Hoofdmenu openen

Wijzigingen

137 bytes toegevoegd, 2 jaar geleden
Ik heb de bouwgeschiedenis verwerkt bij de gewone geschiedenis en de structuur overzichtelijker gemaakt.
Lodewijk gaf opdracht aan Christian Jank voor het maken van een ontwerp dat door de architect [[Eduard Riedel]]<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.53.</ref> werd omgezet in concrete bouwplannen. Aanvankelijk wilde de koning de ruïnes in het gebouw integreren, maar hiervan werd afgezien omwille van de technische moeilijkheden. De eerste plannen die stilistisch op de ''Nürnberger Burg'' waren gebaseerd met een slanke burcht op de plaats van de vroegere ''Vorderhohenschwangau'', werden afgewezen en de ontwerpen werden groter en groter om uiteindelijk in een grote burcht met de ''Wartburg'' als model te resulteren. De koning was van zeer nabij bij de bouw betrokken en liet zich alle ontwerpen ter goedkeuring voorleggen, vandaar wordt wel eens geopperd dat Neuschwanstein zijn eigen werk is veel meer dan dat van de architecten.<ref>Alexander Rauch, 1991, p.12.</ref>
 
=== Bouw ===
=== Het slot ten tijde van Lodewijk II ===
[[Bestand:Johannes Bernhard Neuschwanstein Baustelle 1882-85 (01).jpg|miniatuur|Neuschwanstein gedurende de bouwwerken: de kemenade ontbreekt nog en de vierkante toren is in opbouw, foto tussen 1882 en 1885]]
 
In een brief van 13 mei 1868 van Lodewijk II aan Richard Wagner schrijft hij over zijn plannen voor de bouw van het kasteel, en gaat er daarbij van uit dat het hele project binnen de drie jaar gerealiseerd zal zijn. Dat bleek een grondige misrekening.
 
Het werk op de bouwplaats begon in de zomer van 1868. Om te beginnen werd er tot 8 meter gesteente afgevoerd om plaats te maken voor de fundering. De toegangsweg werd in juni 1869 voltooid. De 'eerste steen' werd gelegd op 5 september 1869, volgens de traditie die door Lodewijk I ingezet was, werden het bouwplan, portretten van Lodewijk II en munten uit zijn regeringsperiode ingemetseld.<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.64.</ref>
 
Men begon met het poortgebouw waaraan gewerkt werd van 1869 tot 1873. In juni 1872 werd het hoogste punt daarvan bereikt, en eind 1873 was het klaar voor gebruik. De bovenverdieping van dit gebouw diende Lodewijk II jarenlang tot woonruimte. De bouw van het eigenlijke kasteel begon in september 1872. In 1874 nam Georg von Dollmann de leiding van de werken over van Eduard Riedl.
 
Terwijl de bouwwerken vorderden werden de wensen van de koning steeds groter en de plannen en budgetten moesten meermaals herzien worden.<ref name=raucha>Alexander Rauch, 1991, p.13.</ref> Zo wilde hij bijvoorbeeld dat er een grote troonzaal werd gebouwd waar oorspronkelijk slechts een werkkamer voorzien was. Dat vereiste nogal wat inventiviteit van de bouwers, en resulteerde wegens stabiliteitseisen in de toepassing van nieuwe technologieën, zoals de integratie van een ommantelde staalconstructie in het ontwerp. Ook de gastenkamers uit het originele ontwerp werden afgevoerd om plaats te maken voor een grote Moorse zaal die uiteindelijk wegens geldgebrek niet gebouwd werd.
 
Het kasteel werd in baksteen gebouwd en later met andere steensoorten bekleed en afgewerkt. De witte kalksteen waarmee de gevelbekleding werd uitgevoerd komt uit de nabij gelegen steengroeve ''Alter Schrofen''.<ref>M. Petzet, G. Hojer: ''Amtlicher Führer Schloss Neuschwanstein'', p.21.</ref> De zandsteen waarin de [[portaal (gebouw)|portalen]] en de [[erker]]s werden uitgevoerd komt uit [[Schlaitdorf]] in het [[Schönbuch]]gebied bij [[Stuttgart]]. Voor de vensters, de gewelfbogen, de [[Zuil (bouwkunde)|zuilen]] en de [[kapiteel|kapitelen]] werd marmer uit de Untersberg bij [[Salzburg (stad)|Salzburg]] gebruikt. Om de bouwmaterialen aan te voeren werd een met stoom aangedreven kraan gebouwd en een andere stoomkraan zorgde voor verplaatsing van materialen op de bouwwerf zelf.
 
De bouwplaats was gedurende twintig jaar de grootste werkverschaffer in de streek, omstreeks 1880 werkten dagelijks ongeveer 200 mensen op de werf, leveranciers en indirect betrokken werkkrachten niet meegerekend. Bij dringende opdrachten van de koning kon dit oplopen tot 300 mensen per dag en werd er ’s nachts onder het licht van olielampen doorgewerkt. Statistieken uit 1879-1880 geven een idee van de hoeveelheden bouwmateriaal die gebruikt werden: 465&nbsp;ton marmer uit Salzburg, 1550&nbsp;ton kalksteen, 400.000 tegels en 2050&nbsp;kubieke meter hout. In 1870 werd een soort ziekte- en ongevallenverzekering opgericht waardoor mits een kleine bijdrage van de werknemer aangevuld met een substantiële bijdrage van de koning, het loon van zieke of gekwetste arbeiders verder uitbetaald werd. Ook voor de familie van de arbeiders die omkwamen bij een ongeval was een rente voorzien wat in die tijd zeker niet gebruikelijk was. In totaal zouden 39 mensen bij de bouw zijn omgekomen wat voor een dergelijk project in de toenmalige arbeidsomstandigheden zeer weinig is.
 
Het kasteelOorspronkelijk was al grotendeels klaar, toen Lodewijk II de plannenoplevering veranderde en een grote troonzaal invan het kasteelslot wildevoorzien hebben.voor Dat1872, vereistemaar nogalzoals watwe inventiviteit vanuit de bouwers,feiten enweten resulteerdewas vanwegehet dekasteel dezelfs stabiliteitseisenniet inafgewerkt bij de toepassingdood van nieuwede technologie,koning namelijk eenin ommantelde staalconstructie1886.<ref name=raucha/> Het hoogste punt van het kasteel werd pas bereikt in januari 1880 en de decoraties en technische infrastructuur waren op details na gereed medio 1884. In 1880 werd Dollmann bedankt voor zijn diensten en werd de leiding over de bouwwerken overgedragen aan Julius Hofmann. Lodewijk II heeft zijn kasteel nooit 'af' gezien; de laatste onderdelen werden pas (in sterk vereenvoudigde vorm ten opzichte van de originele plannen) voltooid in 1892, zes jaar na zijn dood, onder de leiding van Hofmann. Het gebouw stond toen al even open voor het brede publiek.
 
=== Het slot ten tijdeverblijf van Lodewijk II in Neuschwanstein ===
 
[[Bestand:Neuschwanstein - Blick in den oberen Schlosshof.jpg|miniatuur|Bouw van het Slot Neuschwanstein]]
Men begon met de bouw van het kasteel in 1869. Terwijl de bouwwerken vorderden werden de wensen van de koning steeds groter en de plannen en budgetten moesten meermaals herzien worden.<ref name=raucha>Alexander Rauch, 1991, p.13.</ref> Bijvoorbeeld waar later de grote troonzaal werd gebouwd was oorspronkelijk slechts een werkkamer voorzien en de gastenkamers uit het originele ontwerp werden afgevoerd om plaats te maken voor een grote Moorse zaal die uiteindelijk wegens geldgebrek niet gebouwd werd. Oorspronkelijk was de oplevering van het slot voorzien voor 1872, maar zoals we uit de feiten weten was het kasteel zelfs niet afgewerkt in 1886.<ref name=raucha/> Vanaf 1884 kon de koning het kasteel bewonen maar in totaal bracht de koning tot zijn dood in 1886 slechts 186 dagen in het kasteel door,<ref>Ludwig Merkle, Ludwig II. und seine Schlösser. Stiebner, 2001, ISBN 978-3-8307-1024-0, p.68.</ref> dat trouwens nog altijd meer op een grote bouwwerf dan op een kasteel leek. In 1885 ontving hij zijn moeder, de voormalige koningin [[Marie van Pruisen (1825-1889)|Marie]], op Neuschwanstein ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag.
Vanaf 1884 kon de koning het kasteel bewonen al bracht hij er in totaal slechts 186 dagen door tot zijn dood.<ref>Ludwig Merkle, Ludwig II. und seine Schlösser. Stiebner, 2001, ISBN 978-3-8307-1024-0, p.68.</ref> . Het gebouw leek tijdens zijn verblijf bovendien nog altijd meer op een grote bouwwerf dan op een kasteel.
 
Het slot washad voor Lodewijkvooral een soortverblijfsfunctie. bewoonbareOndanks schouwburgzijn opgerichtgrootte terwas erehet vanniet hetgeschikt levenvoor enbestuursfuncties: hetbuiten werkde privévertrekken van Richardde Wagnerkoning dieen echterkamers voor het kasteelpersoneel nooitwas heefter bezocht.<ref>M.geen Petzet,geschikte A.plaats Bunz,voor 1995,een phofhouding.67.</ref> OndanksAan zijnhet grootteverblijf van de koning was hetdan kasteelweer nietwel geschiktontzettend omveel aandacht geschonken. Zo was er hofeen tevoor houden,Lodewijk buitenvoorziene debewoonbare privévertrekkenschouwburg, ter ere van dehet koningleven en kamershet voorwerk hetvan personeelRichard wasWagner. er geenDeze geschikteheeft plaatshet voorkasteel eendie hofhoudingechter nooit bezocht.<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.67.</ref>De bouw van een [[kemenade]] bijvoorbeeld was bijvoorbeeld een directe verwijzing naar het tweede bedrijf van Lohengrin waar een van de taferelen zich in een dergelijke plaats afspeelt, maar had verder geen praktisch nut. In 1885 ontving Lodewijk II zijn moeder, de voormalige koningin [[Marie van Pruisen (1825-1889)|Marie]], in het slot ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag.
 
Lodewijk financierde zijn bouwprojecten uit eigen middelen en putte niet uit de staatskas.<ref>Rolf Linnenkamp, Die Schlösser und Projekte Ludwigs II., p.171.</ref> De bouwkosten voor het kasteel waren bij de dood van de koning opgelopen tot 6.180.047 Goudmark,<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.65.</ref><ref>Een goudmark bevatte 0,358423 g fijn goud.</ref> waar oorspronkelijk op 3,2 miljoen goudmark was gerekend. Om de kosten te dekken ging Lodewijk meer en meer kredieten opnemen en in 1883 had hij al een schuld van zeven miljoen goudmark opgebouwd.<ref>Wilfried Blunt, 1990, p.111.</ref> In 1885 dreigden zijn schuldeisers met inbeslagname van zijn privégoederen.
 
=== Van 1886 tot heden ===
[[Bestand:neuschwanstein1886.jpg|miniatuur||Neuschwanstein 1886 bij de dood van Lodewijk II, uit ''[[Die Gartenlaube]]'']]
Het is nooit Lodewijks bedoeling geweest dat het slot zou worden opengesteld voor een breed publiek. Desalniettemin werd het kasteel door de regering voor betalende bezoekers geopend, amper zes weken na de dood van Lodewijk. Met de toegangsgelden werden de uitstaande kredieten afbetaald. In 1899 waren alle schulden van Lodewijk vereffend. Om het bezoek zonder problemen te laten verlopen werd het slot verder afgewerkt waar nodig.
BijZoals dereeds doodvermeld van Lodewijkwerd was hetde slotbouw nog niet afgewerktafgerond zoalsbij hiervoorde aldood meermaalsvan gezegdde werdkoning. Het torengebouw en het paleis waren aan de buitenzijde nagenoeg volledig afgewerkt, en de grote vierkante toren was in opbouw. en aanBij de kemenadelatere moestafwerking menvan nogde beginnen.rest Ookvan methet degebouw voorzienewerd slotkapelhet enoorspronkelijke deplan, geplandeongetwijfeld [[bergfried]]uit wasgeldbesparing, nogniet geenmeer aanvanggevolgd. gemaakt.<ref>M.De Petzetkemenade, G.waarvan Hojer:de ''Amtlicherbouw Führernog Schlossmoest Neuschwanstein'', pbeginnen.22.</ref> Dewerd kemenade werduiteindelijk nog gebouwdgerealiseerd, zij het in vereenvoudigde vorm, tussen 1886 en 1892, maar de arcade die de kemenade moest verbinden met het poortgebouw werd afgevoerd. Ook de voorziene slotkapel en de verdedigingstoren (bergfried) werden niet meer gebouwd., Denet als de tuin en de terrassen die voorzien waren aan de westzijde van het kasteel werdenhadden evenminmoeten gerealiseerdkomen. VanAndere delen van het kasteel die nooit gerealiseerd werden waren de bouw van heteen ''ridderbad'' dat voorzien was bij het ridderverblijf, en van deeen bruidskamer in de kemenade, werdeen afgezien.banketzaal Deen gastenkamers op de eerste en de tweede verdieping. Sommige delen van het paleiskasteel waarhadden, eenwegens banketzaalde engrote gastenkamers waren gepland werden nooit afgewerktervan, maar voor het als privaatwoning bestemde kasteel bestonden ookzelfs ten tijde van Lodewijk II nog geen volledige afwerkingplannen en was over de bestemming van een groot aantal ruimtes in de burcht nog niet nagedacht.<ref>Alexander Rauch, 1991, p.14.</ref>. In 1892 werd het kasteel dan uiteindelijk helemaal voltooid.
 
Het is nooit Lodewijks bedoeling geweest dat het slot zou worden opengesteld voor een breed publiek. Desalniettemin werd het kasteel door de regering voor betalende bezoekers geopend, amper zes weken na de dood van Lodewijk. MetDe bedoeling hiervan was om met de toegangsgelden werden de uitstaande kredieten afbetaaldaf te betalen. InDit was een succesvolle beslissing, aangezien het toerisme in deze periode helemaal tot bloei begon te komen. DE romantische gebouwen spiekten tot de verbeelding van de vele bezoekers die er langskwamen. Het duurde uiteindelijk nog tot 1899 warenvooraleer alle schulden van Lodewijk waren vereffend. OmHet hetgebouw bezoekheeft zondersinds problemende teopenstelling latenervan verlopenal werdals hetdecor slotgediend verdervoor afgewerkttalrijke waarfilms nodigen boeken.
 
Neuschwanstein kwam beide wereldoorlogen onbeschadigd door. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikt als opslagplaats voor in Frankrijk geroofde kunstwerken, die netjes werden gefotografeerd en gecatalogiseerd. Op het einde van de oorlog werden 35 fotoalbums gevonden die een beeld gaven van de omvang van de georganiseerde diefstal. Die albums worden nu bewaard door de [[National Archives and Records Administration]] in de Verenigde Staten. Ook de goudvoorraden van de ''Deutsche Reichsbank'' werden in het kasteel opgeslagen tegen het einde van de oorlog, maar ze verdwenen enkele dagen voor de geallieerden het kasteel overnamen en zijn tot op heden niet teruggevonden.
 
Neuschwanstein is vandaag de dag een van de belangrijkste toeristische trekpleisters in Duitsland. Tijdens de vakantiemaanden juli en augustus bezoeken ca. 10.000 mensen per dag het kasteel.
 
Bouwkundig gezien behoeft het kasteel continu aandacht:Door de steile rotswanden heeft men al meerdere keren extra moeten borgen, er doen zich bewegingen voor in de fundering van het kasteel, en het harde klimaat heeftdat een dusdanigedestructieve invloed heeft op de kalkstenen façade datvan het gebouw dienen er op regelmatige regelmatigbasis restauraties nodigte zijngebeuren.
 
== Beschrijving van het slot ==
 
Aan de westelijke zijde van de binnenhof bevond zich het paleis, het eigenlijke woongedeelte. Het gebouw telt vijf verdiepingen en bestaat uit twee [[Balk (meetkunde)|balk]]vormige ruimtes die in een kleine hoek op elkaar aansluiten en op die manier het beschikbare grondoppervlak van de rots volgen. De gebouwen hebben allebei een hoog zadeldak. In de hoeken waar de beide gebouwen op elkaar aansluiten zijn twee torens gebouw met binnenin een wenteltrap. De noordelijke toren vormt het hoogste punt van de burcht. In de westelijke gevel is een groot balkon met zicht op de Alpsee uitgebouwd.
 
==== Stijlkenmerken ====
In de 19e eeuw kan men in Duitsland spreken van een periode van de ''burchten[[Romantiek (stroming)|romantiek]]'' met bouwwerken zoals [[Slot Hohenschwangau]], [[Slot Lichtenstein]], de [[Burg Hohenzollern]] en talrijke burchten uit de Rijnstreek zoals slot Stolzenfels bij [[Koblenz (Duitsland)|Koblenz]].<ref>[[Nikolaus Pevsner]], Hugh Honour, John Fleming: ''Lexikon der Weltarchitektur'', Prestel, 1992, ISBN 3-7913-2095-5, p.168.</ref> Ook het door Lodewijk II geplande, maar niet gerealiseerde Falkenstein, kan men in deze strekking onderbrengen. Door architectuurcritici werd Neuschwanstein dikwijls als [[kitsch]] afgedaan maar tegenwoordig worden de kastelen gebouwd door Lodewijk II gerekend tot de belangrijkste werken van het [[Historisme (architectuur)|historisme]].<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.7.</ref>
 
Het slot is een typisch voorbeeld van de 19e-eeuwse architectuur. Het is een eclectische vermenging van verschillende stijlen. De [[Romaanse architectuur|romaans]]e rondbogen zijn gecombineerd met de naar de hoogte strevende lijnen van de gotiek en de troonzaal is ingericht in [[Byzantijnse kunst|Byzantijnse stijl]]. Dat alles wordt ondersteund door de technische mogelijkheden van het einde van de negentiende eeuw. De buitengevel langs de binnenhof is dan weer versierd met gevelschilderingen van Maria, de patrones van Beieren en de [[Joris (heilige)|Heilige Joris]] in de typische stijl van de ''Lüftlmalerei'' uit de [[Allgäu]]. Niet uitgevoerde ontwerpen voor het ridderhuis verwezen op hun beurt al naar de [[Jugendstil]].<ref name="AFSN212">Wilfried Blunt: ''Ludwig II.'', Seite 212.</ref>
 
<gallery>
Bestand:Schloss Neuschwanstein in Schwangau 05.jpg|De zuidelijke gevel van het paleis en de kemenade.
</gallery>
 
==== Bouwgeschiedenis ====
[[Bestand:Johannes Bernhard Neuschwanstein Baustelle 1882-85 (01).jpg|miniatuur|Neuschwanstein gedurende de bouwwerken: de kemenade ontbreekt nog en de vierkante toren is in opbouw, foto tussen 1882 en 1885]]
 
In een brief van 13 mei 1868 van Lodewijk II aan Richard Wagner schrijft hij over zijn plannen voor de bouw van het kasteel, en gaat er daarbij van uit dat het hele project binnen de drie jaar gerealiseerd zal zijn. Dat bleek een grondige misrekening.
 
Het werk op de bouwplaats begon in de zomer van 1868. Om te beginnen werd er tot 8 meter gesteente afgevoerd om plaats te maken voor de fundering. De toegangsweg werd in juni 1869 voltooid. De 'eerste steen' werd gelegd op 5 september 1869, volgens de traditie die door Lodewijk I ingezet was, werden het bouwplan, portretten van Lodewijk II en munten uit zijn regeringsperiode ingemetseld.<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.64.</ref>
 
Men begon met het poortgebouw waaraan gewerkt werd van 1869 tot 1873. In juni 1872 werd het hoogste punt daarvan bereikt, en eind 1873 was het klaar voor gebruik. De bovenverdieping van dit gebouw diende Lodewijk II jarenlang tot woonruimte. De bouw van het eigenlijke kasteel begon in september 1872. In 1874 nam Georg von Dollmann de leiding van de werken over van Eduard Riedl.
 
Het kasteel was al grotendeels klaar, toen Lodewijk II de plannen veranderde en een grote troonzaal in het kasteel wilde hebben. Dat vereiste nogal wat inventiviteit van de bouwers, en resulteerde vanwege de de stabiliteitseisen in de toepassing van nieuwe technologie, namelijk een ommantelde staalconstructie. Het hoogste punt van het kasteel werd bereikt in januari 1880 en de decoraties en technische infrastructuur waren op details na gereed medio 1884. In 1880 werd Dollmann bedankt voor zijn diensten en werd de leiding over de bouwwerken overgedragen aan Julius Hofmann. Lodewijk II heeft zijn kasteel nooit 'af' gezien; de laatste onderdelen werden pas (in sterk vereenvoudigde vorm ten opzichte van de originele plannen) voltooid in 1892, zes jaar na zijn dood, onder de leiding van Hofmann.
 
Het kasteel werd in baksteen gebouwd en later met andere steensoorten bekleed en afgewerkt. De witte kalksteen waarmee de gevelbekleding werd uitgevoerd komt uit de nabij gelegen steengroeve ''Alter Schrofen''.<ref>M. Petzet, G. Hojer: ''Amtlicher Führer Schloss Neuschwanstein'', p.21.</ref> De zandsteen waarin de [[portaal (gebouw)|portalen]] en de [[erker]]s werden uitgevoerd komt uit [[Schlaitdorf]] in het [[Schönbuch]]gebied bij [[Stuttgart]]. Voor de vensters, de gewelfbogen, de [[Zuil (bouwkunde)|zuilen]] en de [[kapiteel|kapitelen]] werd marmer uit de Untersberg bij [[Salzburg (stad)|Salzburg]] gebruikt. Om de bouwmaterialen aan te voeren werd een met stoom aangedreven kraan gebouwd en een andere stoomkraan zorgde voor verplaatsing van materialen op de bouwwerf zelf.
 
De bouwplaats was gedurende twintig jaar de grootste werkverschaffer in de streek, omstreeks 1880 werkten dagelijks ongeveer 200 mensen op de werf, leveranciers en indirect betrokken werkkrachten niet meegerekend. Bij dringende opdrachten van de koning kon dit oplopen tot 300 mensen per dag en werd er ’s nachts onder het licht van olielampen doorgewerkt. Statistieken uit 1879-1880 geven een idee van de hoeveelheden bouwmateriaal die gebruikt werden: 465&nbsp;ton marmer uit Salzburg, 1550&nbsp;ton kalksteen, 400.000 tegels en 2050&nbsp;kubieke meter hout. In 1870 werd een soort ziekte- en ongevallenverzekering opgericht waardoor mits een kleine bijdrage van de werknemer aangevuld met een substantiële bijdrage van de koning, het loon van zieke of gekwetste arbeiders verder uitbetaald werd. Ook voor de familie van de arbeiders die omkwamen bij een ongeval was een rente voorzien wat in die tijd zeker niet gebruikelijk was. In totaal zouden 39 mensen bij de bouw zijn omgekomen wat voor een dergelijk project in de toenmalige arbeidsomstandigheden zeer weinig is.
 
Bouwkundig gezien behoeft het kasteel continu aandacht: de steile rotswanden heeft men al meerdere keren extra moeten borgen, er doen zich bewegingen voor in de fundering van het kasteel, en het harde klimaat heeft een dusdanige invloed op de kalkstenen façade dat regelmatig restauraties nodig zijn.
 
==== De toestand na de dood van Lodewijk ====
[[Bestand:neuschwanstein1886.jpg|miniatuur||Neuschwanstein 1886 bij de dood van Lodewijk II, uit ''[[Die Gartenlaube]]'']]
Bij de dood van Lodewijk was het slot niet afgewerkt zoals hiervoor al meermaals gezegd werd. Het torengebouw en het paleis waren aan de buitenzijde nagenoeg volledig afgewerkt, de grote vierkante toren was in opbouw en aan de kemenade moest men nog beginnen. Ook met de voorziene slotkapel en de geplande [[bergfried]] was nog geen aanvang gemaakt.<ref>M. Petzet, G. Hojer: ''Amtlicher Führer Schloss Neuschwanstein'', p.22.</ref> De kemenade werd nog gebouwd, in vereenvoudigde vorm, tussen 1886 en 1892, maar de arcade die de kemenade moest verbinden met het poortgebouw werd afgevoerd. Ook de slotkapel en de verdedigingstoren (bergfried) werden niet meer gebouwd. De tuin en de terrassen die voorzien waren aan de westzijde van het kasteel werden evenmin gerealiseerd. Van de bouw van het ''ridderbad'' dat voorzien was bij het ridderverblijf en van de bruidskamer in de kemenade werd afgezien. De eerste en de tweede verdieping van het paleis waar een banketzaal en gastenkamers waren gepland werden nooit afgewerkt, maar voor het als privaatwoning bestemde kasteel bestonden ook ten tijde van Lodewijk II geen volledige afwerkingplannen en was over de bestemming van een groot aantal ruimtes in de burcht nog niet nagedacht.<ref>Alexander Rauch, 1991, p.14.</ref>
 
==== Stijlkenmerken ====
In de 19e eeuw kan men in Duitsland spreken van een periode van de ''burchten[[Romantiek (stroming)|romantiek]]'' met bouwwerken zoals [[Slot Hohenschwangau]], [[Slot Lichtenstein]], de [[Burg Hohenzollern]] en talrijke burchten uit de Rijnstreek zoals slot Stolzenfels bij [[Koblenz (Duitsland)|Koblenz]].<ref>[[Nikolaus Pevsner]], Hugh Honour, John Fleming: ''Lexikon der Weltarchitektur'', Prestel, 1992, ISBN 3-7913-2095-5, p.168.</ref> Ook het door Lodewijk II geplande, maar niet gerealiseerde Falkenstein, kan men in deze strekking onderbrengen. Door architectuurcritici werd Neuschwanstein dikwijls als [[kitsch]] afgedaan maar tegenwoordig worden de kastelen gebouwd door Lodewijk II gerekend tot de belangrijkste werken van het [[Historisme (architectuur)|historisme]].<ref>M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.7.</ref>
 
Het slot is een typisch voorbeeld van de 19e-eeuwse architectuur. Het is een eclectische vermenging van verschillende stijlen. De [[Romaanse architectuur|romaans]]e rondbogen zijn gecombineerd met de naar de hoogte strevende lijnen van de gotiek en de troonzaal is ingericht in [[Byzantijnse kunst|Byzantijnse stijl]]. Dat alles wordt ondersteund door de technische mogelijkheden van het einde van de negentiende eeuw. De buitengevel langs de binnenhof is dan weer versierd met gevelschilderingen van Maria, de patrones van Beieren en de [[Joris (heilige)|Heilige Joris]] in de typische stijl van de ''Lüftlmalerei'' uit de [[Allgäu]]. Niet uitgevoerde ontwerpen voor het ridderhuis verwezen op hun beurt al naar de [[Jugendstil]].<ref name="AFSN212">Wilfried Blunt: ''Ludwig II.'', Seite 212.</ref>
 
=== De binneninrichting ===
31

bewerkingen