Paul von Hindenburg: verschil tussen versies

14 bytes toegevoegd ,  3 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
(gerestaureerde, scherpere afbeelding)
 
Er was aanvankelijk twijfel over de vraag of een antidemocratisch gezinde edelman, behangen met de orden van zijn geliefde keizer, wel een goed president van de eerste democratische Duitse republiek kon zijn, een staat waarin de politiek door de rijkskanselier en het kabinet werden geformuleerd.<ref>Sebatian Haffner in een essay over Hindenburg, 1925.</ref> Hij moest inderdaad niets van [[democratie]] hebben, maar zwoer toch een eed op de democratische [[grondwet van Weimar]] en hield zich er ook aan. Tegen alle verwachtingen in deed de oude man het uitstekend als constitutioneel staatshoofd.
Aan het eind van zijn zevenjarige termijn, toen zijn lichamelijke en geestelijke krachten hem al in de steek lieten, liet hij zich toch overhalen tot een nieuwe kandidatuur. Als[[Adolf enigeHitler]] werdbesloot de grijze maarschalk in staat geachtdaarop om dezijn nazitegenkandidatuur [[Adolf Hitler]]in te verslaandienen. De campagne werd namens de president gevoerd door kanselier [[Heinrich Brüning]], die echter direct na de overwinning door Hindenburg werd afgedankt.
 
Hij werd in 1932 herkozen met een49% kleinevan meerderheidde stemmen (tegenover de 30% van [[Adolf Hitler]]) maar moest toezien hoe de Republiek van Weimar nu zozeer door extreem rechts en extreem links werd verscheurd dat de politieke toestand hopeloos leek. De benoeming van de door Hindenburg verachte "Boheemse korporaal" Hitler werd door de op eigenbelang bedachte "camarilla" onder wie zijn secretaris dr. Meisner, oud-kanselier [[Franz von Papen|von Papen]] en Hindenburgs zoon [[Oskar von Hindenburg|Oskar]] doorgedrukt. Na twee zeer korte tussenkabinetten benoemde hij aldus in [[1933]] [[Adolf Hitler]] tot [[Rijkskanselier]], als opvolger van [[Kurt von Schleicher]].
 
Hindenburg leed al langer aan dementie (wellicht de [[ziekte van Alzheimer]]) en werd in zijn laatste jaren steeds verwarder. Hij wist vaak niet meer waar hij was of wat er gaande was. De schandalen rond zijn zoon, generaal-majoor von Hindenburg, en de intriges en corruptie, waaronder het [[Osthilfeskandal]], rond de zoon en de kliek rondom hem zijn Hindenburg waarschijnlijk ontgaan. Echte macht kon hij niet meer uitoefenen, zodat Hitler kon doen en laten wat hij wilde. Het resultaat was dat Hindenburg zijn laatste jaar nog slechts een papieren rol kreeg te vervullen terwijl Hitler zijn macht ongestoord kon uitbreiden over het regeringsapparaat. In 1933 was de nu 85-jarige president soms zo verward dat hij dacht dat Hitler "zijn" keizer was. Na de [[Rijksdagbrand]] en de [[Nacht van de Lange Messen]] feliciteerde Hindenburg Hitler met zijn "succesvolle onderdrukking" van "ongewenste elementen". Waarschijnlijk wist de oude president niet eens wat er gaande was.
80

bewerkingen