Hoofdmenu openen

Wijzigingen

36 bytes verwijderd ,  2 jaar geleden
uitgestorven soorten staan verderop, kon m.i. beter daar geïntegreerd worden i.p.v. in de algemene inleiding
[[Bestand:Elefants comparative anatomy.png|{{largethumb}}|Vergelijking van de kop en voorkant van het lichaam van de [[Aziatische olifant]] (1) en de [[Afrikaanse olifant]] (2)]]
 
'''Olifanten''' zijn grote [[zoogdieren]] uit de [[familie (biologie)|familie]] van de [[Elephantidae]] binnen de orde van de [[slurfdieren]] (Proboscidea). Traditioneel worden er twee soorten erkend, de [[Afrikaanse olifant]] (''Loxodonta africana'') en de [[Aziatische olifant]] (''Elephas maximus''). Uit DNA-studies is vastgesteld dat de Afrikaanse olifanten bestaan uit twee aparte soorten, respectievelijk de [[savanneolifant]] (''Loxodonta africana'') en de [[bosolifant]] (''Loxodonta cyclotis''). De uitgestorven Pleistocene bosolifant (Palaeoloxodon antiquus), die voorkwam in Europa tot de late [[Pleistoceen]], is het meest verwant met de Afrikaanse bosolifant.<ref>[https://www.mpg.de/11335333/elephant-family-tree Genetic study shakes up the elephant family tree]</ref><ref>[http://eol.org/pages/4454710/details details Elephas antiquus, Encyclopedia of live]</ref> Vermoedelijk heeft de mens een rol gespeeld in het uitsterven van deze olifantsoort.<ref>[http://prehistoric-fauna.com/Palaeoloxodon-antiquus Straight-tusked elephant (Palaeoloxodon antiquus), Prehistoric Fauna, Roman Uchytel]</ref>
 
Olifanten komen verspreid voor in [[Afrika]] ten zuiden van de [[Sahara]] en in het zuiden en zuidoosten van [[Azië]]. Zij zijn de enige nog levende soorten van de slurfdieren, uitgestorven zijn onder andere de [[mammoeten]] en [[Mammut (mastodont)|mastodonten]]. Het zijn de grootste levende landdieren. De mannelijke Afrikaanse olifanten kunnen een hoogte van 4 m en een massa van 7000 kg bereiken. Deze dieren hebben verschillende onderscheidende kenmerken, zoals een [[Proboscis]] of slurf die wordt gebruikt voor vele doeleinden, met name voor het grijpen van voorwerpen. Hun snijtanden groeien uit tot [[slagtand]]en en dienen als hulpmiddelen voor het verplaatsen van objecten, het graven en als wapen tijdens gevechten. De grote oorflappen van de olifant worden gebruikt om de temperatuur van het lichaam te beheersen. Afrikaanse olifanten hebben grotere oren en een holle rug, terwijl Aziatische olifanten kleinere oren hebben een bolle of rechte rug.
 
[[Bestand:Woolly Mammoth-RBC.jpg|{{largethumb}}|Wolharige mammoet]]
Aan het begin van het [[pleistoceen]] ervoeren [[Elephantidae]] een hoge hoeveelheid soortvorming. ''Loxodonta atlantica'' werd de meest voorkomende soort in Noord- en Zuid-Afrika maar werd later in het [[pleistoceen]] vervangen door ''Elephas iolensis''. Alleen toen ''Elephas'' uit Afrika verdween, werd ''Loxodonta'' weer dominant, maar deze keer in de vorm van de moderne soort. ''Elephas'' diversifieerde in nieuwe soorten in Azië, zoals ''Elephas hysudricus'' en ''Elephas platycephus'', waarbij de laatstgenoemde mogelijk de voorouder is van de moderne Aziatische olifant. ''Mammuthus'' evolueerde tot vele soorten zoals de welbekende [[wolharige mammoet]]. In Europa kwam in het late pleistoceen ook ''Palaeoloxodon antiquus'' voor, die het meest verwant is met de Afrikaanse bosolifant.<ref>[https://www.mpg.de/11335333/elephant-family-tree Genetic study shakes up the elephant family tree]</ref><ref>[http://eol.org/pages/4454710/details details Elephas antiquus, Encyclopedia of live]</ref> Vermoedelijk heeft de mens een rol gespeeld in het uitsterven van deze olifantsoort.<ref>[http://prehistoric-fauna.com/Palaeoloxodon-antiquus Straight-tusked elephant (Palaeoloxodon antiquus), Prehistoric Fauna, Roman Uchytel]</ref> In het late [[pleistoceen]] verdwenen de meeste slurfdieren tijdens de [[kwartaire ijstijd]], die wereldwijd meer dan 50% van de genera die meer dan 5 kilogram wogen doodde.
 
Slurfdieren ervoeren vele evolutionaire veranderingen, zoals een toename in grootte, dat leidde tot veel grote soorten die tot wel 4 meter hoog werden. Zoals met andere [[megafauna|megaherbivoren]], inclusief de uitgestorven [[Sauropoda]], ontwikkelde het grote formaat van olifanten zich waarschijnlijk zodat ze konden overleven op vegetatie met een lage voedingswaarde. Hun ledematen werden langer en hun voeten korter en breder. Eerdere slurfdieren ontwikkelden langere onderkaken en kleinere [[Schedel|crania]], terwijl de meer geavanceerdere kortere onderkaken ontwikkelden, die het zwaartepunt van het hoofd verschoven. De schedel groeide groter, specifiek het cranium, terwijl de nek korter werd om betere ondersteuning aan de schedel te bieden. De toename in grootte leidde tot de ontwikkeling en verlenging van de slurf om bereik te bieden. Het aantal premolaren, snijtanden en hoektanden nam af. De wang tanden (molaren en premolaren) werden groter en gespecialiseerder. De bovenste tweede snijtanden groeiden tot slagtanden, welke varieerden in vorm van recht, tot gebogen (zowel naar boven als naar onderen), tot spiraalvormig, afhankelijk van de soort. Sommige slurfdieren ontwikkelden slagtanden vanuit hun lagere snijtanden. Olifanten behouden bepaalde eigenschappen van hun aquatische voorouders zoals hun middenooranatomie en de interne [[testikels]] van de mannetjes.
111.786

bewerkingen