalige deel van België, mochten hun interne bestuurstaal vrij kiezen.<ref name="kesteloot"/><!--zie bladzijde 38--> Dit was steeds Frans,<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 65--> op [[Sint-Stevens-Woluwe]] na steeds Frans.
 
Basisscholen werden pas na 1883 toegelaten om in het Nederlands te onderwijzen. In 1881 stond het gemeentebestuur toe dat geboorte-, overlijdens- en huwelijksakten, met ingang van 1884, ook in het Nederlands opgesteld werden.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijdes 67-68--> Van deze optie werd echter in 1892 slechts in respectievelijk 11, 5 en 21 procent van de gevallen gebruikgemaakt.<ref name="gubin"/><!--zie bladzijde 68--> Pas in 1889 werd het Nederlands toegelaten in de rechtszaal, zij het enkel voor mondelinge getuigenissen. Het behoud van de dominante positie van het Frans en het uitblijven van een effectieve taalregeling leidden tot een massaal verfransingsproces van het Brussels hoofdstedelijk gebied.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 36--><ref name="velthoven2"/><!--zie bladzijde 248-->
4.416

bewerkingen