Geschiedenis van het Midden-Oosten: verschil tussen versies

k
{{Zijbalk geschiedenis wereld}}
==Gebiedsafbakening==
[[File:Levant.gif|thumb|]]
Dit is de gezamenlijke geschiedenis van [[Syrië]], [[Libanon]], [[Jordanië]], [[Palestina (regio)|Palestina]] en [[Israël]].
==Prehistorie en oudheid==
 
===Opheffing van de provincia Judea===
Op de puinhopen van [[Jeruzalem]] stichtte keizer Hadrianus de stad [[Colonia Aelia Capitolina]], gewijd aan [[Jupiter (god)|Jupiter Capitolinus]]. Het werd voor Joden verboden zich in de nieuwe stad te vestigen. Dit gebod bleef tot aan de vierde eeuw van kracht.
 
De regio Syria en Judea werden samengevoegd onder de noemer [[Syria-Palaestina]] (135). In 193 werden ze weer gesplitst, het noorden kreeg de naam [[Syria-Coele]] en het zuiden, [[Syria-Fenicië]].
Tijdens de [[Crisis van de derde eeuw]], na de [[Slag bij Edessa]] (260), waarbij keizer [[Valerianus I]] werd gevangengenomen, braken overal opstanden uit. Het Romeinse Rijk stond op de rand van de afgrond. De nieuwe keizer [[Gallienus]], zoon van Valerianus, probeerde de opstanden in het Westen te beteugelen en gaf Septimius [[Odaenathus]], de titel ''Corrector totius orientus'' "Gouverneur van het hele Oosten". Gestaag kreeg hij heel de regio onder controle. Bij zijn dood in 267 nam zijn beeldschone en bekwame vrouw Septimia [[Zenobia]], de leiding over. Ze zette haar zoon [[Vabalathus]] op de troon, en ze riepen zichzelf uit als koning en koningin. Keizer Gallienus weigerde de titels te aanvaarden en de vriendschap sloeg om in ruzie. [[Palmyra (Syrië)|Palmyra]] scheurde zich af.
 
In 272 heroverde keizer [[Aurelianus]] de opstandige regio's. Zenobia en haar zoon werden door de Romeinen gevangengenomen en in gouden kettingen naar Rome verbannen.
 
===Dioecesis Orientis ===
Op het einde van de 4de eeuw, was men door de toenemende druk van buitenaf en van binnenin het Rijk, gedwongen een co-keizerschap te installeren en werd het bestuur van oostelijke en het westelijke deel gesplitst. Herstructurering was een noodzaak, het aantal [[Romeinse provincie|provincies]] steeg van 48 naar 120. Het diocees orientis werd ingedeeld in 15 [[Lijst van Romeinse provincies in 395 n.Chr.|provincies]].
 
Keizer [[Theodosius I]] maakte van het [[christendom]], de staatgodsdienst.
 
==Byzantijnse Rijk==
In 969 veroverden de [[Fatimiden]], Egypte met [[Caïro (stad)|Caïro]] als hoofdstad. Dit is een "tegen-kalifaat" bestaande uit [[Isma'ilisme|Isma'ilieten]], een [[sjiisme|sjiitische]] stroming die dus het gezag van de kalief niet erkende. Tijdens de regering van [[Al-Aziz Billah]] werd het Midden-Oosten veroverd (977/978).
 
Op bevel van de kalief [[Al-Hakim bi-Amr Allah|Al-Hakim]] werd de [[Heilig Grafkerk]] in Jeruzalem, een van de [[Christelijke bedevaart]]plaatsen, in [[1009]] met de grond gelijk gemaakt.
 
In [[1058]] bezetten de Fatimiden zelfs tijdelijk [[Bagdad]], nog altijd de Abbasidische hoofdstad.
===Kruistochten===
{{Zie ook|[[Kruistocht]]}}
De Byzantijnse keizer [[Alexius I van Byzantium|Alexius I]], een uitstekend politicus en diplomaat, vroeg aan [[Paus Urbanus II]] hulp, in de vorm van huurlingen om het ter ziele gegane Seltsjoekenrijk te lijf te gaan, onder het mom van de Christelijke waarden. Paus Urbanus organiseerde in [[1095]] de eerste [[kruistocht]] en dit leger van kruisvaarders veroverde [[Jeruzalem]] in [[1099]]. De kruisvaarders richtten een [[bloedbad]] aan onder joden en moslims. Hierna stichtten zij het [[Latijnse Koninkrijk van Jeruzalem]], evenals drie andere staatjes.
 
===Zengiden===
 
== Ajjoebiden ==
Kort na zijn overwinning stierf Shirkuh en kreeg zijn neef [[Saladin]] de titel van [[Vizier (functie)|vizier van Egypte]] van [[al-Adid]], kalief van de Fatimiden. Toen al-Adid in 1171 stierf, nam Saladin de titel van sultan en stichtte de dynastie van de [[Ajjoebiden]]. In [[1172]] versloeg Saladin de laatste kalief van de [[Fatimiden]]. Toen Nur ad-Din in [[1174]] stierf, riep Saladin een oorlog uit tegen diens zoon [[As-Salih Ismail al-Malik]] en veroverde Damascus. Ismail vluchtte naar [[Aleppo (stad)|Aleppo]], waar hij weerstand bleef bieden aan Saladin, totdat Ismail vermoord werd in [[1181]]. Hierna veroverde Saladin het grootste deel van het binnenland van Syrië.
 
Nu nog het probleem van de Kruisvaardersstaten. Saladin maakte gretig gebruik van de opvolgingskwestie na de dood van [[Boudewijn IV van Jeruzalem]] en de exploten van de [[Kaper|vrijbuiter]], [[Reinoud van Châtillon]], die [[Kerak (stad)|caravaanroutes]] plunderde. In 1187 versloeg hij het ridderleger in een slag bij de [[Slag bij Hattin|Horens van Hattin]] en veroverde [[Beleg van Jeruzalem (1187)|Jeruzalem]].
 
=== Zesde kruistocht ===
De [[Vierde Kruistocht]] werd gefinancierd door de [[Republiek Venetië]] en eindigde met [[Beleg en val van Constantinopel (1204)| de verovering van Constantinopel in 1204]]. Alhoewel [[Keizer Frederik II]] had beloofd mee te vechten met de [[Vijfde Kruistocht]], zag hij het niet zitten, met reden, te strijden onder het vaandel van de [[Pauselijk legaat]] [[Pelagius van Albano|Pelagius]], daarvoor werd geëxcommuniceerd.
 
Na tweemaal te zijn [[Excommunicatie|geëxcommuniceerd]] vertrok Frederik II op [[Zesde Kruistocht| kruistocht]]. Door zijn band met [[Sicilië]] was hij gefascineerd door de Islamitische cultuur (zie [[Arabisch-Normandische kunststijl]]) en had hij geen zin in een directe oorlog. De onderhandelingen tussen de Keizer en [[Al-Kamil]] zijn legendarisch. Het liep uit op een compromis, het in stand houden van het verdrag tussen Richard I en Saladin, de moslims hielden Jeruzalem onder hun hoede en de christenen kregen de vrije doortocht naar hun heilige bedevaartplaatsen. Beide partijen waren tevreden en Frederik keerde weer huiswaarts.
 
===Inname van Jeruzalem ===
De zoon Al-Kamil, [[As-Salih Ayyub]] moest vechten om zijn plaats en omringde zich met huurlingen. Om hen te betalen liet hij hen plunderen. Een van die groepen, de [[Chorasmiden]] liet hij vrij Jeruzalem, stad van de Christenen, te brandschatten. Onder leiding van [[Baibars]], de toekomstige sultan van Egypte won hij de [[Slag bij La Forbie]] tegen de kruisvaarders.
 
Het [[Beleg van Jeruzalem (1244)]] en de slag bij La Forbie zullen de aanleiding zijn voor de [[Zevende Kruistocht]].
 
===Vijftiende eeuw ===
De passage van Timoer Lenk zal de caravaanroutes stilleggen en steeds [[Endemie (geneeskunde)|weerkerende]] uitbraken van de pest<ref>Secular Cycles and Millennial Trends in Africa by Andrey Korotayev and Daria Khaltourina, Moscow: URSS, 2006. {{ISBN |5484005604}}</ref> zal de regio in armoede storten.
 
==Ottomaanse Rijk==
{{Zie ook|[[Ottomaanse Rijk]]}}
[[Bestand:OttomanEmpireIn1683.png|thumb|300px|Situatie in 1683. Het Ottomaanse Rijk was op haar hoogtepunt en grote delen van het Midden-Oosten maakten er deel van uit.]]
Het [[Ottomaanse Rijk]] had in de eerste eeuwen van zijn bestaan een groot deel van [[Anatolië]] en de Balkan veroverd. De [[Ottomanen|Ottomaanse]] sultan [[Selim I]] was een erg gelovig [[Soennisme|soennitische]] moslim en probeerde alle moslims onder één bewind te krijgen. De opzet was zichzelf tot kalief uit te roepen. In [[1516]] begon hij met de verovering van Syrië, Palestina en liet de gevangengenomen laatste [[Kalifaat van de Abbasiden|Abbaside]] [[kalief]], [[Al-Mutawakkil III]], in 1517 van Cairo naar Constantinopel brengen en maakte een einde aan de [[Mammelukkensultanaat Caïro]] in Egypte. In [[1517]] erkende de [[Sjarif van Mekka]] de Sultan als [[Kalief]]. In [[1534]] werd [[Bagdad]] veroverd en in [[1546]] [[Basra]]. Ook [[Bahrein]] en delen van Oman en Jemen vielen onder Ottomaanse controle.
 
Na de [[Expeditie van Napoleon naar Egypte|inval van Egypte door Napoleon]] werd het duidelijk dat het Ottomaanse Rijk in staat van ontbinding was. Een krachtig heerser verscheen aan het firmament, [[Mohammed Ali van Egypte]]. Tussen 1811-1818 heroverde hij voor de Ottomanen [[Mekka]] en [[Medina (Arabië)|Medina]]. In 1825 steunde zijn zoon Ibrahim tevergeefs de Ottomanen in hun strijd in de [[Griekse Onafhankelijkheidsoorlog]] en in 1831-'33 veroverde Ibrahim, met enige steun van Frankrijk, geheel Syrië en zelf een deel van [[Anatolië]]. Dit was een brug te ver voor de Britten en eisten dat de Egyptenaren zich zouden terugtrekken uit de Levant. Mehmet en Ibrahim weigerden. Daarop bombardeerden de Britten [[Akko (stad)|Akko]] en dreigden met een invasie van Syrië. Na onderhandelen werd de [[Conventie van Londen (1840)]] overeengekomen, Mehmet Ali trok zijn troepen terug uit de Levant.