Gamma-astronomie: verschil tussen versies

1 byte verwijderd ,  2 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
k
Gammastraling in de orde van grootte van megaelektronvolt (MeV, 10<sup>6</sup>) wordt gegenereerd in [[zonnevlam]]men en zelfs in de aardatmosfeer, maar gammastraling met een energie van gigaelektronvolts (GeV, 10<sup>9</sup>) komt niet uit ons [[zonnestelsel]] vandaan. Deze straling is van groot belang voor het onderzoek van buiten ons zonnestelsel en dat van andere sterrenstelsels.
 
De processen die gammastraling veroorzaken zijn erg divers. Meestal identiek met processen die röntgenstraling produceren, maar met een hoger energieniveau, zoals [[positronannihilatie]], het [[compton-effect|omgekeerde compton-effect]], in sommige gevallen het verval van [[radioactiviteit]], veroorzaakt door bijvoorbeeld [[supernova]]e of [[hypernova]]e, of het gedrag van materie onder extreme omstandigheden zoals bij [[pulsar]]s en [[blazar]]s. De tot op heden hoogst gemeten energie van een proton ligt in het teraelektronvolt (TeV, 10<sup>12</sup>)-bereik; het record staat op naam van de [[Krabnevel|Krab pulsarKrabpulsar]] in 2004, waaruit fotonen van 80 TeV werden ontvangen.
 
== Detectietechnologie ==
In november 2010 werden twee kolossale bellen gammastraling gedetecteerd, met een diameter van 25.000 [[lichtjaar]], in het hart van ons [[Melkweg (sterrenstelsel)|Melkwegstelsel]]. Deze werden ontdekt nadat wetenschappers "de mist van gammastraling in de achtergrond die de lucht overspoelde" eruit hadden gefilterd. Deze ontdekking bevestigde dat er een grote onbekende "structuur" in het centrum van het Melkwegstelsel te vinden is, vermoedelijk een [[superzwaar zwart gat]].
 
In 2011 kwam er een uitgave van de tweede catalogus van gammastralingbronnen die ontdekt zijn door de FERMI -satelliet, met een inventaris van 1873 objecten. 57% van de bronnen zijn blazars. Een derde van de bronnen zijn niet gedetecteerd op andere golflengten.
 
{{Appendix|2=