Hoofdmenu openen

Wijzigingen

53 bytes toegevoegd, 1 jaar geleden
k
|align=middle|[[Bestand:Tiara Pius XI.JPG|150px]]
|-
|align=middle|<small>Paus Pius XI</small>
|align=middle|<small>Tiara namens de<br />Milanese bevolking</small>
|}
Het werd het langstdurende conclaaf van de [[20e eeuw]]: verspreid over vijf dagen werd uiteindelijk Achille Ratti in de 14e stemronde gekozen. De ''[[The New York Times|New York Times]]'' van 7 februari 1922 meldde dat Ratti 38 van de 53 stemmen behaald zou hebben.<ref>''The Papacy, an Encyclopedia'' (p. 1201): hier wordt gesproken over een stemmenaantal van 42</ref> Na de laatste stemronde stelde de deken van het [[College van kardinalen|College van Kardinalen]], [[Vincenzo Vannutelli]], hem de traditionele vraag of hij de benoeming aanvaardde. Hierop antwoordde Achile : ''Nooit zal gezegd mogen worden dat ik geweigerd zou hebben me zonder reserves te onderwerpen aan de wil van God. Niemand zal ooit kunnen zeggen dat ik bezweek onder de last die op mijn schouders werd gelegd. Noch dat ik tekortschoot in mijn waardering voor het vertrouwen van mijn collegae. Daarom en ondanks mijn onwaardigheid, waarvan ik me al te bewust ben, aanvaard ik de verkiezing''.<ref>[[Francis A. Burkle-Young]], ''Passing the keys: Modern cardinals, conclaves and the election of the next pope'' New York, Oxford, 1999 {{ISBN |1-56833-130-4}}, 25</ref> Bij zijn benoeming nam hij de naam Pius XI aan. Volgens overlevering van de Belgische kardinaal Mercier koos Achille voor de naam Pius omdat naar zijn zeggen hij zijn kerkelijke carrière begon onder Pius IX, naar Rome was geroepen door Pius X en de naam Pius symbool stond voor ''vrede''. Met dat laatste wilde hij ook de ''vredespaus'' Benedictus XV herdenken.<ref>''Pius XI: Apostle of Peace'' (p. 118)</ref> De ''New York Times'' meldde echter dat Ratti voor Pius had gekozen, omdat de Romeinse kwestie ''begonnen was onder een Pius en ook tot een einde gebracht zou worden door een paus met dezelfde naam''.<ref>''New York Times'', 7 februari 1922</ref>
 
Als nieuwe paus voerde hij opnieuw het gebruik in van de publieke zegening ([[Urbi et orbi|Urbi et Orbi]]) vanaf het balkon van de [[Sint-Pietersbasiliek]], nadat de [[kardinaal-protodiaken]] - de langstzittende [[kardinaal-diaken]] - aan de gelovigen op het plein de naam van de nieuwe paus bekend had gemaakt. Dit gebruik was sinds 1870 onder Pius’ voorgangers in onbruik geraakt als reactie op het verlies van de pauselijke macht over de stad Rome.
|align=middle|[[Bestand:Gasparri.jpg|100px]]
|-
|align=middle|<small>[[Benito Mussolini]]</small>
|align=middle|<small>[[Pietro Gasparri]]</small>
|}
De eenwording van Italië in de tweede helft van de [[19e eeuw]] leidde ertoe dat de [[Kerkelijke Staat]] in conflict kwam met het [[koninkrijk Italië (1861-1946)]]. De inlijving van de gebieden buiten Rome had de toen zittende [[paus Pius IX]] (1846-1878) ertoe gebracht fel te protesteren en in zijn encycliek ''[[Quanta Cura (1864)|Quanta Cura]]'' van 8 december 1864 (met de ''[[Syllabus Errorum]]'') waarschuwde de paus voor de scheiding van kerk en staat en de ondermijning van de rechten van de kerk.<ref>Al in de encyclieken ''Qui Nuper'' (1859) en ''Nullis Certe Verbis'' (1860) had Pius IX opgeroepen tot solidariteit jegens de positie van de kerk</ref> De inlijving van de stad Rome dreef het conflict op de spits en naast de veroordeling door de paus in zijn encycliek ''[[Respicientes]]'' van 1 november 1870 was het ontstaan van de [[koninkrijk Italië (1861-1946)|Romeinse kwestie]] een feit. De aan de paus voorgelegde Garantiewet van 13 mei 1871, waarin de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus werd erkend, maar waarbij hij moest instemmen in het verlies van territorium, werd door Pius IX resoluut afgewezen. Vanaf die tijd beschouwden Pius IX (en zijn opvolgers) zich als gevangenen van het Vaticaan<ref>[https://web.archive.org/web/20081007162911/http://www.personenencyclopedie.info/P/Piu/PIUSIX/view Pius IX in de personenencyclopedie]</ref><ref>''Respicientes'', paragraaf 10</ref> en weigerden het Vaticaan te verlaten. Daarmee wilden zij aangeven, dat zij de ontstane situatie niet erkenden.
De controversiële Amerikaanse auteur [[Daniel Goldhagen]] beschuldigt in zijn boek ''Een morele afrekening'' Pius XI van [[antisemitisme]], die zich al gemanifesteerd zou hebben tijdens zijn diplomatieke missie in Polen in 1918. Een van zijn opdrachten, door paus Benedictus XV gegeven, was de verlichting van het lot van de Joden in Polen; in zijn hoedanigheid als legaat zou hij echter niet opgetreden zijn en zelfs de situatie verslechterd hebben.<ref name ="Moraal">''Een morele afrekening'' (p. 90): naar ''The Popes Against the Jews'' (Kertzer)</ref> In een rapport aan de paus zou Achille Ratti eveneens de link hebben gelegd tussen het verderfelijke communisme en het Jodendom.<ref name ="Moraal"/> Ook met betrekking tot de encycliek ''Mit brennender Sorge'' laat Goldhagen zich kritisch uit. De stellingname van het Vaticaan noemt hij "te mild" en bepaalde aspecten (waaronder de vervolging van de Joden) worden niet expliciet genoemd.<ref>''Een morele afrekening'' (p. 53)</ref> Goldhagen is wel van mening dat Pius XI tegen het einde van zijn leven inzag dat het optreden van het nazisme tegen de Joden barbaars was en sterk veroordeeld diende te worden. Hierdoor besloot hij tot het opstellen van zijn laatste encycliek, ''Humani generis unitas'', een taak die hij - volgens Goldhagen - ver weg hield van Pacelli.<ref name ="John"/> De encycliek zou echter nooit gepubliceerd worden.
 
In een lezing in 1990 over de relatie tussen Rusland en het Vaticaan uitte de Russisch-orthodoxe [[diaken]] [[Herman Ivanov-Treenadzaty]]{{bron?|misschien best om een artikel over deze geestelijke toe te voegen aan,wikipedia|2012|07|14}} die de Katholieke Kerk als een "groot gevaar voor Rusland" omschrijft, kritiek op de opstelling van Pius XI ten aanzien van Rusland en de Russisch-orthodoxe Kerk. Had Pius XI in zijn encycliek ''[[Ecclesiam Dei]]'' uit 1923 gewezen op de toewijding van de [[Heilig|heiligeheilig]]e [[Josafat Kuncewycz]] om de oosterse kerk terug te brengen naar de moederkerk in Rome, door diaken Ivanov werd deze Grieks-katholieke heilige aangevallen als "een van de meest kwaadaardige personen". Ook Pius' aanvankelijke diplomatieke toenadering tot [[Moskou]] - onder invloed van de [[Weimarrepubliek|regering van Weimar-Duitsland]] - beschreef hij als verwerpelijk; dat Pius XI vanaf 1927 alsnog zijn standpunt herzag en de Sovjet-Unie als land van vervolging en terreur veroordeelde, kon volgens hem niet verbloemen dat Pius XI van [[1917]] tot [[1926]] nooit geprotesteerd had tegen de wrede vervolgingen van de Russisch-orthodoxe Kerk door de [[Tsjeka]] en andere Sovjet-organisaties.<ref>''The Vatican and Russia'', lezing door diaken Herman Ivanov-Treenadzaty. Gehouden tijdens het 24e Russisch Jeugd Congres te Sydney en Melbourne,</ref><ref>{{cite web |en |url=http://orthodoxinfo.com/ecumenism/vatican_russia.aspx |title=The Vatican and Russia |year= 1990}}</ref>
 
De Amerikaans-[[Tsjechië|Tsjechisch]] voormalig katholiek theoloog en [[atheïsme|atheïst]] [[John Neumann|Johannes Neumann]], [[emeritaat|emeritus]]-[[hoogleraar]] [[sociologie]] aan de [[universiteit van Tübingen]], sprak in een lezing{{bron?|graag plaats en datum|2012|07|14}} over de falende rol die de kerkgenootschappen (protestants en katholiek) naar zijn mening gehad hebben tijdens de naziperiode, ook over de rol van Pius XI, met name over de uitvaardiging van de encycliek ''[[Mit brennender Sorge]]''. In zijn ogen was de inhoud van de encycliek "te algemeen" en zou zij zich "te veel richten op de positie van de Rooms-Katholieke Kerk". Over de grootschalige martelingen, terreur en wetsovertredingen werd volgens Neumann niet duidelijk gesproken.<ref>''1945: Die Kirchen vorher und nachher'', Johann Neumann</ref>
*''Pius XI: Apostle of Peace'', Lillian Browne-Olf (1938)
*''Church and State Through the Centuries'', Sidney Z. Ehler, John B Morrall
*''Een morele afrekening'', Daniel Jonah Goldhagen ({{ISBN |90 7668 218 6}}), De Bezige Bij Uitgeverij
*''The Papacy, an Encyclopedia'', Philippe Levillain, John W. O'Malley
*''That They be One'', Michael Joseph Schuck
*''A History of Spain and Portugal'', Stanley G. Payne
*''The Pius War'', J. Bottum, David G. Dalin
*''Saints & Sinners: A History of the Popes'', Eamon Duffy ({{ISBN |97 8030 011 5970}}), Yale University Press
*''The Cambridge History of Africa: From 1905 to 1940'', John Donnelly Fage, Andrew Roberts, Roland Anthony Oliver ({{ISBN |978-0-521-22505-2}}), Cambridge University Press
*''The Lonely Cold War of Pope Pius XII: The Roman Catholic Church and the Division of Europe, 1943-1950'', Peter C. Kent ({{ISBN |978-0-7735-2326-5}}), McGill-Queen's Press
*''Het Vaticaan en Hitler, de geheime archieven'', Peter Godman ({{ISBN |90 274 9667 6}}), Het Spectrum
*''History of the Church: Vol 10'', Hubert Jedin, Gabriel Adriányi, John Dolan, Konrad Repgen ({{ISBN |978-0-86012-092-6}}), Continuum International Publishing Group
----
'''Externe links'''