Hoofdmenu openen

Wijzigingen

78 bytes verwijderd ,  3 jaar geleden
k
paar aanpassingen, navigatiesjabloon toegevoegd
 
=== Klanken ===
Al eerder is het verschijnsel diftongering besproken als kenmerk van het Randstadnederlands. Hoewel de diftongering in de Randstad veel explicieter is, kent ook het gewone Standaardnederlands in Nederland hetdit verschijnsel in zekerem ate. De ''oo'' en de ''ee'' klinken in woorden als ''boon'' en ''been'' ongeveer als ''oow'' en ''eej'' (maar niet zo duidelijk als in de Randstad). In Nederland geldt deze uitspraak als standaard; het uitspreken van [[monoftong]]en op deze plek wordt zelfs als regionaal afgedaan ('[[Twents (dialect)|Twents]]'). In België echter zijn de monoftongen juist de norm en geldt de Nederlandse diftongering als een foute uitspraak.
 
Uitspraakverschijnselen die in Nederland als standaard worden beschouwd, maar dat in België juist niet zijn, zijn er te over:
* diftongering van oo en ee (zie boven)
* uitspraak van "ui" als diftong van ''aa'' en ''uu'' (Be: ''eu'' van ''freule'' en ''ie'')
 
=== Woordvorming ===
Er is een aantal tendensen in de Nederlandse woordvorming die niet alle als Standaardnederlands gelden, maar vaak wel typerend zijn voor het Nederlands in Nederland. Een bekend voorbeeld daarvan is het gebruik van het persoonlijkvoorneomde voornaamwoordis ''[[hun'' inals zinnen alsonderwerp]] ("hunHun spelen een mooie wedstrijd"). Hoewel dit gebruik van ''hun'' zeker geen aanvaard AN is, hoort men veel sprekers van het AN deze 'fout' maken.
 
Toch zijn er ook binnen de erkende standaardtaal woordvormingsprocessen waarneembaar die typerend zijn voor het Nederlands in Nederland. Als voorbeeld voor de invloed van het Randstadnederlands geldt de verspreiding van ''-ie-''vormen in verkleinwoorden. Ook in het AN zijn woorden als ''moppie'', ''stekkie'' en ''makkie'' inmiddels gebruikelijk. Oorspronkelijk behoren zij tot de [[Hollands (dialect)|Hollandse]] dialecten.
 
In het [[Meervoud (taal)|meervoud]] van woorden op ''-aar'' valt op dat in Nederland ''-aren'' gebruikelijk is, inwaar men België ''-aars'', dusgebruikt: ''leraren'' versus ''leraars'', ''eigenaren'' versus ''eigenaars''. Het meervoud op ''-s'' komt in Nederland echter soms als nevenvorm voor.
 
Zeker AN, maar in België zeldzaam, is hetHet gebruik van een ''-s'' bij bijwoorden na een telwoord: ("iets moois", "veel lekkers", "weinig goeds") is in België zeldzaam, maar geldt beslist als AN.
 
Bij de werkwoorden vallen er meerdere dingen op. In de eerste plaats zijn er als AN aanvaarde, deels regionale constructies als "ik ben wezen fietsen" en de befaamde zin "ikIk zou jou wel eens hebben willen zien durven blijven staan kijken", die overigens ook voor een aanzienlijk deel van de Nederlanders niet grammaticaal is, maar binnen de regels van het AN zekerwel mogelijk.
 
Typisch bij de werkwoordsverbuiging in Nederland is de neiging om slechts twee vormen te gebruiken: een voor het enkelvoud en een voor het meervoud. Zo spreekt men van "ik/jij/hij ''kan''" en "wij/jullie/zij ''kunnen''". Zo ook: wil/willen, zal/zullen. Niet aanvaard als AN zijn vormen als "hij heb" en "jij loop", maar al worden ze gestigmatiseerd, ze komen zeker voor. Er zijn ook streken waar men wel (correct) "jij loopt" bezigt, maar deze 'eenheidssingularis' bereikt door ook van "ik loopt" te spreken.
Bij de verleden tijd valt op dat, ondanks de taalontwikkeling die aan zwakke werkwoorden de voorrang geeft, er nog een aantal sterke vormen worden gebruikt die in het AN meestal facultatief of zelfs incorrect zijn. Voorbeelden zijn: ''wou'' naast ''wilde'', ''lei'' naast ''legde'', ''joeg'' naast ''jaagde''. Dit verschijnsel is niet uitsluitend Nederlands en de verspreiding van de sterke vormen lijkt af te hangen van andere factoren dan de landsgrens, zoals sociale status, opleiding en leeftijd.
 
Belangrijk bij werkwoorden is de typisch Nederlandse neiging om in constructies van infiniete vormen het eerste woord als voltooid deelwoord te interpreteren. Waar Vlamingen zeggen: "hij ''is'' niet kunnen komen", zullen Nederlanders zeggen "hij ''heeft'' niet kunnen komen", waarbij ''heeft'' eigenlijk een hulpwerkwoord is bij ''kunnen''. Veel Nederlanders zouden deze zin nog anders uitspreken. Varianten als "hij heeft niet kennen komen", "hij heeft niet komen kennen/kunnen" of "hij heeft niet komen gekund" komen voor.
 
De verwarring tussen de vormen ''leggen/liggen'' en ''kennen/kunnen'' is zeer algemeen. Veel Nederlanders gebruiken vooral de vormen ''leggen'' en ''kennen'' in alle posities, terwijl foutief gebruik van ''liggen'' en ''kunnen'' meestal als [[hypercorrectie]] geïnterpreteerd moet worden. Deze vormen behoren zeker niet tot de aanvaarde standaard.
 
==== Persoonlijk voornaamwoord ====
{{zieook|Zie ook [[Nederlandse grammatica#Persoonlijke voornaamwoorden]]}}
{{Zie hoofdartikel|Persoonlijk voornaamwoord}}
Wat bij dit verwijzen ook opvalt, en wat typerend is voor de verbuiging van de [[persoonlijk voornaamwoord|persoonlijke voornaamwoorden]], is dat er zinnen voorkomen als "ik heb haar moeten verlaten", waar buiten Nederland (maar ook al in het zuiden van Nederland) de voorkeur uitgaat naar "ik heb ze moeten verlaten". In Nederland kan ''ze'' in objectspositie alleen ''hen'' (of ''hun'') vervangen in het [[Meervoud (taal)|meervoud]], bij het [[enkelvoud]] blijft men ''haar'' gebruiken.
Een ander persoonlijk voornaamwoord dat typisch is voor het Nederlands in Nederland is ''ie'' inals zinnengereduceerde als:vorm van ''hij'' ("datDat heeft 'ie goed gedaan").
 
=== Zinsconstructies ===
 
{{Appendix}}
{{Navigatie Nederlands}}
 
[[Categorie:Variëteit van het Nederlands]]
[[Categorie:Taal in Nederland]]