Jezus (traditioneel-christelijk): verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  1 jaar geleden
k
Linkfix ivm sjabloonnaamgeving / parameterfix
k (Linkfix ivm sjabloonnaamgeving / parameterfix)
Volgens de uitleg in de evangeliën maakte zijn dood de verzoening met [[God de Vader]] mogelijk, doordat hij de straf voor de zonden van de mensheid op zich nam: Jezus is "het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt." De opvatting dat Jezus met zijn kruisdood de mens verzoent met God, wordt beschreven als [[verzoeningsleer]]. Het abrahamitische principe van de rechtvaardiging door geloof kreeg daardoor een nieuwe betekenis: ieder die Jezus navolgt, zal voor God gerechtvaardigd (gerehabiliteerd) zijn.
 
Centraal in de theologie van het christendom staan: de in het [[Nieuwe Testament]] beschreven geboorte van Jezus ([[Kerstmis]]), zijn dood aan het kruis ([[Goede Vrijdag]]), de opwekking uit de dood ([[Pasen]]), de hemelvaart ([[Hemelvaartsdag]]), het neerdalen van de [[Heilige Geest]] op zijn discipelen ([[Pinksteren]]) en de terugkeer (de [[Wederkomst van Jezus|Wederkomst]]).
 
De opstanding uit de dood wordt door de meeste christenen letterlijk genomen. Deze gebeurtenis neemt in het Christendom een cruciale plaats in, omdat het voor hen de uiteindelijke overwinning over de dood, en daarmee een open toekomst, tot uitdrukking brengt. Ook [[Paulus (apostel)|Paulus]] noemt in zijn [[Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs|eerste brief aan de christenen van Korinthe]] de letterlijk genomen opstanding van Jezus het centrale punt in het evangelie: "als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos".<ref>1 Korintiërs 15:12-22</ref> Met andere woorden: het hele christelijke geloof staat of valt met de [[opstanding]]. Het is daarmee een zeer belangrijk symbool van de hoop op 'nieuw leven', 'leven na dit leven' en 'eeuwigheid bij God'.
[[Bestand:Mathis Gothart Grünewald 030.jpg|300px|thumb|Het ''Isenheimer altaar'', met scènes uit het levensverhaal van Jezus, door [[Matthias Grünewald]] (1512-1516)]]
Om het levensverhaal van Jezus te reconstrueren gebruiken christenen de teksten die gaandeweg deel zijn gaan uitmaken van het Nieuwe Testament uit de [[Bijbel (christendom)|Bijbel]], en dan vooral de vier [[evangelie|evangeliën]]: [[Evangelie volgens Matteüs|Matteüs]], [[Evangelie volgens Marcus|Marcus]], [[Evangelie volgens Lucas|Lucas]] en [[Evangelie volgens Johannes|Johannes]]. Elk evangelie heeft een eigen karakter. Het Johannes-evangelie wijkt het sterkst af. Hoewel een aantal verhalen bijna letterlijk overeenkomt, vooral bij Matteüs en Marcus, komen andere gebeurtenissen slechts in één of twee van de evangeliën voor.
{{ZieookZie ook|Zie ook het artikel [[Synoptische vraagstuk]]}}
 
De vier evangeliën gezamenlijk bevatten voor 4% verhalen over de geboorte en jeugd van Jezus, voor 62% verhalen over het optreden van Jezus inclusief de leer van Jezus (dat loopt door elkaar) en voor 32% het verhaal over de kruisiging en opstanding. Daarnaast zijn er nog enkele inleidende stukken die niet over Jezus' levensbeschrijving als zodanig gaan (de geslachtsregisters, het optreden van [[Johannes de Doper]], de proloog van het evangelie van Johannes).