Hoofdmenu openen

Wijzigingen

Geen verandering in de grootte, 1 jaar geleden
Bourdichon wordt door vele kunsthistorici die zijn werk bestudeerden beschreven als iemand die vlekkeloos werk aflevert maar zelden vernieuwend is. Hij maakt wat zijn opdrachtgevers mooi vonden, en mooi was voor hen rijk en somptueus zoals blijkt uit de rekeningen van Anne van Bretagne en Frans I, die ook het realisme aanprees. Latere critici gaan dit 'mooi' in pejoratieve zin gebruiken<ref name=carl/> Eigentijdse beschrijvingen hebben het over de ''stylus grandis'' of ''stylus sublimis'' omwille van het rijke en gevarieerde kleurenpalet en het veelvuldig gebruik van goud. Ook zijn composities, waarbij de vormen ruimtelijk geplaatst worden volgens hun hiërarchie en personen worden afgebeeld handelend naar hun sociale en morele rang.<ref name=carl/> Grote figuren komen bijna bladvullend op de voorgrond zodat details nagenoeg verdwijnen en alle aandacht naar het hoofdgebeuren gaat.
 
Als kind van zijn tijd (of onder invloed van Fouquet) gebruikt hij geïtalianiseerde of antieke gebouwen, hoewel ook de gotische niet ontbreken. Hij gebruikt uiteraard het [[lijnperspectief]], naast het [[atmosferisch perspectief]]. Volgens sommigen zou hij een of meerdere bezoeken aan Italië gebracht hebben in het gevolg van de Franse koningen.<ref>The Dawn of French renaissance, CUP archive, p. 540.</ref> Personen worden dikwijls ten halve lijve uitgebeeld en in de Grote getijden van Anne van Bretagne omkadert hij de miniaturen met een gouden lijst wat doet denken aan de schilderkunst op paneel. In de margeversieringen[[Marge (handschrift)|margeversiering]]en van dit werk gebruikt de artiest voor zijn catalogus van 337 planten een voorstelling die geïnspireerd was door de [[Gent-Brugse stijl in de boekverluchting]]<ref>Thomas Kren, Consolidation and Renewal, manuscript illumination under the Habsburgs ca. 1485-1510, in: Illuminating the renaissance, the triumph of flemish manuscript painting in Europe, ed. Thomas Kren en Scot McKendrick, The J. Paul Getty Museum – Los Angeles, 2003, pp. 313.</ref> wat aantoont dat hij ook de Vlaamse boekverluchting kende.
 
Uit zijn werk blijkt dat hij graag nachtelijke scènes schilderde.
30.312

bewerkingen