Ottoonse renaissance: verschil tussen versies

848 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
aanvulling + afbeelding
(aanvulling + afbeelding)
 
Na de kroning op 2 februari 962 in Rome van Otto I de Grote tot keizer ontstond er in West- en Centraal Europa, opnieuw een centraal gezag, het ontstaan van het [[Heilige Roomse Rijk]]. Met het huwelijk van Otto II en een Byzantijnse prinses, [[Theophanu]], op 14 april 972 werden niet alleen de politieke banden, maar ook de culturele banden met het [[Byzantijnse Rijk]] aangetrokken. De invoering van het [[rijkskerkenstelsel]], hervorming van het kerkbestuur, zal ook hier op cultureel en artistiek vlak voelbaar zijn. De Ottoonse kunst was een hofkunst, gemaakt om het Heilige en Imperialistische geslacht te bevestigen als een bron van macht die werd gelegitimeerd door de gelegde verbinding met [[Constantijn de Grote|Constantijn]] en [[Justinianus I]]. In deze sfeer versmolten de gemaakte meesterwerken de tradities, waarop de Ottoonse kunst was gebaseerd: schilderijen uit de [[Late Oudheid]], de Karolingische renaissance, en Byzantium. Op deze manier wordt de term gebruikt als een analogon met de [[Karolingische renaissance]], waarvan de start rond [[800]] lag, het jaar waarin [[Karel de Grote]] tot keizer werd gekroond.
 
[[Bestand:2018 Trier, Domschatzkammer, Andreas-Tragaltar 02.jpg|thumb|[[Egbertschrijn]] (Trier, ca. 990)]]
In [[Trier]] kwam door toedoen van aartsbisschop [[Egbert van Trier|Egbert]] de [[edelsmeedkunst]] tot grote bloei, waarbij met name de [[Email (glazuur)|email]]bewerking een hoog niveau bereikte. Belangrijke kunstwerken uit de zogenaamde Egbert-werkplaatsen zijn het [[Egbertschrijn]] in de [[schatkamer van de Dom van Trier]], de [[Petrusstaf]] in de [[Dom van Limburg]], het [[Otto-Mathilde-kruis]] in de [[Essener domschat|domschatkamer van Essen]] en de boekomslag van het [[evangeliarium van Echternach]] in het [[Germanisches Nationalmuseum]] in [[Neurenberg]]. Het [[borstkruis van Sint-Servaas]] in de [[schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek]] in [[Maastricht]] wordt beschouwd als een laat product (ca. 1025-50) van dit atelier.
 
Een kleine groep van Ottoonse kloosters werd direct door de keizer en de bisschoppen gesponsord. Hier werden een aantal schitterende middeleeuwse geïllustreerde handschriften, de belangrijkste kunstvorm van de tijd, vervaardigd. De [[abdij van Corvey]] produceerde enkele van de eerste manuscripten, na het jaar [[1000]] gevolgd door het [[scriptorium]] in [[Hildesheim (stad)|Hildesheim]]. Het beroemdste Ottoonse scriptorium maakte deel uit van de [[abdij van Reichenau]], een [[eiland]] in het [[Bodenmeer]]: vrijwel geen andere werken hebben het imago van de Ottoonse kunst zo gevormd als de [[Boekverluchting#Miniaturen|miniaturen]] die daar ontstonden. Een van de belangrijkste werken uit Reichenau was de [[Codex Egberti]], met verhalende miniaturen uit het leven van Christus, de eerste cyclus van dit type, in een mix van stijlen, waaronder de Karolingische renaissance en sporen van insulaire en Byzantijnse invloeden. Andere bekende handschriften zijn onder meer het [[Reichenau-evangeliarium]], de [[Liuther-codex]], de [[perikopen van Hendrik II]], de [[Bamberg-apocalypse]] en de [[Hitda-codex]].
32.587

bewerkingen