Tweede beeldenstorm: verschil tussen versies

41 bytes verwijderd ,  4 jaar geleden
→‎Immateriële cultuur: Het waren juist niet de monniken en monialen die hun habijt aflegden. Dit gebeurde veelal in de actieve congregaties.
k (Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: bijbel → Bijbel met AWB)
(→‎Immateriële cultuur: Het waren juist niet de monniken en monialen die hun habijt aflegden. Dit gebeurde veelal in de actieve congregaties.)
Weldra werden talloze wijzigingen ingevoerd. De oude [[Latijn]]se kerktaal werd praktisch afgeschaft, want de heilige [[mis]] "moest begrijpelijk zijn voor alle gelovigen". Wanneer bleek dat de mis in de volkstaal vanwege moeilijk te doorgronden theologische begrippen evenmin begrijpelijk was, werden er nieuwe, 'duidelijkere' gebeden geschreven. Bijbellezingen in de liturgie werden soms vervangen door alternatieve, 'duidelijkere' verhalen. Talloze lokale experimentele liturgische werkgroepen schoten uit de grond. Priesters begonnen gebeden en Bijbelse vertalingen te gebruiken die niet door de bisschoppen waren goedgekeurd en maakten zo het gebruik van het [[Missaal|volksmissaal]] onmogelijk. In de praktijk kwam het erop neer dat de [[liturgie]] werd ontdaan van zijn middeleeuwse en post-Tridentijnse geschiedenis.
 
Op het gebied van de immateriële cultuur kwam de tweede beeldenstorm tot uiting door het afstand nemen van de soms meer dan vijftienhonderd jaar oude heilige teksten en gezangen. Het sacrament van de [[biecht]], de [[eucharistische aanbidding]] en het [[rozenkrans|rozenkransgebed]] werden vaak overbodig geacht en achterwege gelaten. Het gebruik van [[catechismus]]sen, zoals de [[Schoolkatechismus]], werd op vele plaatsen gestopt. [[Volksdevotie]]s werden onvoldoende intellectueel geacht en daarom onderdrukt en, voor zover zij door de geestelijkheid werden gecontroleerd, afgeschaft. In vele kerkgebouwen werden de traditionele, als zoetelijk beschouwde elementen zoals de heiligenbeelden verwijderd, vooral uit de periode tussen ± 1800-1940. Sommige [[priester]]s, [[Monnikkloosterlingen (christendom)|monnik]]en en [[Zuster (religie)|monialen]]zusters begonnen burgerkledij te dragen en werden daardoor onherkenbaar. In sommige kloostergemeenschappen liet men het gebruik van een [[kloosternaam]] achterwege. [[Processie]]s gingen niet meer uit en het [[Gregoriaanse muziek|Gregoriaans]], de kenmerkende kerkzang van de Latijnse Kerk, raakte binnen korte tijd bijna geheel uit de gratie. Ervoor in de plaats kwamen [[strofe|strofisch]]e gezangen in de volkstaal, waarbij de werken van [[Huub Oosterhuis]] op muziek van [[Bernard Huijbers]] veel gebruikt werden. Hier en daar werd er geëxperimenteerd met zogenaamde 'beatmissen'. De boodschap van de Kerk werd vooral als een sociale boodschap begrepen en de individuele transcendente Godservaring werd naar de achtergrond gedreven.
 
===Materiële cultuur===
3.537

bewerkingen