Hoofdmenu openen

Wijzigingen

896 bytes verwijderd, 1 jaar geleden
Bondiger, minder zijpaadjes en veronderstellingen
 
==Geschiedenis==
=== Reguliershof ===
De Reguliershof, de eerste plantentuin Amsterdamse hortus werd gesticht in 1638 om als 'Hortus Medicus' (een tuin met [[medicinale planten]]) te dienen voor [[chirurgijn]]s en [[apotheker]]s.<ref>Tussen 1633 en 1645 had de "apothecaris" Van Vleuten een kruidentuin aan het toenmalige einde van de Keizersgracht.</ref> Na enig aandringen betaalden ze mee aan het onderhoud. De hortus lag aanvankelijk ver buiten de Regulierspoort, op het terrein van een voormalig klooster, ter hoogte van de Utrechtsestraat en de [[Keizersgracht (Amsterdam)|Keizersgracht]]. De Reguliershof die na de [[Alteratie (Amsterdam)|Alteratie]] onder protest van de eigenaar, de Haarlemse geestelijke [[Jacob Zaffius]] in beslag was genomen, was omgebouwd tot herberg en lusttuin. [[Constantijn Huygens]] en [[P.C. Hooft]] bemoeiden zich met de herschepping van de tuin in een hortus. Vanwege de [[pest (ziekte)|pest]] waren de heren doktoren op zoek naar een kruid of geneesmiddel, zodat het schrikbarende aantal slachtoffers en de daarbij behorende angst zou afnemen, maar ook ziekte onder de schepelingen hadden de aandacht van de medici. [[Willem Piso]] en [[Georg Markgraf]] zaten in [[Nederlands-Brazilië]] op zoek naar inheemse planten met een geneeskrachtige werking.
De Amsterdamse 'Hortus Medicus', een tuin met [[medicinale planten]] ten dienste van [[chirurgijn]]s en [[apotheker]]s in de Reguliershof, de tuin van het voormalige [[Regulierenklooster (Amsterdam)|regulierenklooster]] ter hoogte van de Utrechtsestraat en de Keizersgracht, werd gesticht in 1638. [[Constantijn Huygens]] en [[P.C. Hooft]] bemoeiden zich met de herschepping van de tuin in een hortus. Vanwege de [[pest (ziekte)|pest]] waren doktoren op zoek naar een kruid als geneesmiddel, maar ook effectievere behandelwijzen van ziekten onder schepelingen op verre reizen hadden de aandacht van de medici. De eerste hortus was mogelijk ingericht naar voorbeeld van de [[Hortus botanicus Leiden]] waar [[Carolus Clusius]] werkte. Als extra kreeg de hortus een [[arboretum]] en een brede sloot om [[waterplanten]] te kweken.
 
OmHet aanaantal allerleiplanten onregelmatighedennam enonder bedrog bij de bereidingleiding van medicamenten te ontkomen, is tien jaar later besloten apothekersleerlingen beter op te leiden; hetbeheerder [[AthenaeumJohannes Illustre (Amsterdam)|Athenaeum IllustreSnippendaal]] werd bij het onderwijs betrokken. Het aantal planten nam toe van 300 naartot 800 rond 1646 onder leiding van beheerder [[Johannes Snippendaal]]. De Amsterdamse hortus had waarschijnlijkal als eerste hortusvroeg een stookkasverwarmde geïnstalleerdplantenkas. [[Isaac Commelin]] beschreef de hortus als in het bezit van tweeduizend planten. De hortus leverde profijt op voor het stadsbestuur door de productie en verkoop van inheemse kruiden en door het opkweken en verhandelen van exoten. Door internationale ruil en uitwisseling verspreidden nuttige planten zich over de hele wereld. Bij de vierde uitbreiding van de stad rond 1664 is het complex opgeheven. De hortus iswerd verplaatst naar het Binnengasthuisterrein, waar [[GerardBinnengasthuis Blasius(Amsterdam)|Binnengasthuis]] colleges medicijnen gafterrein.
De eerste hortus is mogelijk ingericht naar het Leidse voorbeeld, de [[Hortus botanicus Leiden]] waar [[Carolus Clusius]] werkte. Als extra kreeg de hortus een [[arboretum]] en een brede sloot om [[waterplanten]] te kweken.
 
=== Plantage ===
Om aan allerlei onregelmatigheden en bedrog bij de bereiding van medicamenten te ontkomen, is tien jaar later besloten apothekersleerlingen beter op te leiden; het [[Athenaeum Illustre (Amsterdam)|Athenaeum Illustre]] werd bij het onderwijs betrokken. Het aantal planten nam toe van 300 naar 800 rond 1646 onder leiding van beheerder [[Johannes Snippendaal]]. De Amsterdamse hortus had waarschijnlijk als eerste hortus een stookkas geïnstalleerd. [[Isaac Commelin]] beschreef de hortus als in het bezit van tweeduizend planten. De hortus leverde profijt op voor het stadsbestuur door de productie en verkoop van inheemse kruiden en door het opkweken en verhandelen van exoten. Door internationale ruil en uitwisseling verspreidden nuttige planten zich over de hele wereld. Bij de vierde uitbreiding van de stad rond 1664 is het complex opgeheven. De hortus is verplaatst naar het Binnengasthuisterrein, waar [[Gerard Blasius]] colleges medicijnen gaf.
[[Jan Commelin]] en [[Joan Huydecoper van Maarsseveen (junior)]] waren in 1682 de oprichters en eerste bestuurders van deeen nieuwe Hortus in de [[Plantage (Amsterdam)|Plantage]]. In 1684 werden bij kwekers en handelaars tulpen, hyacinten en sinaasappelbomen gekocht. In 1685 werden er asperges, stokrozen en olijfbomen aangeschaft. In resp. 1685 en 1686 kreeg de hortus [[okra (plant)|okra]] en een [[ananas]]plant toegestuurd uit Suriname. Er groeiden ook planten die uit Japan waren gesmokkeld. In 1713 schonk [[Nicolaes Witsen]] twee [[koffieplant]]jes aan de hortus. [[Frederik Ruysch]], [[Caspar Commelin]] en [[Johannes Burman]] waren beroemde [[botanici]]. Twee [[drakenbloedboom|drakenbloedbomen]] trokken veel aandacht van buitenlanders.
 
Koning [[Lodewijk Napoleon]] had de hortus willen uitbreiden met een dierentuin. Zijn collectie dieren wasis een jaar lang in de orangerie gehuisvest en is vervolgens verkochtgeweest. (Door zijn vertrek in 1810 verdwenen de plannen voor een dierentuin in de la en pas in 1838 werd [[Artis]] opgericht.) In de tweede helft van de 19e eeuw zijn er allerlei verbeteringenuitbreidingen in de hortus aangebracht, zoals de Victoriakas. De hortus werd wereldberoemd door het onderzoek dat [[Hugo de Vries]] verrichtte naar [[teunisbloem]]en.
[[Jan Commelin]] en [[Joan Huydecoper van Maarsseveen (junior)]] waren in 1682 de oprichters en eerste bestuurders van de nieuwe Hortus in de Plantage. In 1684 werden bij kwekers en handelaars tulpen, hyacinten en sinaasappelbomen gekocht. In 1685 werden er asperges, stokrozen en olijfbomen aangeschaft. In resp. 1685 en 1686 kreeg de hortus [[okra (plant)|okra]] en een [[ananas]]plant toegestuurd uit Suriname. Er groeiden ook planten die uit Japan waren gesmokkeld. In 1713 schonk [[Nicolaes Witsen]] twee [[koffieplant]]jes aan de hortus. [[Frederik Ruysch]], [[Caspar Commelin]] en [[Johannes Burman]] waren beroemde [[botanici]]. Twee [[drakenbloedboom|drakenbloedbomen]] trokken veel aandacht van buitenlanders.
 
[[Lodewijk Napoleon]] had de hortus willen uitbreiden met een dierentuin. Zijn collectie dieren was een jaar lang in de orangerie gehuisvest en is vervolgens verkocht. (Door zijn vertrek in 1810 verdwenen de plannen voor een dierentuin in de la en pas in 1838 werd [[Artis]] opgericht.) In de tweede helft van de 19e eeuw zijn er allerlei verbeteringen in de hortus aangebracht, zoals de Victoriakas. De hortus werd wereldberoemd door het onderzoek dat [[Hugo de Vries]] verrichtte naar [[teunisbloem]]en.
 
==Collectie==
59.675

bewerkingen