Emile Braun: verschil tussen versies

484 bytes toegevoegd ,  4 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
[[Afbeelding:Emile Baron Braun.JPG|thumb|right|Emile Braun]]
 
'''Emile baron Braun''' ([[Nijvel]], [[2 december]] [[1849]] - [[Vichy (Allier)|Vichy]], [[30 augustus]] [[1927]]) was een [[België|Belgisch]] [[ingenieur]], [[liberalisme|liberaal]] [[politicus]] en beheerder van [[vennootschap]]pen in onder meer de [[textiel]][[industrie]].
 
Hij was de zoon van [[Thomas Braun]], professor, directeur in de normaalschool van Nijvel en algemeen inspecteur van het onderwijs, én Francisca Horst, beiden afkomstig uit de [[Rijn]]streek in [[Duitsland]].
 
== IngenieurLevensloop ==
Hij was de zoon van [[Thomas Braun]], professor, directeur in de normaalschool van Nijvel en algemeen inspecteur van het onderwijs, én Francisca Horst, beiden afkomstig uit de [[Rijn]]streek in [[Duitsland]]. In [[1872]] behaalde hij in Gent, in de '' Ecole du Génie Civil'' het diploma van ingenieur Bruggen en Wegen en trad in [[1875]] in dienst als ingenieur bij de spoorwegen in Luik. In datzelfde jaar trouwde hij met Maria Boterdaele ([[1854]]-[[1927]]), dochter van architect Jean-Baptiste Boterdaele. In [[1879]] werd hij benoemd tot hoofdingenieur van de stad [[Gent]]. Een functie die hij uitoefende tot in [[1895]], wanneer hij burgemeester van deze stad werd. Tevens werd hij als beheerder van vennootschappen actief in de textielindustrie.
 
Als hoofdingenieur was hij verantwoordelijk voor de realisatie van de Gentse [[Voorhaven (Gent)]], een prestigieus en vernieuwend havenproject. Zijn kennis als spoorwegingenieur was hier niet vreemd aan. Ook de loodsen 20-26 die deel uitmaken van de Gentse Voorhaven werden door hem ontworpen en werden tussen [[1885]] en [[1892]] opgetrokken. Loodsen 20,22,23 en 26 zijn overgebleven en werden in [[1996]] beschermd.
[[File:Monument Braun Gand.jpg|thumb|Het oorspronkelijke Braun monument.]]
[[File:Emile Braun buste.jpg|thumb|Emile Braun; marmerborstbeeld in het stadhuis.]]
Braun werd verkozen tot [[provincieraad]]slid voor [[Oost-Vlaanderen]] ([[1891]]-[[1898]]). Hij werd ook gemeenteraadslid van Gent en burgemeester van deze stad ([[1895]]-[[1921]])
 
HijIn 1891 werd tevensEmile Braun voor de [[KamerLiberale vanPartij Volksvertegenwoordigers(België)|volksvertegenwoordigerLiberale Partij]] (verkozen tot provincieraadslid voor [[1900Oost-Vlaanderen]]-, een mandaat dat hij behield tot in 1898. In 1895 werd hij eveneens verkozen tot gemeenteraadslid van [[1925Gent]]) en werd wegens zijn populariteit onmiddellijk burgemeester, een mandaat dat hij behield tot in 1921. Bovendien zetelde hij van 1900 tot 1925 voor het [[arrondissement Gent]] in de [[UnitaireKamer Liberalevan PartijVolksvertegenwoordigers]]. Zijn broer [[Alexandre Braun]] zetelde tijdens dezelfde jarenperiode in de Senaat, als verkozene voor de katholieke partij.
 
Van 1909 tot 1911 weigerde Braun, vanwege politieke moeilijkheden het burgemeestersambt van Gent uit te oefenen en zetelde hij als gewoon gemeenteraadslid. Daarna hernam hij het ambt, met een coalitiebestuur van liberalen en socialisten. Onder zijn burgemeesterschap vond de [[Wereldtentoonstelling van 1913]] in Gent plaats. Als voorbereiding daartoe werd het centrum aanzienlijk omgebouwd. Tussen de [[Sint-Baafskathedraal]], het [[Belfort (toren)|Belfort]] en de [[Sint-Niklaas]]kerk werden huizen afgebroken om plaats te maken voor pleinen. De [[Sint-Michiels]]helling werd aangelegd en er kwam een doorsteek naar Bij Sint-Jacobs. Het moest aan Gent de allure geven van een moderne stad een wereldtentoonstelling waardig, waarbij men zeker niet uit het oog mocht verliezen dat Emile Braun meer dan 15 jaar lang hoofdingenieur van de stad was geweest.
 
Tijdens de Eerste wereldoorlog werd Braun door de Duitsers gedeporteerd naar een kamp in Celle-Schloss nabij Hannover, samen met andere prominenten, onder wie [[Adolphe Max]], [[Maurice August Lippens]] en [[Henri Pirenne]]. In december 1918 hernam hij zijn functie. Nadat de liberalen in 1921 zwaar verloren bij de gemeenteraadsverkiezingen in Gent, nam Braun ontslag als burgemeester en verliet tevens de gemeenteraad. Hij werd opgevolgd door [[Alfred Vander Stegen]].
Onder zijn burgemeesterschap vond de [[Wereldtentoonstelling van 1913]] in Gent plaats. Als voorbereiding daartoe werd het centrum aanzienlijk omgebouwd. Tussen de [[Sint-Baafskathedraal]], het [[Belfort (toren)|Belfort]] en de [[Sint-Niklaas]]kerk werden huizen afgebroken om plaats te maken voor pleinen. De [[Sint-Michiels]]helling werd aangelegd en er kwam een doorsteek naar Bij Sint-Jacobs. Het moest aan Gent de allure geven van een moderne stad een wereldtentoonstelling waardig, waarbij men zeker niet uit het oog mocht verliezen dat Emile Braun meer dan 15 jaar lang hoofdingenieur van de stad was geweest.
 
Als populaire figuur kreeg hij de bijnaam ''Miele Zoetekoeke''. In 1922 werd hij door koning [[Albert I van België|Albert I]] in de adelstand verheven als baron.
Tijdens de Eerste wereldoorlog werd Braun door de Duitsers gedeporteerd naar een kamp in Celle-Schloss nabij Hannover, samen met andere prominenten, onder wie [[Adolphe Max]], [[Maurice August Lippens]] en [[Henri Pirenne]]. In december 1918 hernam hij zijn functie.
 
Als populaire figuur kreeg hij de bijnaam ''Miele Zoetekoeke''.
 
Zijn zoon Emile-Jean ([[1879]]-[[1968]]) en zijn kleinzoon Gaston ([[1903]]-[[1990]]) stonden aan de wieg en de uitbouw van weverijen, spinnerijen onder de naam UCO in Gent.
{{DEFAULTSORT:Braun, Emile}}
[[Categorie:Belgisch ingenieur]]
[[Categorie:Belgisch industrieel]]
[[Categorie:Belgisch liberaal]]
[[Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger]]
26.382

bewerkingen