Beleg van Parijs (1870-1871): verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  3 jaar geleden
(Linkfix)
[[Otto von Bismarck|Bismarck]], de eerste minister van Pruisen, stelde voor de stad te bombarderen en zo een snelle overwinning af te dwingen, waardoor Franse pogingen om de stad te ontzetten zinloos zouden worden. Het Duitse oppercommando, aangevoerd door de koning van Pruisen, sloeg dit voorstel echter af op aandringen van generaal [[Leonhard von Blumenthal]], die het bevel had over het beleg. Von Blumenthal voerde aan dat een beschieting de burgerbevolking in gevaar zou brengen, in strijd zou zijn met het oorlogsrecht en derden tegen de Duitsers in het harnas zou jagen. Daarnaast was hij van mening dat een snelle Franse overgave ervoor zou zorgen dat de nieuwe Franse legers onverslagen zouden blijven, zodat Frankrijk de oorlog weer snel voort zou kunnen zetten. De nieuwe Franse legers zouden eerst moeten worden vernietigd, en Parijs door uithongering tot overgave worden gedwongen.
 
Trochu had weinig vertrouwen in de kwaliteiten van de Nationale Gardisten, waar meer dan de helft van de verdedigers van de stad uit bestond. In plaats van te proberen de omsingeling van de stad te voorkomen, hoopte Trochu dus maar dat Moltke zou proberen de stad te bestormen, zodat de Fransen profijt zouden kunnen hebben van de verdedigingswerken van de stad. Moltke was echter nooit van plan geweest de stad aan te vallen, iets wat kort na het begin van de belegering duidelijk werd. Trochu veranderde van plan en stond Vinoy toe om de Pruisen ten westen van de [[Seine]] aan te vallen. Op 30 september viel Vinoy [[SlagChevilly bij Chevilly(Loiret)|Chevilly]] aan met 20.000 soldaten. Hij werd overtuigend teruggeslagen door het 3e leger. Op 13 oktober werd het 2e [[Koninkrijk Beieren|Beierse]] Korps verdreven uit [[Châtillon (Hauts-de-Seine)|Châtillon]], maar de Fransen waren door Pruisische artilleriebeschietingen gedwongen zich terug te trekken.
 
Generaal [[Carey de Bellemare]] voerde het bevel over het sterkste fort ten noorden van Parijs, bij [[Saint-Denis (Seine-Saint-Denis)|Saint-Denis]]. Zonder bevelen viel Bellemare op 29 oktober de Pruisische Garde aan bij [[Le Bourget]] en wist de stad in te nemen. De Garde had weinig interesse in het terugveroveren van hun posities bij Le Bourget, maar kroonprins Albert beval dat de stad toch weer ingenomen moest worden. In de [[Slag bij Le Bourget]] wist de Pruisische Garde de stad weer in te nemen en 1200 Fransen gevangen te nemen. Toen het nieuws van de Franse overgave bij [[Beleg van Metz|Metz]] en de nederlaag bij Le Bourget de stad bereikte, begon het moreel in Parijs af te brokkelen. Het volk van Parijs begon de gevolgen van de Duitse blokkade inmiddels te ondervinden. In de hoop het moreel een beetje op te vijzelen, lanceerde Trochu op 30 november de grootste uitval uit Parijs, ondanks dat hij weinig hoop had op een doorbraak. Hij stuurde [[Auguste-Alexandre Ducrot]] met 80.000 soldaten het veld in tegen de Pruisen bij [[Champigny-sur-Marne|Champigny]], [[Créteil]] en [[Villiers-sur-Marne|Villiers]]. In wat later bekend zou worden als de [[Slag bij Villiers]], wisten de Fransen posities te veroveren en te behouden bij Cretail en Champigny. Op 2 december wist het korps uit [[Württemberg]] Ducrot echter weer achter de verdedigingslinies terug te drijven en op [[3 december]] was de slag voorbij.
6.601

bewerkingen