Waarneming (perceptie): verschil tussen versies

928 bytes verwijderd ,  3 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
== Waarnemingsvraagstukken ==
=== Wat komt eerst in de waarneming? ===
TEEN WALLA HANAN BUSHRA WALEEDPLAYS
Het lijkt logisch dat de informatiestroom van zintuigen naar de hersenen begint bij de analyse van elementaire kenmerken, en dan geleidelijk overgaat naar verwerking van meer complexe eigenschappen. Een woord kan bijvoorbeeld pas worden herkend als de meer basale kenmerken (zoals letters) eerst zijn verwerkt in de hersenen. Het leesonderwijs aan kleuters is op dit principe gebaseerd. Toch blijkt dit principe niet altijd op te gaan. Een interessant vondst uit de [[Functieleer|experimentele psychologie]] is het [[woordsuperioriteit]]seffect. Als men proefpersonen vraagt zo snel mogelijk aan te geven met welke letter een woord begint, dan doen zij dat sneller als het een echt woord betreft (zoals AUTO) dan een nepwoord (AXHO), of zelfs als de letter los voorkomt (A). Kennelijk is het zo dat het brein als heel snel de context van de letter heeft waargenomen. De informatiestroom lijkt in dit geval eerder omgekeerd, van complex naar elementair, te lopen.
 
=== Het bindingprobleem ===
Een nog niet opgelost probleem is hoe en waar in de hersenen waarneming van objecten tot stand komt. Hoe zijn de hersenen bijvoorbeeld in staat de elementaire kenmerken van een gezicht of een tafel zoals vorm en kleur samen te voegen tot een geheel? Dit probleem noemt men in de neurobiologie het [[bindingsprobleem]]. Vermoedelijk is het zo dat de kleinere gebiedjes (verzamelingen van zenuwcellen) in de hersenen waar elementaire kenmerken worden geanalyseerd, met elkaar samenwerken. Dit principe heet [[ensemblecodering]]. Een andere mogelijkheid, die echter minder waarschijnlijk lijkt, is dat de waarneming van het complexe object plaatsvindt in een enkele 'supercel'. Dit laatste wordt ook wel de [[Representatie (psychologie)|grootmoederceltheorie]] genoemd.