Pierre Lescot: verschil tussen versies

8 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
* Het Château de Vallery (1548)
* De Fontaine des Nymphes (1549), later Fontaine des Innocents, werd in 1788 en 1860 aangepast.
* Hôtel de Ligneris (1554). Het werd door [[François Mansart]] in de 17e eeuw afgebouwd en later [[Musée Carnavalet|Hôtelhôtel Carnavalet]] werd genoemd.
 
== Renovatie van het Louvre, 1546 tot zijn dood ==
Het bouwwerk waarmee het Frans [[classicisme]] werd gevestigd was van Lescot: de Cour Carré van het Louvre in Parijs waaraan in 1546 in opdracht van [[Frans I van Frankrijk|Frans I]] werd begonnen. Frans I had daarvoor [[Sebastiano Serlio]] maar Lescot gekozen. Frans I haalde de Grosse Tour naar beneden, het zuidwestelijke gedeelte van gebouwen, en gaf de taak aan Lescot om het fort om te bouwen in een paleis, maar stierf voor er met dat project meer dan een begin was gemaakt was. Lescot bouwde onder Hendrik II verder en gaf het binnenplein viermaal zijn oorspronkelijke afmetingen. Het vergrote ontwerp werd meer dan een eeuw later voltooid.
 
Lescot bouwde alleen de zuidelijke helft van de westzijde en heeft zodoende gewerkt aan één van de hoogst aangeschreven, nog bewaard gebleven monumenten van de Franse renaissance, die in de 'klassieke' fase zijn gemaakt. Deze fase wordt onderscheiden van die waarin bijvoorbeeld het [[kasteel van Chambord]]<ref>HW Janson. Wereldgeschiedenis van de kunst, 1994. <br> Het château de Chambord is een combinatie van stijlen. Het grondplan, de torentjes, de hoge daken en de lange schoorstenen doen denken aan het gotische Louvre, maar het ontwerp, later door Franse bouwmeesters sterk gewijzigd, is afkomstig van een Italiaan, een leerling van Giuliano da Sangallo. Het idee de vertrekken functioneel te groeperen is uit Italië geïmporteerd en werd in Frankrijk een traditie.</ref> is gebouwd. Bij de St. Pierre en tein Chambord zijn elementen ontleend aan de vroege renaissance, terwijl Lescot zich liet inspireren door [[Donato Bramante|Bramante]] en diens opvolgers liet inspireren.
 
Lescots blok bevatte een trap aan het noordelijke gedeelte en twee ''Grandes Salles''. De trap was op zijn Italiaans. De lagere van de twee zalen, gekend als de 'Salle des Cariatides' geeft nog steeds een idee van zijn oorspronkelijke flair. De [[kariatide]]n nemen de plaats in van de pilaren, in wat eigenlijk enkel en alleen een ornamentele hall was. Dit was gekend als het 'Tribunal'. Lescot bouwde ook een hoekpaviljoen aan deze vleugel, die appartementen van de koning bevatten,. zeZe kregen de naam 'Pavilion du Roi'.
 
[[Bestand:Paris_75001_Cour_Carrée_Louvre_Aile_Lescot_01a_frontal.jpg|thumb|Façade Pierre Lescot]]
 
; Stijl van de façade
De façade is gedecoreerd met een variëteit in de behandeling van de vensters en met gedetailleerde zuilen en pilasters van de [[Korinthische orde|Korinthische]] en [[composiete orde]]. De weelderigheid van deze sculpturale gevelbehandeling wordt versterkt door de figuren en reliëfs zowel binnen als buiten het gebouw, vervaardigd door beeldhouwer Jean Goujon, van wie ook werk is te zien in Lescots [[Musée Carnavalet|Hôtelhôtel Carnavalet]] in Parijs, van ongeveer 1545. De details van Lescots façade hebben een klassieke zuiverheid, maar onderscheiden zich van Italiaans bouwwerk. Ze danken hun karakter niet aan oppervlakkig toegepaste Italiaanse vormen, maar aan de synthese tussen het traditionele château en het renaissancepaleis. De halve zuilen zijn wel Italiaans, evenals de [[Fronton (bouwkunde)|frontons]] van de ramen en de [[Arcade (architectuur)|arcaden]] van de benedenverdieping. De continuïteit van de façade wordt onderbroken door drie vooruitstekende delen of [[risaliet]]en, die de châteautorens hebben vervangen, terwijl het hoge dak tot de Franse tradities behoort. De verticale accenten zijn sterker dan de horizontale, een effect dat wordt versterkt door de smalle hoge ramen.
 
{{Appendix|2=