Nationaal goed: verschil tussen versies

164 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
k
il
k (Robotgeholpen doorverwijzing: Sekwester - Koppeling(en) gewijzigd naar sekwester (recht))
k (il)
 
==Zuidelijke Nederlanden==
De Zuidelijke Nederlanden werden vanaf 1 oktober 1795 formeel door Frankrijk aangehecht, en de revolutionaire wetgeving werd er geleidelijk ingevoerd. Met de wet van 15 [[fructidor]] [[IV (Franse republikeinse kalender)|IV]] (1 september 1796) werden de abdijen en kloosters in de negen [[Departementen in de Nederlanden#Zuidelijke Nederlanden|départemens réunis]] opgeheven (artikel 1) en hun goederen in beslag genomen (artikel 5).<ref>[https://books.google.be/books?id=NsNAz7_ARz0C&pg=PA1 Loi qui supprime les établissements religieux dans les neuf départemens réunis par la loi du 9 vendémiaire, an IV], Google Books</ref> De wet voorzag ook in een pensioen voor de werkloze geestelijken, onder de vorm van een eenmalige kapitaaluitkering in retraitebons (artikel 11). De betrokkenen konden deze bons enkel gebruiken om nationale goederen in de negen 'Belgische' departementen terug in te kopen (artikel 13). Twintig dagen na ontvangst van de bons moesten de religieuzen hun klooster verlaten en hun kleed afleggen (artikel 17-18). Een aanzienlijk deel van de geestelijkheid weigerde de bons in ontvangst te nemen en verbeurde zo elke schadeloosstelling. Anderen verkochten hun bons aan speculanten, ondanks het verbod (artikel 14). Opkopers van '''zwart goed''' werden scheef bekeken, vooral op het platteland.
 
In 1797 nam het Directoire een volgende stap in het confisqueren van kerkelijke goederen.<ref>Decreet van 5 [[Brumaire]] jaar [[VI (Franse republikeinse kalender)|VI]] (26 oktober 1797)</ref> Voortvluchtige geestelijken en zij die weigerden de [[Eed van haat]] af te leggen,<ref>Eed van haat aan het koningdom en aan de anarchie, van gehechtheid en van getrouwheid aan de Republiek en aan de Constitutie van het jaar [[III (Franse republikeinse kalender)|III]], ingesteld bij wet van 19 Fructidor jaar [[V (Franse republikeinse kalender)|V]] (5 september 1797)</ref> zagen alle bezittingen van hun kerken en pastorijen onder [[sekwester (recht)|sekwester]] geplaatst ten voordele van de staatskas.
 
De verkoop van in beslag genomen goederen ging nog door tot begin jaren 1820, onder het [[Verenigd Koninkrijk der Nederlanden]].