Hoofdmenu openen

Wijzigingen

4.538 bytes verwijderd, 2 jaar geleden
Woningen verhuisd naar Marnixplein 2C-8M en Marnixplein 10-12; Beeld naar Volksvrouw, oorlogsmon. naar Bevrijdingslinde
Openbare Speeltuin No. 2. was geopend voor jongens en meisjes van zeven tot twaalf jaar, van mei tot en met september, tussen vijf uur 's middags en acht uur 's avonds. In 1884 kwamen er gemiddeld 1400 bezoekers per speeldag. De speeltuin bleef vele decennia in gebruik, totdat in 1953 werd besloten om op deze plek een gemeentelijke was- bad- en zweminrichting te bouwen. Het noordelijk deel van de voormalige speelplaats werd in de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig nog wel gebruikt als rolschaatsbaan. In 1974 moest ook de rolschaatsbaan wijken voor de aanleg van het moderne 25-meterbad.<ref>[http://www.bma.amsterdam.nl/publish/pages/261810/bmachermarnixdef.pdf Cultuurhistorische verkenning Gemeente Amsterdam, Bureau Monumentenzorg en Archeologie]</ref>
 
==Woningen==
[[Bestand:G.B. Salm (architect).jpg|thumb||Portret van G.B. Salm in jubileumboek van de [[Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst]]]]
Na het [[slechten]] van de stadswal, en de verbreding van de Marnixstraat rond 1862 met delen van de langs de Lijnbaansgracht gelegen [[touwslager|lijnbanen]], was ruimte ontstaan voor de bouw van woningen. Veel kavels werden uitgegeven aan particulier initiatief. [[woningcorporatie|Woningbouwverenigingen]] bouwden er arbeiderswoningen en beleggers in vastgoed zetten er [[revolutiebouw]] neer voor de verhuur. Ten noorden van de Westerstraat en ten zuiden van de voormalige Zaagbarrière, pal aan het Marnixplein, bouwde de [[Remonstranten|Remonstrantsche]] Stichting in 1875 een complex met 36 arbeiderswoningen.
 
De architect was [[Gerlof Salm]]. Hij bracht de woningen onder in vier huizen, 2 smalle in het midden met tweekamerwoningen en twee bredere, iets vooruitspringende, aan weerszijden met vier rug-aan-rug-woningen van één kamer per verdieping, twaalf per portiek. De bouw van deze woningen door een kerkgenootschap was een rechtstreeks gevolg van een rapport dat was geschreven in 1870 door [[Henrick S. van Lennep]], J.B. Stokvis en G.H. Kuiper, waarin kerkelijke instanties werden uitgenodigd eenvoudige woningen te bouwen voor de minstbedeelden. Niet als investering, maar met een minimaal rendement op het geïnvesteerde vermogen om de huren betaalbaar te houden voor de doelgroep.
 
De Remonstrantsche Gemeente werd over de streep getrokken door Everdina Wilhelmina de Lanoy-van Manen, weduwe van de in 1874 overleden Frans de Lanoy. Uit zijn nalatenschap deed zij een schenking van 72.000 gulden voor de bouw. De woningen moesten worden verhuurd door de Remonstrantsch Gereformeerde gemeente. Leden van deze gemeente zouden de voorkeur hebben, maar gezinnen met een andere geloofsbelijdenis zouden niet worden uitgesloten. De helft van de zuivere opbrengst zou ten gunste moeten komen van [[diaconie]], de andere helft voor een weduwen- en wezenfonds. De eerste bewoners waren 26 remonstrantse gezinnen en 10 niet-remonstrantse, die wekelijks fl. 1,75 tot fl. 3,- huur betaalden.
 
Tot 1976 werd het blokje beheerd door de Remonstrantsche gemeente. Aangezien deze stichting niet was erkend als woningcorporatie en daarom geen aanspraak kon maken op broodnodige rijkssubsidies voor renovatie tot [[HAT-eenheid|hateenheden]], verkocht de stichting het blok in 1976 aan de gemeente Amsterdam. De Stichting HUIS (Huisvesting Uit Ideëel Oogpunt) verhuurde de woningen nog een aantal jaar aan jongeren, voordat het [[Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam]] een renovatie uitvoerde in 1982. Sindsdien worden de 36 "burger- en werkmanswoningen" verhuurd aan één- en tweepersoonshuishoudens.
 
Het Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam werd in 1994 geprivatiseerd in de Stichting Het [[Woningbedrijf Amsterdam]]. Tussen 2004 en 2014 fuseerde deze stichting met woningcorporaties in Almere, Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Haarlemmermeer en Weesp tot de huidige Stichting [[Ymere]], waardoor een van de grootste [[woningcorporatie|woningcorporaties]] van Nederland ontstond. De woningen worden tegenwoordig verhuurd door deze [[woningcorporatie]].
 
Langs de noordzijde van het plein staat een, aan de Marnixkade en de Nieuwe Gietersstraat grenzend, appartementencomplex met 35 [[Sociale woningbouw|sociale huurwoningen]], gebouwd door woningbouwvereniging [[Zomers Buiten]] in de [[jaren zestig]] van de [[20e eeuw]].
 
==Verkeer en vervoer==
Bij de kruising met de Marnixstraat liggen haltes voor de tramlijnen [[Tramlijn 3 (Amsterdam)|3]] en [[Tramlijn 10 (Amsterdam)|10]], de buslijnen 18 en 21 en de nachtbuslijnen 348 en 353.
 
==Bronzen beeld==
Voor het voormalige Wijkgebouw van de Hervormde Gemeente: ''het Marnixhuis'', aan het Marnixplein 2 / hoek Westerstraat, staat sinds eind [[jaren 60]] het bronzen beeld 'Volksvrouw' door [[Henk Henriët]] (1903-1945), dat hij maakte eind [[jaren 30]] van de [[20e eeuw]]. Het verbeeldt de volksvrouwen die het hoofd boven water wisten te houden in de crisisjaren. In [[1967]] werd het in het Stedelijk Museum bewaarde gipsmodel in brons gegoten.
 
{{Appendix||2=}}
Ten zuiden van de kruising met de Westerstraat is in 1946 een bevrijdingslinde geplant door Jordanese kinderen. Een urn met hun namen bevindt zich onder de bijbehorende gedenksteen. Deze boom en plaquette moeten de herinnering levend houden aan de [[Bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland]] in de periode 1940-1945.
 
{{Appendix||2=
== Bron ==
* ''Van Concordia tot Lucky Luyk : 31 voorbeelden van gemeentelijk woningbeheer in Amsterdam'', Lucas Delfgaauw en Dolf Overwater, 1985
* ''Woningbouw voor arbeiders in het 19e-eeuwse Amsterdam'', Carol Schade, Amsterdam 1981
== Noten ==
{{References||2}}
}}
{{Commonscat|Marnixplein, Amsterdam}}
{{Navigatie pleinen Amsterdam}}
57.620

bewerkingen