Hoofdmenu openen

Wijzigingen

13 bytes verwijderd, 3 jaar geleden
hertogdom Gelre <> Gelderland
In 1473 vestigde hij in [[Mechelen (België)|Mechelen]] de rekenkamer (een middeleeuws ministerie van Financiën) en zijn parlement (de [[Grote Raad van Mechelen]]) dat in feite het opperste gerechtshof van de toenmalige Nederlanden was. Al sinds de tijd van zijn vader lag het economische zwaartepunt van het [[Bourgondische tijd|Bourgondische rijk in de Lage Landen]] en werden bijna alle belangrijke staatszaken van de rondreizende hofraad aldaar beslist.
 
Karel de Stoute breidde de Bourgondische Nederlanden uit naar het oosten. In [[1468]] rekende Karel voorgoed af met de Luikenaars, die al sinds [[1465]] opstandig waren (zie [[Luikse Oorlogen]]). In [[1471]] viel hij het [[hertogdom Gelre]] (Gelderland) binnen om hertog [[Arnold van Egmond|Arnold]] te steunen tegen zijn zoon [[Adolf van Egmond]]. Adolf werd gevangengezet en om hem te onterven duidde Arnold Karel aan als wettige erfgenaam van Gelre en het bijhorende [[graafschap Zutphen]].
 
Deze twee titels zouden hem door [[keizer Frederik III (1415-1493)|keizer Frederik III]] zelf worden toegekend in [[Trier]]. Bovendien zou dan de titel [[lijst van heersers van Lotharingen|koning van Lotharingen]] opnieuw ingevoerd worden (deze titel was in [[900]] afgeschaft), doordat de keizer Karel tot koning zou kronen. Keizer Frederik bedacht zich echter en de nacht voor de kroning ontvluchtte hij de stad per schip over de [[Moezel (rivier)|Moezel]], zodat Karel zijn onverwachte vertrek niet tijdig opmerkte.
63.438

bewerkingen