Madeleine Pelletier: verschil tussen versies

515 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
Eerste redactie
(Eerste redactie)
| website =
}}
'''Madeleine Pelletier''' ([[Parijs]], [[18 maart]] [[1874]] - [[Epinay-sur-Orge]], [[29 december]] [[1939]]) was een [[Frankrijk|Franse]] [[Feminisme|feminist]] en (in 1906) de eerste vrouwelijke [[psychiater]] in Frankrijk. Daarnaast was ze ook bekend vanwege haar vele politieke activiteiten en haar uitgesproken ideeën; ze behoorde tot de fanatieke feministen binnen de Franse [[vrouwenbeweging]] in de 19e eeuw. Op jonge leeftijd onderbrak ze haar studie om zich aan te sluiten bij diverse [[Socialisme|socialistische]] en [[Anarchisme|anarchistische]] groeperingen, waar ze de denkbeelden ontwikkelde waar ze tot haar dood in bleef geloven. Op haar twintigste besloot Pelletier, ondanks haar geldgebrek, om haar studie weer op te pakken. Ze slaagde erin om arts te worden. Dit maatschappelijke succes was voor haar echter niet voldoende en ze bleef zich verzetten tegen misstanden in de maatschappij.
'''Madeleine Pelletier''' ([[Parijs]], [[18 maart]] [[1874]] - [[Epinay-sur-Orge]], [[29 december]] [[1939]]) was feminist en eerste vrouwelijke psychiater in Frankijk
 
Op jonge leeftijd stopt ze met haar studie om zich aan te sluiten bij diverse socialistische en anarchistische groeperingen, waar ze haar denkbeelden ontwikkelt waarin ze tot haar dood blijft geloven. Op haar twintigste besluit ze, ondanks haar geldgebrek, om haar studie weer op te pakken. Het lukt haar om arts te worden. Dit maatschappelijke succes is voor haar echter niet voldoende en ze blijft zich verzetten tegen misstanden in de maatschappij. In 1906 treedttrad ze toe tot de [[vrijmetselarij]], wordtwerd ze gekozen tot voorzitter van een feministische organisatie en wordtwerd ze lid van de Franse afdeling van de internationale arbeidersbeweging ([[Section Française de l'Internationale Ouvrière|SFIO]]). Zowel bij de vrijmetselaars als binnen de SFIO zetzette zePelletier zich in voor de belangen van vrouwen. Haar standpunten leverenleverden haar veel vijanden op, ook binnen haar politieke familie en bij de vrijmetselarij veel vijanden op. De pogingen om haar op een zijspoor te zetten doendeden haar besluiten om toenadering te zoeken tot de anarchistische beweging, en om te wisselen van [[Loge (vrijmetselarij)|loge]] binnen de vrijmetselarij.
==Biografie==
Madeleine Pelletier is in 1906 de eerste gediplomeerde vrouwelijke psychiater in Frankijk. Daarnaast is ze bekend vanwege haar vele politieke activiteiten en haar uitgesproken ideeën, en behoort ze tot de meest fanatieke feministen binnen de Franse vrouwenbeweging in de 19e eeuw.
Op jonge leeftijd stopt ze met haar studie om zich aan te sluiten bij diverse socialistische en anarchistische groeperingen, waar ze haar denkbeelden ontwikkelt waarin ze tot haar dood blijft geloven. Op haar twintigste besluit ze, ondanks haar geldgebrek, om haar studie weer op te pakken. Het lukt haar om arts te worden. Dit maatschappelijke succes is voor haar echter niet voldoende en ze blijft zich verzetten tegen misstanden in de maatschappij. In 1906 treedt ze toe tot de vrijmetselarij, wordt ze gekozen tot voorzitter van een feministische organisatie en wordt ze lid van de Franse afdeling van de internationale arbeidersbeweging (de SFIO). Zowel bij de vrijmetselaars als binnen de SFIO zet ze zich in voor de belangen van vrouwen. Haar standpunten leveren haar veel vijanden op, ook binnen haar politieke familie en bij de vrijmetselarij. De pogingen om haar op een zijspoor te zetten doen haar besluiten om toenadering te zoeken tot de anarchistische beweging, en om te wisselen van loge binnen de vrijmetselarij.
In 1917 onderneemt ze, enthousiast gemaakt door de Oktoberrevolutie, vol goede moed een reis naar Rusland om daar met eigen ogen te zien hoe haar ideaal werkelijkheid wordt. De rampzalige toestand van het land ontgoochelt haar, maar desalniettemin blijft ze geloven in het “communistische ideaal”. Terug in Frankrijk zet ze zich samen met libertaire groepen in voor een communistische maatschappij. Naast haar feministische strijd verzet ze zich tegen het opkomende fascisme.
Om haar overtuigingen kenbaar te maken schrijft ze talloze artikelen, en publiceert ze romans, toneelstukken en essays. In 1937 wordt ze getroffen door een beroerte, waardoor ze halfzijdig verlamd raakt. Haar politieke activiteiten liggen tijdelijk stil, maar eenmaal genezen zet ze haar strijd voort, ondanks haar handicap. In 1939 wordt ze beschuldigd van het uitvoeren van een abortus. Haar aanklagers realiseren zich echter al snel dat het, gezien haar fysieke gesteldheid, onmogelijk is dat ze deze daad op haar geweten heeft. Wel wordt ze gezien als een gevaar voor zichzelf en voor anderen en daarom wordt ze opgenomen in een psychiatrische instelling, waar haar fysieke en mentale toestand verslechtert. Op 29 december 1939 sterft ze aan de gevolgen van een tweede beroerte.
 
In 1917 ondernam ze, enthousiast gemaakt door de [[Oktoberrevolutie]], vol goede moed een reis naar [[Rusland]] om daar met eigen ogen te zien hoe haar ideaal werkelijkheid wordt. De rampzalige toestand van het land ontgoochelde haar, maar desalniettemin bleef ze geloven in het “[[Communisme|communistische]] ideaal”. Terug in Frankrijk zette ze zich samen met [[Libertarisme|libertaire]] groepen in voor een communistische maatschappij. Naast haar feministische strijd verzette ze zich tegen het opkomende [[fascisme]]. Om haar overtuigingen kenbaar te maken schrijftschreef ze talloze artikelen, en publiceertpubliceerde ze [[Roman (literatuur)|romans]], [[Toneelstuk|toneelstukken]] en [[Essay|essays]]. In 1937 wordtwerd ze getroffen door een [[Cerebrovasculair accident|beroerte]], waardoor ze halfzijdig verlamd raaktraakte. Haar politieke activiteiten liggen tijdelijk stil, maar eenmaal genezen zet ze haar strijd voort, ondanks haar handicap. In 1939 wordtwerd ze beschuldigd van het uitvoeren van een [[abortus]]. Haar aanklagers realiserenrealiseerden zich echter al snel dat het, gezien haar fysieke gesteldheid, onmogelijk is dat ze deze daad op haar geweten heefthad. Wel wordtwerd ze gezien als een gevaar voor zichzelf en voor anderen en daarom wordtwerd ze opgenomen in een psychiatrische instelling, waar haar fysieke en mentale toestand verslechtertverslechterde. Op 29 december 1939 sterftstier ze aan de gevolgen van een tweede beroerte.
 
==Jeugd==
Anne Pelletier wordt geborenwerd op 18 maart 1874 geboren, in een arme Parijse familie. Haar vader, Louis Pelletier,de oud-huurkoetsier Louis Pelletier, is verlamd geraakt nadat hij een beroerte kreeg in 1878. Haar moeder, Anne Passavy,de groentevrouw, vaderAnne onbekendPassavy, is royalisteen koningsgezinde, zeer geloviggelovige en weinig liefdevolliefdevolle vrouw. Zij wordt volledig in beslag genomen door de zorg voor haar zieke echtgenoot, haar twaalf zwangerschappen en het draaienddraaiende houden van de groentewinkel in de Rue des Petits-Carreaux, in een arme wijk in het [[2e arrondissement (Parijs)|tweede arrondissement]]. Anne en haar oudere broer Louis zijn de enige kinderen die blijvenin leven, blijven en na het vertrek van haar broer leeft Anne als enig kind binnen het gezin. Na het overlijden van haar vader, op haar vijftiende, blijft ze alleen achter met haar moeder.
 
Anne heeft een ongelukkige jeugd, en haar politieke ideeën staan lijnrecht tegenover de opvattingen van haar moeder. Op haar twaalfde stopt ze met school. Ze is geïnteresseerd in politiek en ze bezoekt ’s avonds regelmatig bijeenkomsten. Rond haar vijftiende is ze geregeld in anarchistische kringen te vinden. Hoewel deze niet aan haar verwachtingen voldoen, beseft ze door de bijeenkomsten wel dat [[Onderwijs|scholing]] belangrijk is. Daarop haalt ze alsnog haar middelbareschooldiploma. Tegen de tijd dat ze volwassen wordt, neemt ze de voornaam Madeleine aan. Ze mag bij haar moeder in huis blijven wonen, maar die weigert haar boeken te betalen. De dood van haar moeder brengt Anne in de problemen, maar ze vindt steun bij Charles Letourneau, een arts die net als zij uit een arme familie komt. DoorHij is door een onverwachte erfenis is hij zijn problemen echter te boven gekomen. Hij is op AnnePelletier gesteld en steunt haar op financieel en intellectueel gebied.
In 1896 slaagt ze, 22 jaar oud, met de hakken over de sloot voor het eerste deel van het middelbare schoolexamen. Vervolgens slaagt ze in 1897 met briljante cijfers voor het tweede deel van het examen, wat haar de aantekening ‘zeer goed’ oplevert. Omdat ze arts wil worden, schrijft ze zich in voor de propedeuse van de studie medicijnen. In 1901 wordt ze coassistent in een psychiatrische instelling in Villejuif, waarna ze in de herfst van 1902 als coassistent bij de afdeling verloskunde in het Baudelocque-hospitaal gaat werken. Haar interesse gaat echter uit naar de antropologie, een studie waarin artsen zich in die tijd onderscheiden.
 
In 1896 slaagt ze, 22 jaar oud, met de hakken over de sloot voor het eerste deel van het middelbare schoolexamen. Vervolgens slaagt ze in 1897 met briljante cijfers voor het tweede deel van het examen, wat haar de aantekening ‘zeer goed’ oplevert. Omdat ze arts wil worden, schrijft ze zich in voor de [[propedeuse]] van de studie medicijnen. In 1901 wordt ze coassistent in een psychiatrische instelling in [[Villejuif]], waarna ze in de herfst van 1902 als coassistentco-assistent bij de afdeling verloskunde in het Baudelocque-hospitaal gaat werken. Haar interesse gaat echter uit naar de [[antropologie]], een studie waarin artsen zich in die tijd onderscheiden.
 
==Studie medicijnen==
Madeleine Pelletier verdieptverdiepte zich in de antropologie. Ze bestudeertbestudeerde het verband tussen schedelomvang en intelligentie volgens de toentertijd geldende theorie van [[Paul Pierre Broca]]. Charles Letourneau en Léonce Manouvrier, met wie ze samenwerktsamenwerkte, verdedigenverdedigden de heersende mening dat de man intelligenter is dan de vrouw. ZePelletier slaagtslaagde er niet in om ze op andere gedachten te brengen. Doordrongen van het bestaan van deze heersende theorie zoektzocht ze naar manieren om de veronderstelde lagere intelligentie van vrouwen te weerleggen, door te stellen dat de vrouwelijke schedel minder dik is. Bovendien zou dit ook de vermeende superioriteit van het ‘blanke ras’ gebaseerd op de schedelomvang onderuithalen. Uiteindelijk keertkeerde de ze antropologie de rug toe, omdat ze het niet eens is met de theorie dat intelligentie samenhangt met de schedelomvang. Deze opvatting impliceert dat vrouwen minder intellectuele vermogens zouden hebben. Het weerleggen van deze [[doctrine]], door te stellen dat het schedelbot van de vrouw dunner is, levertleverde MadeleinePelletier weinig bijval op. In november 1902 wordt haar de deelname aan het concours voor studenten psychiatrie geweigerd, omdat alleen personen mogen deelnemen die stemrecht hebben. Omdat vrouwen geen stemrecht hebben, zijn ze dus automatisch uitgesloten van deelname. Daarop stelt ze alles in het werk om deze regel te laten afschaffen. Gesteund door het vrouwenblad '<nowiki/>''[[La Fronde (krant)|La Fronde]]''<nowiki/>' en door enkele juryleden die haar kennen, krijgt Pelletier in 1903 uiteindelijk toestemming om deel te nemen aan het concours. In datzelfde jaar schrijft ze haar [[proefschrift]] getiteld '''L'Association des idées dans la manie aiguë et dans la débilité mentale''<nowiki/>'. In 1906 wordt Pelletier de eerste gediplomeerde vrouwelijke psychiater in Frankrijk.
In november 1902 wordt haar de deelname aan het concours voor studenten psychiatrie geweigerd, omdat alleen personen mogen deelnemen die stemrecht hebben. Omdat vrouwen geen stemrecht hebben, zijn ze dus automatisch uitgesloten van deelname.
Daarop stelt ze alles in het werk om deze regel te laten afschaffen. Gesteund door het vrouwenblad La Fronde en door enkele juryleden die haar kennen, krijgt Madeleine in 1903 uiteindelijk toestemming om deel te nemen aan het concours. In datzelfde jaar schrijft ze haar proefschrift getiteld L'Association des idées dans la manie aiguë et dans la débilité mentale. In 1906 is ze de eerste gediplomeerde vrouwelijke psychiater in Frankrijk.
 
==Jaren van strijd==
Vier jaar lang volgtvolgde zePelletier intern de opleiding in verschillende psychiatrische instellingen in de buurt van Parijs,; eerst in het Sint Anne ziekenhuis en daarna in de inrichting in Villejuif,. waarDaar leert ze collega Constance Pascal leert kennen, die in hetzelfde jaar met de studie psychiatrie startstartte. Naast haar studie schrijft ze talloze artikelen, die gepubliceerd worden in wetenschappelijke tijdschriften. In 1904 treedt ze toe tot de vrijmetselaars, waarwaarbij ze bij- aangeslotenondanks blijftde vele botsingen die ze met andere leden heeft - tot haar dood aangesloten blijft. Vanaf 1906 wijdt ze zich volledig aan de psychiatrie. In maart van dat jaar vestigt ze zich als arts in het [[14e arrondissement (Parijs)|14e arrondissement]] in Parijs. Omdat de praktijk weinig patiënten heeft, ondankslaat ze zich op de velelijst botsingenzetten dieom nachtdiensten te draaien. Dit betekent dat ze ook ’s nachts gebeld kan worden om hulp te verlenen, waarbij het vaak gaat om de verschoppelingen van de maatschappij. Een politieagent vergezelt haar bij haar nachtelijke werk. In datzelfde jaar wordt ze voorzitter van de feministische groepering 'La solidarité des femmes' (Vrouwensolidariteit), opgericht door [[Eugenie Potorié-Pierre]] en tot dat moment geleid door [[Caroline Kaufmann]]. Ze wordt er met andereopen armen ontvangen, maar het blijkt Pelletier moeite te kosten om de leden heefttot actie aan te zetten. Ze sluit zich aan bij de [[Section Française de l'Internationale Ouvrière|SFIO]] waar ze de opvattingen van de beweging van [[Jules Guesde]] omarmde. Later raakt ze beïnvloed door het gedachtegoed van de stroming van [[Gustave Hervé]]. In 1909 wordt ze lid van de permanente commissie van de partij en als Hervé gearresteerd wordt, neemt zij zijn plaats in binnen dit hoogste orgaan. In 1910 stelt Pelletier zich kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen maar het bestuursorgaan wijst haar een moeilijk kiesdistrict toe. Hoewel ze meer stemmen krijgt dan de vorige socialistische kandidaat, lijdt ze een nederlaag bij deze verkiezingen.
 
Vanaf 1906 wijdt ze zich volledig aan de psychiatrie. In maart van dat jaar vestigt ze zich als arts in het 14e arrondissement in Parijs. Omdat de praktijk weinig patiënten heeft, laat ze zich op de lijst zetten om nachtdiensten te draaien. Dit betekent dat ze ook ’s nachts gebeld kan worden om hulp te verlenen, waarbij het vaak gaat om de verschoppelingen van de maatschappij. Een politieagent vergezelt haar bij haar nachtelijke werk. In datzelfde jaar wordt ze voorzitter van de feministische groepering La solidarité des femmes (Vrouwensolidariteit), opgericht door Eugenie Potorié-Pierre en tot dat moment geleid door Caroline Kaufmann. Ze wordt er met open armen ontvangen, maar het blijkt haar moeite te kosten om de leden tot actie aan te zetten.
Haar activisme levert weinig resultaten op en ze raakt teleurgesteld in zowel de feministen als de socialisten. Ontmoedigd stapt ze uit de hervéïstische beweging,; Gustave Hervé is een nep-[[Revolutie|revolutionair]] volgens haar. Daarnaast zijn haar opvattingen over abortus en de door haar gewenste afschaffing van het gezin als hoeksteen van de samenleving tegen het zere been van de andere SFIO-leden,; enPelletier Madeleineraakte raaktdaardoor geïsoleerd binnen de partij. Daarop verlaat ze de partij en zoekt ze toenadering tot de [[Anarchisme|anarchisten]]. Hoewel ze zich niet kan vinden in de kern van het anarchistische gedachtengoed,gedachtegoed - namelijk het streven naar een maatschappij zonder overheid, - vindt ze wel gehoor voor haar opvattingen over [[abortus]], [[neomalthusianisme]] en [[antimilitarisme]]. Tussen 1912 en 1924 werkt ze op onregelmatige basis voor het anarchistische blad 'L’idée libre'. Daarnaast publiceert ze vanaf januari 1914 tot het begin van de oorlog artikelen in het blad 'Le libertaire,' en vervolgens weer van 1919 tot 1921. Rond 1912 maakt ze een paar moeilijke jaren door, waarin ze geplaagd wordt door politieke en feministische tegenslag en financiële problemen. Ze verhuist meerdere malen en er wordt bij haar ingebroken.
Madeleine Pelletier sluit zich aan bij de SFIO waar ze de opvattingen van de beweging van Jules Guesde omarmt. Later raakt ze beïnvloed door het gedachtengoed van de stroming van Gustave Hervé. In 1909 wordt ze lid van de permanente commissie van de partij, en als Hervé gearresteerd wordt, neemt zij zijn plaats in binnen dit hoogste orgaan. In 1910 stelt ze zich kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen maar het bestuursorgaan wijst haar een moeilijk kiesdistrict toe. Hoewel ze meer stemmen krijgt dan de vorige socialistische kandidaat, lijdt ze een nederlaag bij deze verkiezingen.
 
Haar activisme levert weinig resultaten op en ze raakt teleurgesteld in zowel de feministen als de socialisten. Ontmoedigd stapt ze uit de hervéïstische beweging, Gustave Hervé is een nep-revolutionair volgens haar. Daarnaast zijn haar opvattingen over abortus en de door haar gewenste afschaffing van het gezin als hoeksteen van de samenleving tegen het zere been van de andere SFIO-leden, en Madeleine raakt geïsoleerd binnen de partij. Daarop verlaat ze de partij en zoekt ze toenadering tot de anarchisten. Hoewel ze zich niet kan vinden in de kern van het anarchistische gedachtengoed, namelijk het streven naar een maatschappij zonder overheid, vindt ze wel gehoor voor haar opvattingen over abortus, neomalthusianisme en antimilitarisme. Tussen 1912 en 1924 werkt ze op onregelmatige basis voor het anarchistische blad L’idée libre. Daarnaast publiceert ze vanaf januari 1914 tot het begin van de oorlog artikelen in het blad Le libertaire, en vervolgens weer van 1919 tot 1921. Rond 1912 maakt ze een paar moeilijke jaren door, waarin ze geplaagd wordt door politieke en feministische tegenslag en financiële problemen. Ze verhuist meerdere malen en er wordt bij haar ingebroken.
Als ze bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog haar diensten aanbiedt, eerst als arts en later als verpleegsterverpleger aan het front, wordt ze afgewezen. Daarop gaat ze werken voor het [[Rode Kruis]], waarbij ze soldaten afkomstig uit alle strijdende landen helpt. In september 1914 komt ze bij het slagveld bij de [[Marne (departement)|Marne]] terecht. Deze ervaring sterkt haar in haar antimilitarisme, en; ze is ontgoocheld door zoveel ‘domheid van menselijke wezens’. Ze keert zich af van de militante acties om zich te wijden aan de geneeskunde en de wetenschap.
 
==Communistische jaren==
Het SFIO-congres in [[Tours (Indre-et-Loire)|Tours]], in december 1920, betekent een scheuring tussen de communisten, die zich hergroeperen in de Derde Internationale, en de socialisten, die de Tweede Internationale aanhangen. Gegrepen door de idealen van de Russische Revolutie sluit Madeleine Pelletier zich aan bij de nieuwe communistische partij, waar ze ook weer oude tegenstanders tegenkomt. In 1920 start ze met het schrijven van analyses van de werken van Lenin en Trotski voor het socialistische feministische blad La Voix des femmes, dat zich na het congres in Tours onder de communistische partij schaart. Binnen de redactie botsen de feministen met degenen die in het communisme een middel zien om gelijkheid van mannen en vrouwen te bereiken. Madeleine Pelletier behoort tot de eerste stroming. Tijdens de vrouwenconferentie van de Derde Internationale in Moskou op 11 juni 1921 wordt haar plaats echter ingenomen door Lucie Colliard, aanhanger van de tweede stroming. Omdat ze met eigen ogen de ‘verworvenheden’ van sovjet Rusland wil zien, vooral op het gebied van sekse-gelijkheid, reist Madeleine er in het geheim op eigen houtje naartoe. Die reis loopt uit op een teleurstelling omdat de realiteit van armoede, hongersnood en politieke vervolgingen in niets lijkt op het gedroomde ideaal. Toch blijft ze geloven in het communistische ideaal en zoekt ze de oorzaken voor de kwalen van de Sovjet Unie onder andere in de strijd tegen de kapitalistische machten en de apathie van het volk.
Bij terugkeer in Frankrijk, in de herfst van 1921, beschrijft ze haar ervaringen in het blad la Voix des femmes. De communistische partij wil graag controle uitoefenen over de gepubliceerde artikelen, maar omdat dit niet lukt bij la Voix des femmes start de partij een eigen blad, l’Ouvrière. Tussen juli 1923 en juli 1924 werkt Madeleine Pelletier voor dit blad. Daarnaast schrijft ze stukken voor anarchistische kranten zoals Le Semeur du Normandie, waarin ze in 1923 haar afkeer uit voor de politiek van terreur die Leon Trotski aanhangt. Ze keert zich steeds verder af van de communistische partij en in 1926 stapt ze uiteindelijk uit de partij. Ze gelooft nog steeds in het communistische ideaal en ze erkent dat de Sovjet Unie vooruitgang gerealiseerd heeft voor het volk, maar het bolsjewisme is in haar ogen een grote mislukking.
 
17.375

bewerkingen