Verfransing van Brussel: verschil tussen versies

84 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
k
| title= Histoire de la Belgique: De l'Antiquité à nos jours
| first= Marie-Thérèse | last= Bitsch | location= | year= 2004 | pages= 299 | isbn=9782804800239 | accessdate=26 april 2013
}}</ref><!--zie bladzijde 65--><ref name="rousseaux"/><!--zie bladzijde 226--> In tegenstelling tot andere landen — waar de Fransen [[marionettenregering]]en installeerden — werden de [[Zuidelijke Nederlanden]] ook effectief geannexeerd.<ref name="devriendt"/><!--zie bladzijde 24--><ref name="balans"/><!--zie bladzijde 43--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 52--> De gedecentraliseerde [[standenmaatschappij]] uit het [[Ancien Régime]] werd vervangen<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 73--> door een unitaire [[Centralisme|gecentraliseerde staat]] die de kennis van het Frans vereiste als voorwaarde voor burgerschap en aansluiting bij de moderniteit.<ref name="balans"/><!--zie bladzijdes 43-44--><ref name="marynissen"/><!--zie bladzijde 140--><ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 52--> Daar waar elders in Europa enkel de aristocratie verfranste,<ref name="gubin"/> kwam in Vlaanderen nu ook de verfransing van de burgerlijke elite in een stroomversnelling: zij dankte haar emancipatie aan de [[Franse Revolutie]] en wilde zich via verfransing als Frans staatsburger manifesteren.<ref name="balans"/><!--zie bladzijde 44--><ref name="marynissen"/><!--zie bladzijde 140--> Zo werd het Frans definitief de taal van het openbare leven en van economische, politieke en sociale macht.<ref name="veron"/><!--zie bladzijde 256-->
 
====Verfransing van het bestuur en de rechtspraak====
}}</ref><!--zie bladzijde 417-->
 
Anders dan in de Oostenrijkse tijd werd de verfransing onder Franse heerschappij bij wet afgedwongen.<ref name="hasquin2"/><!--zie bladzijdes 206-208--> De Fransen zagen hun taalpolitiek als versterking van de natiestaat.<ref name="wils2"/><!--zie bladzijde 52--><ref name="hasquin"/><!--zie bladzijdes 43-44--><ref name="devriendt"/><!--zie bladzijdes 24-25--><ref name="marynissen"/><!--zie bladzijde 140--><ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 196--> Het straatbeeld werd bij wet verfranst: opschriften, aankondigingen, straatnamen en dergelijke moesten in het Frans zijn. Officiële documenten moesten voortaan in het Frans opgesteld worden,<ref name="busekist"/><!--zie bladzijde 197--> al werd soms een niet-rechtsgeldige vertaling toegestaan.<ref name="kramer"/><!--zie bladzijde 73--> Ook het gerecht onderging deze maatregelen: pleidooien, vonnissen en andere geschriften moesten in het Frans opgesteld worden, tenzij dit uit praktische overwegingen niet mogelijk was.<ref name="ULB"/>
 
Verder vielen ook de notarissen onder deze wet, hoewel het pas in 1803 was dat dit echt in de praktijk werd gebracht. Hierdoor steeg het deel van de akten dat in het Frans opgesteld werd in Brussel van 24 procent in 1794 tot 60 procent aan het einde van de 18e eeuw en tot 80 procent na 1810.<ref name="blampain"/><!--zie bladzijde 246--> Dit weerspiegelt echter meer de naleving van de taalwetten dan een evolutie in het taalgebruik van de bevolking.<ref name="blampain"/><!--zie bladzijde 246--><ref name="hasquin2"/><!--zie bladzijde 208--> Een betere maatstaf daarvoor zijn de testamenten, waarvan in 1804 nog drie vierde in het Nederlands werd opgesteld,<ref name="blampain"/><!--zie bladzijde 246--> ondanks dat dit eerder iets voor de betere kringen was.<ref name="ULB"/> Ook de hogere sociale klassen hielden dus voornamelijk nog vast aan het Nederlands.<ref name="ULB"/>
4.416

bewerkingen