Kalifaat van de Rashidun: verschil tussen versies

2.208 bytes toegevoegd ,  2 jaar geleden
== Gebeurtenissen per tijdsperiode kalief ==
 
=== Abu Bakr (632-634) ===
Na de dood van Mohammed in [[Medina (Arabië)|Medina]], dreigde de verdeeldheid opnieuw de overhand te krijgen. Weliswaar werd [[Aboe Bakr]] unaniem tot [[kalief]] gekozen, maar zijn benoeming geschiedde in grote haast en wekte weerzin op bij aanhangers van Ali ibn Aboe Talib, die vonden dat Ali als familielid van Mohammed automatisch kalief had moeten worden. Hoewel deze crisis vrij snel bezworen was (doch later opnieuw zou opflakkeren en tot een schisma binnen de islam zou leiden), begonnen Arabische stammen te rebelleren, omdat ze vonden dat ze door de dood van Mohammed ook van hun eed van trouw waren ontslagen. Sommige stammen weigerden belasting af te dragen, en anderen volgden andere profeten als [[Musaylima]] en [[Tulaiha]]. Abu Bakr herorganiseerde zijn leger en organiseerde expedities tegen de verschillende rebelse stammen, waarbij eerst de verzetshaarden die zich het dichtst bij Medina waren onderworpen werden gevolgd door Centraal- en Noord-Arabië, en uiteindelijk Oman en Hadramaut.
Na de dood van Mohammed in [[Medina (Arabië)|Medina]] onderwierp [[kalief]] [[Aboe Bakr]], een van de vroegste volgelingen van Mohammed, de Arabische stammen en drong op naar [[Syrië]] en [[Perzische Rijk|Perzië]].
 
Deze burgeroorlog, de zogenaamde [[Ridda-oorlogen]], namen het grootste deel van Abu Bakrs korte kalifaat in beslag. Daarna stuurde bij [[Khalid]] met een leger van 18,000 man naar het door het [[Perzische Rijk|Perzië]] beheerste Irak en hun vazalstaat der Lakhmiden, waarna Romeins [[Syrië]] aangevallen werd. De motivatie achter deze aanvallen was onduidelijk, het had een veroveringsplan kunnen zijn maar wellicht wilde Abu Bakr niet meer dan met de Romeins-Perzische bemoeienis in Arabië afrekenen en een bufferzone creëren. Hoe dan ook, deze aanvallen bleken zeer succesvol.
=== 634-644 ===
 
=== Omar (634-644) ===
[[Omar ibn al-Chattab]] veranderde de nationale Arabische staat in een [[theocratie|theocratisch]] wereldrijk en bouwde een militair bestuur op: de bevelhebber van de Arabische bezettingstroepen werd tevens civiel stadhouder van de kalief, religieus leider en wereldlijk rechter. Omar veroverde [[Syrië]] en [[Palestina (regio)|Palestina]] ([[Slag bij de Jarmoek]]) in 636, veroverde [[Jeruzalem]] in 638 en het [[Perzische Rijk]], [[Slag bij al-Qādisiyyah]] (636), het [[Beleg van Ctesiphon]] (637) en de [[Slag bij Nahāvand]] (642).
 
Zijn veldheer [['Amr ibn al-'As]] veroverde [[Byzantijns Egypte|Egypte]] (ontruiming van [[Alexandrië]] door de Byzantijnen in 641).
 
=== Oetman (644-656) ===
Na Omars dood werd [[Oethman ibn Affan]] als derde kalief gekozen. Zijn verkiezing wordt door sommigen als een manipulatie in het belang van de [[Omajjaden]] gezien. Onder zijn leiding werd de expansiepolitiek voortgezet.
De stadhouder van [[Damascus]], [[Moe'awija]], streed tegen [[Byzantijnse Rijk|Byzantium]]. [[Libië]] en het oostelijk deel van [[Perzische Rijk|Perzië]] werden onderdeel van het Arabische Rijk. Zijn centralistische politiek, die een einde maakte aan veel privileges van de Arabische legers in de provincies en hen dwong een deel van de geïnde belasting aan de staatskas af te staan, alsmede de beschuldiging van nepotisme, leidden tot rebellie tegen hem en hij werd dan ook in 656 vermoord. Omtrent de opvolging van Oethman bestond veel onenigheid.
 
=== Ali (656-661) ===
[[Ali ibn Abu Talib]], neef, schoonzoon en vertrouweling van Mohammed, werd uiteindelijk kalief maar zijn regering werd gekenmerkt door interne verdeeldheid en strijd, de [[Eerste Fitna]] oftewel opstand. Voor het eerst streden moslims onderling. Ali had eenhierin conflicttwee mettegenstanders, Mohammeds weduwe [[Aïsja]] (en [[EersteMoe'awija FitnaI|Moe'awija]], opstand)stadhouder van Syrië. Beiden waren het oneens over de wijze waarop Ali na de moord op Oethman kalief was geworden en vonden dat hij bovendien naliet de moordenaars te straffen (of wellicht zelf de hand in de moord had gehad). Ali zegevierde in de [[Slag van de Kameel]] bij [[Basra]] (656). [[Medina (Arabië)|Medina]] verloor zijn politieke betekenis, Ali verplaatste zijn residentie naar [[Koefa]].
 
[[Moe'awija I|Moe'awija]], stadhouder van Syrië, wilde de dood van zijn neef Oethman wreken. De slag bij [[Siffin]] (657) bleef onbeslist en het scheidsgerecht van [[Adhruch]] (658) gaf geen resultaat: Ali verloor een deel van zijn aanhangers ([[kharidjieten]]). Ali werd in [[661]] in Koefa vermoord door een van hen. Hassan ibn Ali volgde hem op en trachtte met Moe'awija te onderhandelen, maar trad na korte tijd af toen bleek dat hij vrijwel geen politiek draagvlak meer had. Moe'awija werd in Jeruzalem gekroond confirm de overeenkomst met Hassan. Hassans kalifaat had maar 7 maanden geduurd en met de kroning van Moe'awija eindigde het Rashidun-kalifaat en begon het [[Omajjaden]]-kalifaat.
 
== Mogelijke verklaring voor religieus en militair succes ==
5.648

bewerkingen