Hoofdmenu openen

Wijzigingen

29 bytes verwijderd, 1 jaar geleden
link, bronvraag
[[Bestand:Historical German linguistical area.PNG|{{largethumb}}|Het Duitse taalgebied in Europa met de landsgrenzen van 1918 tot aan de Tweede Wereldoorlog. De verticaal gearceerde gebieden werden gekenmerkt door gemengde Duits-Slavische en Duits-Baltische taalgroepen. Let op de [[Diaspora (antropologie)|diaspora]] van Volksduitse woongebieden in [[Wolhynië]] en [[Roemenië]].]]
'''Volksduitsers''' ([[Duits]]: Volksdeutsche, synoniem: Auslanddeutsche) was de term die na de [[Eerste Wereldoorlog]] gebruikt werd om Duitsers aan te duiden die als afzonderlijke volksgroep buiten [[Duitsland]] (en buiten [[Oostenrijk]] en [[Zwitserland]]), meestal reeds eeuwenlang, woonden. De term slaat op de [[etniciteit|etnische]] Duitse minderheden in Midden- en Oost-Europa, maar wordt soms ook op Duitse immigranten in de Nieuwe Wereld toegepast. Men moest Volksduitsers onderscheiden van Staatsduitsers, meestal ook aangeduid als ''[[Rijksduitsers]]'' (Reichsdeutsche), dat wil zeggen, staatsburgers van het [[Duitse Rijk]] zoals het tussen 1871 en 1945 bestond (na 1938 met inbegrip van Oostenrijk). Toen het nationaalsocialistische Duitsland Midden- en gedeeltelijk Oost-Europa had bezet, werden vanuit Duitsland aangevoerd ambtenaren- en politiepersoneel, evenals Duitse boerenkolonisten en ondernemers, onderscheiden als afkomstig uit het "Altreich" naast de autochtone Duitstalige minderheden in de bezette landen. Sinds de oorlog heeft de term Volksduitser echter een negatieve lading gekregen, in reactie op het nazistische misbruik ervan. Dat kan in Midden- en Oost-Europa een reden zijn om de term juist wel te blijven gebruiken, terwijl de betrokkenen zelf daar juist geen prijs (meer) op stellen.
Onder invloed van de Engelse terminologie wordt in het Nederlands de aanduiding Volksduitser steeds meer vervangen door [[''etnische Duitser]]''.{{bron?}}
 
== Emigratieperiodes van Volksduitsers ==