Oldambtster boerderij: verschil tussen versies

327 bytes toegevoegd ,  4 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
===== Schuur =====
De driebeukige schuren van typische Oldambtster boerderijen zijn relatief groot; oppervlaktematen van 900m<sup><sup>2</sup></sup> of meer afmetingen LxBxH 50m*23m*12m zijn niet uitzonderlijk.<br />
De driebeukige schuur is traditioneel verdeeld in een aantal door (halfsteens) muren gescheiden gedeeltegedeelten. In de zijbeuk direct grenzend aan het achterhuis bevindt zich de koestal, richting achtergevel was veelal ook ruimte voor enkele varkenshokken en jongvee. De koeien worden twee aan twee gestald tussen [[wilgenteen|wilgentenen]] of houten schotten die de gebintenstijlen met de buitenmuur verbinden.<br />
<!--- In de hogere middenbeuk is meestal tegen het midden de achtergevel bevond de paardenstal en ruimte voor werktuigen te vinden.-->Het gedeelte van de middenbeuk boven en voor de paardenstal wordt door de plaatsing van de gebinten op natuurlijke wijzenwijze verdeeld in diverse vakken of golven met de mogelijkheid voor oogstopslag van diverse gewassen en [[hooi]]opslag. Tussen de golven van de middenbeuk en den baander bestaat in principe een open verbinding (zonder muren of schotten). De diverse golven kunnen naar behoefte door verplaatsbare (houten) schotten van elkaar en de baand(der) worden afgeschot om zodoende de diverse opgeslagen oogstgewassen fysiek gescheiden te houden.<br />
De zijbeuk aan de andere zijde vormt de zogenaamde baan of baander en wordt aan weerszijden afgesloten door de z.g. baanderdeuren.
 
===== Baan(der) =====
De Baan of baander neemt bevindt zich min of meer op de plek die in andere boerderijen van de Friese bouwgroep wordt aangeduid als dors, dars of deel. Het verschil tussen de baander en de andere genoemde vormen is voornamelijk gelegen in het logistiek gebruik van de baan(der). Doordat de baander aan weerszijden is voorzien van grote en hoge baanderdeuren <small>(abusievelijk ook wel zelf aangeduid als baander, mogelijk als verbastering van het woord baandeur)</small> was het mogelijk met verscheiden wagens tegelijk van achter naar voor door de baan langs de vakkengolven (metvakken voor oogstopslag) te rijden. Hierdoor was het mogelijk met verscheidene hoog opgetaste wagens tegelijk de oogst de schuur in te rijden en achtereenvolgens te lossen. De geloste wagen konden vervolgens door de voorste baanderdeur weer vertrekken voor nieuwe oogst/lading zonder de voortgang van het werk in de schuur noemenswaardig te hinderen.<br />
Door de gewoonlijk aanzienlijk breedte (5m-8m) van de zijbeuk van de baander bleef er tegen de buitenmuur voldoende ruimte over het gebruik als dorsvloer/deel en zelfs voor het stallen van wagens en werktuigen. Het was echter niet ongebruikelijk dat er benevens het hoofdgebouw ook een losse wagenschuur op de boerenplaats stond.
 
Anonieme gebruiker