Zwaarden, paarden en ziektekiemen: verschil tussen versies

Deze factoren hadden een [[Meekoppeling|zelfversterkend]] effect, waardoor aanvankelijk kleine verschillen snel groter werden. De uitvinding van de [[geschreven taal|het schrift]] is daarvan een voorbeeld. Daar waar toch genetische factoren in het spel zijn, wijst hij vooral op de [[resistentie tegen ziekte|resistentie]] tegen bepaalde [[infectieziekte]]n die in Eurazië voorkomen, die overigens gegroeid is door veelvuldig contact met huisdieren en vee en de [[Zoönose|zoönotische]] ziekten die deze dieren meebrengen (wat weer het gevolg was van de domesticering van diersoorten). De volkeren op andere continenten hadden daar geen weerstand tegen. Hierdoor konden Europeanen hele volkeren op andere continenten praktisch [[Genocide|uitroeien]] of in elk geval met gemak overheersen.
 
Diamond had veel persoonlijk contact met [[Papoea's]], wier ouders vaak nog qua cultuur in de [[Neolithicum|steentijd]] leefden. Hij vond hen vaak veel slimmer, vindingrijker en leergieriger dan de gemiddelde Amerikaan. Immers, waar het in een Westerse consumptiemaatschappij nog geen ramp is als men niet slim is, kan dit in de jungle van Nieuw-Guinea het verschil tussen leven en dood betekenen, waardoor er bij de Papoea's een natuurlijke selectie voor intelligentie plaatsvindt die andere volkeren al hebben verloren. In plaats van kennis uit boeken kent iedere Papoea duizenden plant- en diersoorten met hun eventuele nuttige of gevaarlijke eigenschappen, en wordt ieder vreemd object uitgebreid getest op eventueel nut. Met deze persoonlijke observatie illustreert hij dat hij afstand neemt van de opvatting dat intelligentie en ontwikkeling samenhangen met het [[genoom]] van een bepaald volk.
 
Als voorbeeld van het gunstig effect van geografie en klimaat behandelt hij uitgebreid [[domesticatie]]. In feite zijn maar heel weinig planten en dieren geschikt om ze op grote schaal te gebruiken als voedselgewas of landbouwhuisdier. In Eurazië kwamen meer wilde planten en dieren voor die zich leenden voor domesticatie. Daardoor ontwikkelde zich daar de landbouw sneller dan op andere plaatsen op Aarde. Vooral de aanwezigheid van eiwitrijk [[gerst]] en twee variëteiten van tarwe en het [[vlas (gewas)|vlas]] voor het maken van textiel en verder [[geit]]en, [[schaap (dier)|schapen]] en [[rund]]eren, boden een enorm voordeel boven bijvoorbeeld [[mais]] in [[Zuid-Amerika]] of [[banaan (vrucht)|bananen]] in de Tropen. In Zuid-Amerika was er maar één soort dier dat zich leende voor domesticatie, de [[lama (dier)|lama]]. In [[Noord-Amerika]], [[Australië (continent)|Australië]] en [[Afrika]] ten zuiden van de [[Sahara]] waren nauwelijks of helemaal geen geschikte diersoorten. Eurazië had bovendien het voordeel van een oost-west oriëntatie waardoor landbouw zich makkelijker kon verspreiden omdat de te overbruggen klimaatverschillen kleiner waren.
6.061

bewerkingen