Jezus (traditioneel-christelijk): verschil tussen versies

Labels: Bewerking via mobiel Bewerking via mobiele website
Labels: Bewerking via mobiel Bewerking via mobiele website
In het Nieuwe Testament laat Jezus zich nadrukkelijk de Zoon (van de Vader) noemen, en ook vaak de Mensenzoon (NBG-vertaling: Zoon des Mensen).<ref>Onder andere Matteüs 8:20.</ref> Volgens Matteüs zei hij dat hij door de Vader gezonden was: "Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader".<ref>{{Citeer web |url=http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Matte%FCs+11%3A27&id42=0&id18=1&pos=0&l=nl&set=10 |titel=Matteüs 11:27 (NBV) |auteur= |uitgever= |datum= |bezochtdatum=13 februari 2013}}</ref> Dit wordt in het orthodoxe christendom geïnterpreteerd als dat hij bij God vandaan naar de mensen was gekomen, ten tweede dat hij God de Vader goed kende en ten derde dat hij zijn missie niet op eigen initiatief was begonnen, maar dat hij gehoorzaam de taak uitvoerde die de Vader hem gegeven had. Ook zegt Jezus van zichzelf dat hij er was van voordat Abraham er was.<ref>{{Citeer web |url=http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Joh+8%3A58&id42=0&id18=1&pos=0&l=nl&set=10 |titel=Joh. 8:58 (NBV) |auteur= |uitgever= |datum= |bezochtdatum=13 februari 2013}}</ref>
 
In het laatste Bijbelboek, de [[Openbaring van Johannes|Openbaring]], wordt een verschijning van Jezus beschreven, waarin hij zegt: "Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde". Het [[Evangelie van Johannes]] geeft onder meer [[parabel]]s weer, waarin Jezus nog veel meer "Ik ben"-functies op zichzelf betrekt, zoals: "Ik ben de ware wijnstok"; "Ik ben de deur"; "Ik ben de goede herder"; "Ik ben het licht voor de wereld"; "Ik ben het brood dat leven geeft". Deze claims liet hij overigens nooit op zichzelf staan, maar hij koppelde er steevast een belofte aan vast. Bijvoorbeeld: "Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft." En toen Hij zei: "Ik ben de goede Herder." beweerde Hij in het Joods denken toch God te zijn, als je het vergelijkt met Psalm 23. Zijn missie vatte hij verder samen met de uitspraak: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij" en: "Ik en de Vader zijn een". Maar Jezus namleek ook ook afstand te nemen tot God: "Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen"<ref>Marcus 10:18</ref> enmaar Jezus noemt Zichzelf dan wel de goede Herder in Johannes 10:11, beweert Hij dan in eigen redenering toch God te zijn? Christus noemt Zichzelf wel goed, zoals Hij zegt over Zichzelf in een parabel, in Mattheüs 20:15: "...Omdat Ik goed ben." En: "Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.<ref>Johannes 20:17</ref>" Maar in Johannes 20:28 wordt Hij dan God genoemd door Zijn apostel Thomas en Hij zegent hen die dat ook geloven zonder te zien. Met andere woorden lijkt Jezus onderscheid te maken tussen Hem en de Vader, maar wel dat ze één zijn. Dit wordt dan ook verder bekeken en uitgelegd in de leer van de Drie-eenheid.
Verder zei Jezus ook dat Hij en de Vader en de Geest een speciaal verband hebben, zie Mattheüs 28:19: "In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." De naam legt nadruk op de eenheid van deze Personen, dat ze één zouden zijn. De Naam is ook een verwijzing naar God toe, de eenheid van God. De Vader, de Zoon en de Geest zijn volgens Christus één, één God.
 
Toen hij gevangen was genomen, en door de joodse Hoge Raad, het [[Sanhedrin (gerechtshof)|Sanhedrin]], werd ondervraagd, antwoordde hij volgens Matteüs op de vraag van de [[hogepriester]] of hij de Messias, de Zoon van God was: "U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel."<ref>{{Citeer web |url=http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Matte%FCs+26%3A64&id42=0&id18=1&pos=0&l=nl&set=10 |titel=Matteüs 26:64 (NBV) |auteur= |uitgever= |datum= |bezochtdatum=13 februari 2013}}</ref> Deze woorden waren voor de hogepriester en de andere aanwezige leden van het Sanhedrin voldoende om hem te beschuldigen van [[godslastering]] en hem ter dood te veroordelen. Voor een jood was namelijk het zichzelf gelijkstellen aan God de grootst mogelijke zonde en hierop stond de [[doodstraf]].
7

bewerkingen