Guignardia aesculi: verschil tussen versies

641 bytes toegevoegd ,  6 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
kGeen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
}}
 
'''''Guignardia aesculi''''' is een schimmel die behoort tot de familie [[Botryosphaeriaceae]] van de [[ascomyceten]]. De schimmel veroorzaakt de bladvlekkenziekte, bladverbruining en bladnecrose, bij bomen van [[paardenkastanje]]. De schimmel komt voor in Europa en Noord-Amerika. Sporen van de afgevallen bladeren infecteren de jonge bladeren in het voorjaar.
 
Op de aangetaste bladeren ontstaan roodbruine, onregelmatig gevormde vlekken met een donker centrum. De [[conidium|conidiën]] worden gevormd in een halfrond, 80-165 [[Micrometer (eenheid)|µm]] groot [[pycnidium]], dat verzonken in het [[Stroma (schimmel)|stroma]] ligt. De wand van het pycnidium is pseudoparenchymatisch en bestaat uit 2-3 cellagen. De buitenste cellaag is kastanjebruin en de binnenste cellaag is kleurloos. De ronde, 15-20 µm grote [[ostiole]] is omgeven door opvallende, donkerbruine cellen. De cilindervormige, 5-10 x 2-4 µm grote, holoblastische conidiogene cellen zijn kleurloos en staan op de binnenste cellaag. De aan de voet vertakte [[conidiofoor|conidioforen]] zijn gesepteerd met aan de top [[fialide]]n. De eivormige tot ronde, 10-18 x 6-10 µm grote [[conidium|conidiën]] zijn kleurloos en hebben een kleurloos, 5-8 µm groot aanhangsel. In verse toestand zijn ze omgeven door een slijmlaagje. In de condiospore zitten oliedruppeltjes. De 3-9 x 0,5-1,0 µm grote microconidia zijn kleurloos
 
Op de afgevallen bladeren worden donkerbruine, 90-160 µm grote [[perithecium|peritheciën]] gevormd. Ze liggen verzonken in het stroma. De pseudoparenchymatische wand van het perithecium bestaat uit 2-4 cellagen. De buitenste, donkerbruine cellagen hebben dikke celwanden. De binnenste cellagen zijn geleidelijk minder gepigmenteerd. De 50-70 x 14-18 µm grote, bitunicate [[ascus|asci]] zijn min of meer knuppelvormig en bevatten acht [[ascospore]]n. De rechte of licht gebogen, enigzins spoelvormige, 12-18 x 7-9 µm grote ascosporen zijn kleurloos met in het midden de grootste breedte.
72.999

bewerkingen