Aanslaggevoeligheid: verschil tussen versies

1 byte verwijderd ,  3 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
==Herkomst==
De eerste generatie synthesizers werden weleens gekscherend "deurbellen" genoemd. Je drukte op een toets, er kwam geluid uit, en dat was het. Voor [[pianist]]en viel er niet op te spelen, omdat het toetsenbord niet reageerde op de wijze van spelen: hard of zacht [[touchétoucher]] had geen enkel effect op het volume of de [[klankkleur]] van het gespeelde. Synthesizers kenden maar twee standen: geluid en geen geluid, er was geen tussengebied. Ook veel orgels, zoals bijvoorbeeld de [[Hammondorgel|Hammond]], waren niet aanslaggevoelig. Soms hadden die dan wel een pedaal om het volume te regelen.
 
In de jaren 80 kwam daar verandering in. De toenemende populariteit van synthesizers en de steeds hogere eisen die de muzikanten er aan stelden resulteerden in verregaande verbeteringen in het basisontwerp van synthesizers. Dit mondde uit in '''aanslaggevoelige''' toetseninstrumenten. [[Sensor]]en onder (of achter) de individuele toetsen op het toetsenbord registreren de toets-aanslag van de bespeler. Deze informatie wordt omgezet in data die vervolgens de klankkleur [[modulatie (muziek)|moduleert]].
 
==Soorten==
Na een aantal initiële experimenten met de wijze waarop het touchétoucher werd geregistreerd en omgezet in klankkleurdata is er tegenwoordig een [[MIDI]]-standaard voor aanslaggevoeligheid die door bijna alle MIDI -geluidsbronnen wordt 'begrepen'. Deze standaard valt grofweg uiteen in twee soorten aanslaggevoeligheid:
;Velocity-sensitive : De gevoeligheid van het keyboard voor de ''snelheid'' (velocity) waarmee een toets wordt ingedrukt.
;Aftertouch : Aftertouch is de mate waarin het keyboard reageert op de ''kracht'' waarmee een toets wordt bespeeld.
 
Bijna alle moderne [[keyboard]]s en synthesizers kunnen beide soorten aanslaggevoeligheid interpreteren en omzetten naar klankkleurdata.
 
135.129

bewerkingen