Zwarte Riek: verschil tussen versies

1 byte verwijderd ,  2 jaar geleden
Toen in 1955 dankzij onder anderen [[Johnny Jordaan]] en [[Tante Leen]] het [[Jordaanlied]] in heel [[Nederland]] en zelfs in [[Vlaanderen]] populair werd, schakelde Rika ook over op dit [[repertoire]]. Ze nam haar oude bijnaam Zwarte Riek aan als artiestennaam en in 1956 brak ze door met haar hit ''M'n wieggie was een stijfselkissie'', dat in Nederland de tweede plaats van de hitparade haalde. In Vlaanderen had ze een klein [[hit (muziek)|hitje]] met de [[B-kant]]: ''Sansee de platte boender''. Daar werd dat haar enige hit, maar in Nederland wist ze nog de hitlijst te halen met ''Kersepit'' en ''Alle apies (in de Artis lijken op me Ome Hein)''. Daarmee sloot ze ook in Nederland haar [[hitparade]]succes af.
 
Vanaf 1959 ging Rika Jansen door onder haar eigen naam. Ze trad op met [[onemanshow|onewomanshows]] in binnen- en buitenland. In 1964 zong ze de [[klassieker]] ''Amsterdam huilt (waar het eens heeft gelachen)'', geschreven door haar partner Kees Manders. In tegenstelling tot haar vrolijkere 'Zwarte Riek'-repertoire is dit een [[Melancholie|melancholisch]] nummer over de [[Weesperstraat]] en de verdwenen Jodenhoek - klaaglijk langgerekt gezongen als een [[chazan]] (= een [[joden (volk)|Joodse]] voorzanger), maar je hoort er ook [[Jiddisch]]e marktkooplieden in. Hoewel het nummer geen hitparadesucces kende, wasis het wellicht na ''M'n wieggie was een stijfselkissie'' haar bekendste lied. Later dat jaar reisde ze voor een optreden naar [[New York (stad)|New York]], en nog later naar [[Aruba]] en [[Curaçao]].
 
Eind van de zestiger jaren kreeg Manders een hartinfarct en moest het rustiger aan doen. Ze verhuisden naar [[Fuengirola]]. In 1974 gingen Kees en Rika uit elkaar; zij bleef in [[Spanje]] wonen. Na haar huwelijk met een Duitser, dat in 1981 uitliep op een scheiding, verhuisde ze van Spanje naar Zandvoort.<ref name="NRC20160206"/>