Beleg van Parijs (1870-1871): verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
k (Robotgeholpen doorverwijzing: Hessen-Darmstadt - Koppeling(en) gewijzigd naar Groothertogdom Hessen)
 
== Achtergrond ==
Het [[koninkrijk Pruisen|Pruisische]] 3e Leger onder de kroonprins [[Frederik III van Duitsland|Frederik Willem]] (de toekomstige keizer Frederik III) was al in augustus 1870 onderweg naar [[Parijs]], maar het was teruggeroepen om met Franse troepen onder [[Napoleon III]] zelf af te rekenen. Deze troepen werden bij de [[Slag bij Sedan]] verpletterd, waarna de weg naar Parijs vrij was. Koning [[Wilhelm I van Duitsland|Wilhelm I van Pruisen]] nam zelf het bevel over de Pruisische troepen, samen met zijn stafchef [[Helmuth Karl Bernhard von Moltke|Helmuth von Moltke]]. Hij bracht het 3e Leger, samen met het nieuwe Pruisische Maasleger onder kroonprins [[Albert van Saksen]], bijna zonder tegenstand naar Parijs. In Parijs verzamelde de gouverneur en commandant van de verdediging van de stad, generaal [[Louis Jules Trochu]], een strijdmacht bestaande uit soldaten die onder [[Joseph Vinoy]] uit Sedan waren gevlucht, de [[Nationale Garde (Frankrijk)|Nationale Garde]] en een brigade matrozen. In totaal waren dit 400.000 man.
 
== Het beleg ==
Tijdens de wintermaanden liep de spanning onder het Pruisische oppercommando op. Veldmaarschalk Von Moltke en generaal [[Leonhard von Blumenthal]], die het bevel voerde over de belegering, waren vooral bezig met een methodische belegering waarbij de afgelegen forten rond de stad zouden worden vernietigd en de verdedigende troepen langzaam zouden worden afgemat, zonder zware verliezen aan Duitse zijde.
 
Met het voortschrijden van de tijd groeide echter de angst dat de Duitse economie te zwaar zou moeten lijden onder een lange oorlog, en dat een langdurige belegering de Franse regering ervan zou overtuigen dat Pruisen nog kon worden verslagen. Tevens zou een langdurige veldtocht de Fransen de tijd geven een nieuw leger op poten te zetten en tevens neutrale mogendheden ervan kunnen overtuigen de wapens tegen Pruisen op te nemen. Voor Bismarck was Parijs de beslissende factor om het verzet van de onbuigzame republikeinse leiders van [[derde Franse Republiek|Frankrijk]] te breken, de oorlog bijtijds te winnen en gunstige vredescondities voor Pruisen te bedingen. Moltke maakte zich ook zorgen dat de Duitse legers rond de stad onvoldoende konden worden bevoorraad, omdat er [[ziekte]]s zoals [[tuberculose]] uitbraken onder de belegerende soldaten. Bovendien moest de bevoorrading worden verdeeld tussen de troepen rond Parijs en de troepen die in het Loiregebied tegen de overgebleven Franse legers in het veld vochten.
 
Op [[25 januari]] 1871 overstemde Wilhelm I Moltke en bepaalde dat de veldmaarschalk vanaf dat moment alles met Bismarck zou moeten overleggen. Bismarck beval onmiddellijk dat de stad moest worden gebombardeerd met zwaar [[Kaliber (wapen)|kaliber]] kanonnen van [[Krupp (familie)|Krupp]]. De stad gaf zich over op [[28 januari]] 1871.
Anonieme gebruiker